*

 

’Vrouwen zijn niet beter dan mannen’

Co Welgraven − 10/10/09, 00:00

’De essentie van mijn boek is dat vrouwen hun positie op de arbeidsmarkt niet toe kunnen schrijven aan hindernissen of aan problemen of aan het glazen plafond; het is gewoon het gevolg van hun eigen keuze.

Vrouwen doen vooral wat ze heel graag willen en dat is mooi, hoogwaardig, goedbetaald werk in korte werkweken. Zodat er tijd over is, niet alleen voor het gezin - want ook vrouwen zonder kinderen maken deze keuze - maar ook voor hobby’s, cursussen, sport. De meeste vrouwen halen nu eenmaal minder voldoening uit hun werk dan mannen.

Daarnaast hou ik een pleidooi tegen het positieve seksisme dat uit de vrouwenbeweging komt. Dat ophemelen van vrouwen die zo empathisch zouden zijn, ik vind dat zo aanmatigend. De wereld zou er niet beter uitzien als alle leidinggevende posities door vrouwen zouden zijn ingenomen, dat is onzin. Vrouwen zijn niet beter dan mannen.

Zo’n zes jaar geleden ben ik in het onderwerp geïnteresseerd geraakt. Ik volgde discussies op tv, de radio en in de krant over vrouwen en werk, en stoorde me aan het eenzijdige beeld van de vrouw als slachtoffer. Zij kon de top niet bereiken omdat haar man niet genoeg in het huishouden deed, of omdat de kinderopvang niet goed genoeg geregeld was, of omdat mannen op de werkvloer haar tegenhielden. Ik dacht: hier klopt iets niet. Nederland scoort internationaal gezien slecht als het gaat om het percentage topvrouwen in bedrijven, maar dat komt toch niet doordat mannen in dit land onaardiger of vrouwonvriendelijker zijn? Ik ben op onderzoek uitgegaan, heb rapporten gelezen, met mensen gepraat, en heb artikelen geschreven voor Elsevier.

Het grootste verschil tussen feministen en mij is dat ik heel optimistisch ben, ik constateer dat er heel veel veranderd is, ten goede, binnen één generatie. Vrouwen zijn pas in de jaren negentig massaal gaan werken, pas de laatste tien jaar gaan kinderen massaal naar de crèche.

Ik zie heel veel vooruitgang, feministen willen dat niet zien. Voor hen is de achterstand van vrouwen pas verdwenen als zij zich in de maatschappij op exact dezelfde manier kunnen manifesteren als mannen. Maar ik zeg dan: hoe weten jullie dat vrouwen dat willen? Ze blijven maar doorzeuren over die diepe culturele vooroordelen over mannen en vrouwen, ze hebben in de jaren zeventig die bril opgedaan en die is nooit meer afgezet. Het komt ze goed uit zich een slachtofferrol aan te meten, want tja, als er geen probleem meer is, geen achterstand, dan hebben ze niks meer te doen.

Ik heb dit boek vooral geschreven voor het gewone vrouwvolk, zoals ik ze met een knipoog noem. Vrouwen die zich prettig voelen in hun baan, die niet afgeven op mannen. Uit die hoek krijg ik hele positieve reacties, in de trant van: blij dat iemand dit eens zegt, dat we niet allemaal vijf dagen per week moeten werken en carrière maken en de top bereiken.

Uit feministische hoek komen nu ook de eerste reacties los. Die zijn fel, dat had ik wel verwacht, want ik heb het boek uitdagend geschreven. Kom maar op met het bewijs dat er een glazen plafond bestaat en dat er discriminatie is. Aan de ene kant zou ik het vreselijk vinden als ik onderuit word gehaald, maar aan de andere kant zou het ook wel mooi zijn voor de discussie over dit onderwerp. Het debat mag wel op een hoger niveau worden gebracht.

Over het schrijven heb ik een half jaar gedaan, daarvoor had ik al wel veel onderzoek gedaan. Ik vond het geweldig om te doen. Ik ben weekbladartikelen gewend, die zijn aan een lengte gebonden. Bij dit boek had ik dat niet, ik had de ruimte – ik heb er echt lol aan beleefd.’

mailIcon print |