Over de Armeense genocide ten tijde van de Eerste Wereldoorlog is veel geschreven. Maar nu is er in het Engels een ooggetuigeverslag van de hand van de Armeense aartsbisschop Balakian.
Op 24 april 1915 zit de Armeense aartsbisschop Grigoris Balakian (39) in Constantinopel aan de avondmaaltijd met zijn moeder en zuster en haar gezin. Balakian is een half jaar daarvoor teruggekeerd uit Berlijn, waar hij theologie studeerde. De bel gaat: het wijkhoofd vraagt Balakian mee te gaan ’voor het beantwoorden van enkele vragen op het politiebureau’. Met een stoomboot wordt hij overgebracht naar een gevangenis in de wijk Sirkeci. Daar ontmoet Balakian tientallen andere verbijsterde Armeense notabelen. De hele nacht worden nieuwe groepen afgeleverd. Sommige Armeniërs zijn nog in pyjama. Niemand begrijpt waarvoor hij is opgepakt, de paniek is groot.
Balakian heeft het geluk zijn moeder weer te zien – jaren later. Onder een valse identiteit keert hij in september 1918 naar Istanbul terug. In de tussentijd is hij door Turkse jandarma dwars door Anatolië gesleept en heeft hij onvoorstelbare ontberingen doorstaan. Veel Armeense intellectuelen zijn onderweg vermoord. Balakian begint na terugkomst onmiddellijk zijn ervaringen op te schrijven. Die worden in 1922 en postuum in 1959 (deel twee) buiten Turkije in het Armeens uitgegeven.
Over de deportaties van de Armeniërs en de systematiek die daarbij werd toegepast, is veel bekend. Eerst werden de mannen in het leger oproepen, vervolgens werden vrouwen, kinderen en bejaarden weggevoerd, richting woestijn. Criminele bendes en Koerdische stammen vielen de stoeten Armeniërs aan; vrouwen werden verkracht en ontvoerd, bezittingen in beslag genomen, mensen werden vermoord, hun lichamen verminkt. Maar niet eerder was een deportatie vanuit het perspectief van een gedeporteerde in het Engels te lezen. ’Armenian Golgotha’ biedt een uniek inzicht in hóe en in welk politiek klimaat de deportaties zich voltrokken.
De Engelse editie is vertaald door de Amerikaanse hoogleraar en schrijver Peter Balakian, een achterneef van Grigoris, en vertaler Aris Sevag. De uitgave is voorzien van voetnoten en een uitgebreide toelichting.
Het Ottomaanse Rijk vocht tijdens de Eerste Wereldoorlog aan Duitse kant. Vaak hoor je in Turkije dat het deportatieplan door de Duitsers is ingegeven. Balakians verhaal onderschrijft dat. De Duitse generaal Von Der Goltz Pasha opperde al in februari 1914 tijdens een toespraak in Berlijn dat alle Armeniërs uit het Turks-Russische grensgebied moesten worden verwijderd omdat ze te pro-Russisch waren.
In Anatolië woonden en werkten in 1915 veel Duitsers. Ingenieurs legden de strategisch belangrijke Bagdad spoorlijn aan; volgens Balakian waren zij sterk anti-Armeens. Toch waren het Duitsers die hem uiteindelijk hielpen te ontkomen.
Het duurde lang voordat de Armeense notabelen konden bevatten dat hun deportatie deel van een dodelijk masterplan uitmaakte, ook al kregen ze van Turkse kant wel eens een hint in die richting. Zij bleven protesttelegrammen sturen naar hun vriend Mehmet Talaat Pasha, de minister van binnenlandse zaken. Maar Talaat Pasha was juist de architect van het plan. Van vergissing was geen sprake.
Eèn van de bewakers, kapitein Shukri, knoopte onderweg een gesprek aan met Balakian. Geanimeerd vertelde hij hem hoe hij de supervisie had over het afslachten van meer dan zesduizend Armeense vrouwen en kinderen uit Yozgat. Nadat Turkse vroedvrouwen hen buiten de stad uitgebreid hadden gefouilleerd – alles van waarde werd ingepikt – selecteerden Turkse mannen de mooiste meisjes. Vervolgens mocht de opgetrommelde bevolking met bijlen, stokken en landbouwwerktuigen erop los gaan.
Balakian vertelt over open rijtuigen vol Armeense weesjongens die, net besneden, door Ankara moesten paraderen In het dorpje Ashvar stuitte hij op Armeense families die als Turkse moslims probeerden te overleven. Zij smeekten hun bisschop hen te vergeven en in tranen baden zij gezamenlijk het Onze Vader.
Weerkerend thema in het boek is het Het Grote Omkopen. Van hoog tot laag kon er bij officieren in het leger met een goudstuk wel wat geregeld worden. Water, een korst brood, of een uur extra uitrusten. Als de Turken niet zo gevoelig voor de omkoop-pogingen waren geweest, hadden heel wat minder Armeniërs de deportaties overleefd.
Balakian woonde in 1917 ondergedoken tegenover een ziekenhuis in Adana waar Turkse gewonden van het Syrische front door Armeense verpleegsters werden verzorgd. Een verpleegster vertelde Balakian over de Turkse soldaat die haar zei: zuster, laat me sterven als een hond, als je wist wat ik met Armeense vrouwen heb uitgehaald, zou je wegrennen...
Voor de slappe houding van de Armeense geestelijk leiders in Istanbul heeft Balakian geen goed woord over; de Armeense collaborateurs die via namenlijsten de deportaties vergemakkelijkt hebben, noemt hij met naam en toenaam. ’Armenian Golgotha’ eindigt met Balakians hartstochtelijke oproep aan alle Armeniërs om de moed niet te verliezen en geen enkele leider ooit nog te vertrouwen. De aartsbisschop overleed in 1934 in Marseille.
Talaat Pasha, de minister van binnenlandse zaken, vluchtte in 1918 naar Berlijn. Drie jaar later werd hij tijdens zijn ochtendwandeling in de wijk Charlottenburg doodgeschoten. Woedende Duitsers overmeesterden de jonge moordenaar Soghomon Tehlirian geheten. Die vertelde tijdens zijn proces dat hij de enige overlevende was van een grote Armeense familie uit Erzincan. Tijdens de deportatie werden zijn zusters en zijn broer en moeder gedood. Soghomon kreeg een klap op zijn hoofd. Toen hij bijkwam, was de karavaan uit het zicht verdwenen. Hij leed sindsdien aan epilepsie en had zich bij een Armeens wraakcommando aangesloten.
Tijdens het proces kreeg Balakian veertig minuten spreektijd als getuige, hoewel Turkse diplomaten dat probeerden te verhinderen. Toen de rechters het oordeel van de jury volgden en Tehlirian vrijspraken, klonk er in de rechtszaal applaus op.
Begin dit jaar werd in Turkije een cahier van Talaat Pasha in facsimile gepubliceerd. In dit zwartboek staan nauwkeurige lijsten met aantallen gedeporteerden per regio: tot 1917 zijn circa een miljoen Armeniërs weggevoerd. Een veel hoger aantal dan tot nu toe door de Turkse overheid is toegegeven. In Turkije, waar Talaat een eregraf heeft, veroorzaakte de publicatie geen schokgolf. De samensteller ervan kwam onder vuur te liggen, maar de gruwelijke feiten zelf werden genegeerd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.