*

 

Hans Achterhuis wint Socrates Wisselbeker met dik geweldboek

Van onze verslaggever − 18/04/09, 00:00

Tijdens de Nacht van de Filosofie is Hans Achterhuis’ ’Met alle geweld’ aangewezen als het meest prikkelende filosofische publieksboek van 2008.

  • (\N)
  • (\N)

Filosoof Hans Achterhuis kreeg al eerder lof voor zijn boek ’Met alle Geweld’. Het prijkte op menig oudejaarslijstje met ’beste boeken’ en Trouw noemde het eerder ’monumentaal’. Gisteravond werd ’Met alle geweld’ tijdens de Nacht van de Filosofie gekozen als meest prikkelende filosofische publieksboek van 2008.

Volgens de jury heeft Achterhuis zich in zijn meesterstuk als een ’filosofische veelvraat’ door de relevante literatuur heen gewerkt en slaagde hij er zo in de vele aspecten van dit ’veelkoppige monster’ te onthullen. Ondanks de forse omvang (793 pagina’s) is het boek volgens Trouw-redacteur en jurylid Leonie Breebaart ook geschikt voor een groot publiek. „Ik heb me er geen moment bij verveeld. Achterhuis gaat in op allerhande actuele kwesties, van gewelddadige games tot de affaire-Duyvendak, maar verliest daarbij nooit de dringende filosofische vraag uit het oog hoe geweld ontstaat en hoe het gerechtvaardigd wordt.”

Dat is de ’prikkelende kwestie’ die dit boek volgens de jury voortdrijft: hoe komen mensen er telkens weer toe geweld goed te praten, juist als ze dat, zoals veel idealisten in de jaren zestig en zeventig, willen uitbannen. Achterhuis, die zelf ook zo’n idealist was, concludeert nu dat juist utopisch denken vaak tot geweld leidt. Vooral de gedachte dat je wel een ruit mag ingooien of een industrieel ontvoeren, als je maar een betere wereld voor ogen hebt, leidt tot het goedpraten van geweld. Een gedachte waar Achterhuis nu met klem afstand van neemt.

De winnaar van de Socrates Wisselbeker is bij uitstek een filosoof die zich met het maatschappelijk en politiek debat bemoeit: geen studeerkamergeleerde. Al vanaf de jaren zeventig hebben zijn boeken, met thema’s als milieuproblematiek, ontwikkelingshulp en utopie, invloed op het maatschappelijk debat.

Heel bekend werd bijvoorbeeld ’Het rijk van de schaarste’ (1988) en het in 1999 verschenen ’Politiek van goede bedoelingen’, waarin Achterhuis al waarschuwt voor een politiek van zuivere morele motieven: die bereikt vaak niet wat ze beoogt.

Te oordelen naar de lofredes die gisteren over de andere genomineerden werden afgestoken, had Achterhuis niettemin sterke concurrenten. Sjaak Koenis werd geroemd om zijn heldere analyse van een Nederland dat opeens buitengewoon sterk hecht aan de eigen cultuur en identiteit; de Vlaming Jean Paul Van Bendegem bekoorde de jury met een boek met plannen voor de tien boeken die hij nog zou willen schrijven, als hij tenminste de tijd had. Over God en humor bijvoorbeeld, en over vrijmetselarij, over wiskunde of Sherlock Holmes. „Je moet misschien een geniale gek zijn om zo’n boek te schrijven”, aldus de jury.

Lovende woorden waren er ook voor René ten Bos, die met ’Het geniale dier’ een ’dwars, sprankelend’ boek schreef over de verhouding tussen mens en dier, maar daarbij tot heel andere conclusies komt dan bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren. Voordat we het dier rechten verlenen, moeten we eerst maar eens iets begrijpen van hun vorm van intelligentie, al druist die recht in tegen onze ideeën over het verstand.

Actueel én filosofisch doorwrocht vond de jury ook ’Vreemd lichaam’, waarin Jenny Slatman sprekende voorbeelden uit onder meer de plastische chirurgie aanhaalt en inzet voor een helder betoog over het lichaam en wat ons daarin vreemd of juist eigen is. Ben je nog dezelfde als je een andere neus krijgt aangemeten, of een prothese? Ook die vraag prikkelde de jury.

Volgens de jury bereikt Achterhuis – maar ook andere genomineerden – een groot publiek, zonder de filosofische ernst prijs te geven. Die twee zaken zijn voor filosofen van nu niet meer met elkaar in strijd.

mailIcon print |