*

 

Alles wat ik van u heb, zijn brieven

Ger Leppers − 26/09/09, 00:00

Vlak na zijn geboorte liet zijn moeder hem in de steek. Pas toen de Franse schrijver Léautaud bijna dertig was, zag hij haar terug. Dat was het begin van een hartstochtelijke en pijnlijke briefwisseling.

  • Léautaud. (Trouw)

Wie ziet hoe een kind zich als een diertje tegen zijn ouders kan aandrukken, die weet dat de hang van een jong mens naar geknuffel en veiligheid nauwelijks verschilt van fysieke behoeften als honger en dorst.

De Franse schrijver Paul Léautaud is op dat gebied veel tekort gekomen. Drie dagen na zijn geboorte verliet zijn moeder, de jonge actrice Jeanne Forestier, haar kind en diens vader, de rokkenjagende souffleur Firmin Léautaud, die zeven jaar daarvoor bij Jeanne’s zus Fanny al een dochter had verwekt.

De jonge Paul werd grotendeels opgevoed door zijn kindermeid, Marie Pezé, terwijl ook zijn tante Fanny zich regelmatig om hem bekommerde. Zijn moeder zag hij enkel bij de sporadische gelegenheden dat ze zijn vader kwam opzoeken.

Eind oktober 1901 – Léautaud loopt dan al tegen de dertig – ontvangt hij van zijn grootmoeder in Calais een briefje. Het bevat vier woorden: „Fanny erg slecht kom.”

En daar, aan het sterfbed van zijn tante, ziet hij zijn moeder terug. De ontmoeting ontketent in Léautauds gemoed een storm die maandenlang zal aanhouden, en waarvan dit boek de aangrijpende neerslag is.

Na het ongemakkelijk verlopen weerzien ontstaat er namelijk een briefwisseling tussen moeder en zoon, die van de kant van de schrijver begint vol hartstocht, maar die zal eindigen in ontreddering.

Zowel de brieven van Léautaud als die van zijn moeder zijn opgenomen in deze ’Brieven aan mijn moeder’, dat door de vertaler – tevens biograaf van Léautaud – van uitgebreide en nuttige aantekeningen is voorzien.

Léautaud is aanvankelijk in de wolken met het geringste blijk van aandacht. Hij hecht een haast fetisjistisch belang aan elk voorwerp dat hij van zijn moeder bezit. Voor elke nalatigheid van Jeanne's kant bedenkt hij in zijn euforie een excuus, nog voordat zij zich ervoor heeft kunnen verontschuldigen.

In de brieven van Jeanne – stijver, voorzichtiger van toon, later steeds meer vol verwijten – proef je het ongemak, en bij vlagen zelfs de paniek, van een vrouw die jegens eigenlijk alle betrokkenen in een scheve positie verkeert: ten opzichte van haar zoon die ze in de steek heeft gelaten, maar ook ten opzichte van haar nieuwe gezin en haar moeder. Zij woont in het duffe en burgerlijke Genève, en ze raakt ze er steeds meer van doordrongen dat dit buitenechtelijke kind een bedreiging kan vormen voor het rustige en comfortabele bestaan dat ze daar op het leven had weten te veroveren. Dat ze zich met de situatie niet goed raad weet, blijkt alleen al uit het feit dat ze haar zoon soms in dezelfde brief afwisselend aanspreekt met ’je’ en ’u’.

Vastbesloten de regie over haar leven niet uit handen te geven en bevreesd dat haar ontboezemingen in vreemde handen zouden kunnen vallen, vraagt ze Paul op een gegeven moment dan ook al haar brieven terug te sturen. Daarna, voegt ze er enigszins perfide aan toe, zullen ze hun correspondentie op nieuwe voet kunnen hervatten. „Ik heb mijzelf laten gaan om brieven te schrijven die ik absoluut afkeur, omdat jij mij hebt geantwoord op een toon die mij diep heeft geraakt.”

De schrijver wenst aan dat verzoek geen gehoor te geven. Teruggave van de brieven zou voor hem weinig minder zijn dan een ramp, ’omdat het de enige dingen zijn die ik bezit die werkelijk van u afkomstig zijn’. „U hebt andere kinderen kunnen krijgen”, schrijft hij, „terwijl ik mij geen andere moeder heb kunnen bezorgen”.

Ook na herhaald aandringen blijft Léautaud bij zijn weigering, en uiteindelijk leidt dat ertoe dat Jeanne het contact verbreekt. Maar nog jarenlang zal Léautaud haar op haar naamdag en met de jaarwisseling een brief sturen met felicitaties en goede wensen. En één keer, op 26 februari 1903, een éénregelig kattebelletje waarin hij haar op laconieke toon de dood meldt van zijn vader Firmin.

Het schrijnendste zinnetje van het boek staat in het korte voorwoord van Léautaud. Het vat de hele complexe relatie tussen moeder en zoon samen: „Ik zou er trouwens wat voor over hebben om deze brieven nog eens te kunnen schrijven.”

mailIcon print |