Nostalgische boeken en series, spelend in het Engeland van toen, zijn populair. De nieuwe Sarah Waters over een adellijke familie in verval lijkt er ook zo een. Maar schijn bedriegt.
De kleine vreemdeling begint als een droom voor anglofielen: „Ik was tien toen ik Hundreds Halls voor het eerst zag”, vertelt het ik-personage. „Ik zie nog de prachtige oude details voor me, de verweerde rode bakstenen, het gebobbelde vensterglas, het afgesleten zandsteen op de hoeken. Ze zorgden ervoor dat het huis er onscherp en enigszins onbestemd uitzag, als een ijsje dat net begint te smelten in de zon, vond ik.”
Dokter Faraday, de verteller, lijkt uit een verhaal van Agatha Christie te zijn weggelopen. Hij is een wat brommerige plattelandsarts, vrijgezel. De bewoners van Hundreds Hall, de familie Ayers, maken hem na een consult al gauw tot een huisvriend. Dan lijkt de pret te kunnen beginnen: dit belooft een fijn Engels verhaal te worden met een bruiloft als uitsmijter – een beetje te romantisch misschien, en vanwege het historische aspect misschien een beetje nep, maar goed voor een
weekend leesplezier.
Maar wie de romans van Sarah Waters kent, weet dat dit idyllisch klinkend begin de voorbode is van iets diepers, dat helemaal niet aangenaam hoeft te zijn. Waters’ historische romans, uitstekend gedocumenteerd, maar ook heel modern van toon, zijn niet romantisch, maar sociaal kritisch. Altijd leggen ze een aspect van het verleden bloot, dat in de officiële geschiedenisboeken niet aan de orde komt.
’De kleine vreemdeling’ speelt kort na de Tweede Wereldoorlog. Het is een tijd van grote sociale omwentelingen, en daarom niet alleen van hoop, maar ook van angst, onzekerheid en teleurstellingen. Grootgrondbezitters worden met torenhoge belastingen geconfronteerd en moeten hun landhuizen verkopen of openstellen voor het publiek.
Op het moment dat dokter Faraday, de verteller, zijn herinneringen aan Hundreds Hall ophaalt, staat hij niet langer voor een schilderachtig landgoed met geurende rozentuinen, maar voor een halve ruïne, omzoomd door onkruid.
De familie Ayres – moeder, dochter Caroline en zoon Roderick – is bijna failliet. Met pijn en moeite proberen ze het huis én hun status overeind te houden. In de naoorlogse wereld van National Health Service en algemene studiebeurzen beginnen ze steeds meer op wandelende anachronismen te lijken – geen wonder dat het in Hundreds Hall lijkt te spoken.
Maar er zijn meer problemen. Jonge mannen als Roderick, die als soldaat hun leven op het spel hebben gezet, kunnen na de oorlog geen passend werk vinden, en jonge vrouwen als Caroline, die tijdens de oorlog zwaar en verantwoordelijk werk hebben gedaan, worden zonder pardon naar de keuken of de salon teruggestuurd. En dan zijn er mensen als dokter Faraday, die voor de oorlog in een laag sociaal milieu zijn opgegroeid, dankzij opofferende ouders toch hebben kunnen studeren en daarna niet meer weten tot welke klasse ze horen.
Ook dat leidt tot frustraties. Faraday, die zich aanvankelijk gevleid voelt door de aandacht van de familie Ayers, komt gaande het verhaal tot het besef dat de familie hem allesbehalve als een gelijke beschouwt. Als de Ayers hem voor een feestje uitnodigen, herkennen de ander gasten hem niet. En als iemand dat uiteindelijk wel doet, denken ze dat hij er wel zal rondlopen omdat iemand onwel is geworden. Mevrouw Ayers’ pogingen de vergissing recht te zetten, klinken niet overtuigend: „’Onwel?’ zei Mrs Ayers. En toen, met een gemaakt lachje: ’O, nee. De dokter is vanavond onze gast!’” Dergelijke incidenten maken hem bitter, en rancuneus.
Dat klinkt allemaal eenduidig. Maar de veranderingen die in dit verhaal plaatsvinden, de omwentelingen en de aftakeling vinden geleidelijk plaats, net als in de werkelijkheid. Dat is de kracht van Waters’ historische romans: ze maken de langzame, maar niet te stuiten en ingrijpende werking van sociale processen voelbaar: je ondergaat ze, zonder dat je precies beseft wat er gebeurt. Terwijl Faraday’s blik op de familie Ayers tersluiks verandert, verandert de opvatting van de familie over Faraday. Als de goedmoedige dorpsdokter in een angstaanjagende scène Caroline bijna verkracht, krijg je door dat hij een ongevoelige egoïst is, die niet begrijpen kan waarom hij door een vrouw wordt afgewezen. Zijn teleurstelling verdooft hij met drank: „In nuchtere toestand had ik het gevoel dat mijn hoofd uit elkaar knalde. Het verlies van Caroline was al bijna niet te verdragen, maar met haar verloor ik nog zoveel meer. Datgene waar al mijn plannen en mijn hoop op waren gevestigd ik zag hoe het me de door de vingers glipte!” Pas dan besef je dat hij al sinds de eerste ontmoeting met de familie Ayers probeert heer en meester van Hundreds Hall te worden.
En dan, als Faraday’s teleurstelling op zijn hoogst is, valt iemand van een trap en sterft. Een afdoende verklaring hiervoor wordt niet gevonden. De dorpelingen fluisteren over de Poltergeist van Hundreds Hall. De rechtbank houdt het op een ongeluk, en Faraday zelf op overgeërfde labiliteit. Maar als je op dit punt bent aangekomen, heeft Waters je allang zover gekregen dat je alle vertrouwen in Faraday hebt verloren.
De frustratie die dit oproept, is gelukkig van korte duur. Uiteindelijk doet het er niet toe of Faraday de waarheid spreekt of niet. Waar het in ’De kleine vreemdeling’ over gaat, zijn de grote sociale veranderingen na de Tweede Wereldoorlog, en de problemen die die voor individuele mensen met zich meebrengen.
De nieuwe tijd laat zich echter niet terugdringen. Het drama rond de familie Ayers is een laatste stuiptrekking van een voorbije periode. Terwijl zij mét hun huis ten onder gaan, ontstaan er op het landgoed nieuwe woonwijken met ruime, frisse woningen. Een generatie later, beseffen we, zal niemand het meer vreemd vinden als kinderen van arbeiders gaan studeren. Tegen die tijd zijn dan ook al honderden huizen als Hundreds Hall tegen de vlakte gegaan, met spoken en al.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.