*

 

Darfur is nog maar het begin

Co Welgraven − 11/04/09, 00:00

Klimaatverandering kan niet alleen tot natuurrampen leiden, maar ook tot oorlogen. De derde wereld is weer de klos, schrijft de Duitse sociaal-psycholoog Harald Welzer in een beklemmend, maar helaas slecht vertaald boek.

  • Onder het oog van militairen staan vrouwen uit een vluchtelingenkamp te wachten op de uitdeling van water. (Trouw)

Oorlogen in deze eeuw zullen niet zozeer het product zijn van botsende ideologieën of strijd tussen politieke stelsels, maar rechtstreeks terug te voeren zijn op de opwarming van de aarde, stelt de Duitse sociaal-psycholoog Harald Welzer in zijn boek ’De klimaatoorlogen’.

Door de klimaatverandering ontstaan er onbeheersbare conflicten over het steeds schaarser wordende water en over de toegang tot andere natuurlijke hulpbronnen én vruchtbaar land. Er zullen gigantische vluchtelingenstromen op gang komen die niet of nauwelijks in goede banen te leiden zijn.

De sociale samenhang in de betrokken regio’s en landen, die vaak toch al weinig stabiel zijn, raakt verder in de verdrukking, wat de kans op langdurige gewapende conflicten verhoogt. De oorlog in Darfur is een afschrikwekkend voorbeeld van wat ons in de (nabije) toekomst te wachten staat, zoals de verwoestingen die orkaan Katrina in New Orleans heeft aangericht de voorbode zijn van omvangrijke natuurrampen die de wereld zullen overspoelen.

Het boek van Welzer is hoogst interessant en tegelijkertijd buitengewoon deprimerend. Met kracht van argumenten schetst hij een toekomstscenario waarbij deze planeet onherroepelijk naar de afgrond gaat.

De klimaatverandering is op zichzelf al een groot gevaar: denk aan overstromingen door de stijging van het zeewater waardoor vele miljoenensteden onder water kunnen komen te staan. Maar de oorlogen die er het gevolg van zullen zijn, zijn minstens zo bedreigend: door verdroging en verwoestijning enerzijds en overbevolking anderzijds, neemt de druk op vruchtbaar land waar nog wel regen valt gevaarlijk toe, zeker in gebieden waar de sociale cohesie fragiel is en die om wat voor reden dan ook toch al vatbaar zijn voor conflicten.

Dat laatste is natuurlijk een kolfje naar de hand van de psycholoog Welzer. Zijn benadering van een op zichzelf bekend probleem – de klimaatverandering – maakt zijn boek juist zo interessant. Mensen hebben de neiging, betoogt hij, om de voorkeur te geven aan confrontatie boven samenwerking; het is niet: jij een stukje land, en ik een stukje land, maar: als ik jou doodmaak, heb ik twee keer zoveel.

Zoals zo vaak zijn vooral de zwaksten de pineut: de rampen en oorlogen zullen zich vooral voordoen in de derde wereld. Dat is extra schrijnend, omdat de betrokken landen per hoofd van de bevolking de minste broeikassen hebben uitgestoten terwijl de grootste vervuilers – de rijke westerse landen – waarschijnlijk het minst onder de gevolgen zullen lijden, zeker wat het risico op oorlogen betreft. De sociale instituties in het westen zijn sterker, het staatsapparaat is beter uitgerust, de mogelijkheden om conflicten vreedzaam op te lossen zijn groter. Zo is de kans op een oorlog in een land waar het gemiddeld inkomen 250 dollar of minder is, vijftien keer zo hoog is al in landen waar dat inkomen vijfduizend dollar of meer is.

Welzer probeert een verklaring te zoeken voor de paradox dat de mensheid de kennis en middelen heeft om de ondergang van de aarde te voorkomen, maar desondanks (te) weinig doet om dat onheil af te wenden. De auteur houdt van paradoxen: regelmatig verwijst hij naar zijn vorige (goed ontvangen) boek ’Daders’ waarin hij het antwoord probeert te vinden op de vraag hoe het toch kan dat de nazikopstukken over het algemeen keurige huisvaders waren terwijl ze van die weerzinwekkende misdaden begingen.

De belangrijkste verklaring voor de klimaatparadox is volgens Welzer het kortetermijndenken dat de mensheid eigen is. De ondergang van de planeet is te voorkomen door het nemen van strenge milieumaatregelen waarvan het effect niet direct maar pas over jaren zo niet decennia meetbaar is, en daar houden wij mensen niet van: wij willen boter bij de vis. Bovendien zit de kennis om het gevaar af te wenden vooral in de rijke landen, die kennelijk minder bedreigd worden, althans in de visie van de Duitse sociaal-psycholoog. De urgentie om snel wat te ondernemen is al met al niet erg groot.

De wetenschapper verwacht weinig van afspraken à la Kyoto, en de naleving daarvan. Hij ziet evenmin veel in individuele pogingen het milieu te ontzien. Dat komt weliswaar allemaal uit een goed hart, maar het verkleinen van je eigen ecologische voetafdruk zet nauwelijks zoden aan de dijk. En het valt in het niet bij de milieuschade die opkomende industrielanden gaan aanrichten, zoals China, India en Brazilië. Dat de VS en Europa die landen tot matiging manen is misschien begrijpelijk maar ook behoorlijk arrogant en hypocriet.

Veel hoop biedt Welzer de lezer niet, hij toont zich zelfs een fatalist. Die Untergangsstimmung – waarop Duitse wetenschappers het patent hebben – begint op den duur wel te irriteren. Is er dan helemaal niks dat ons kan redden, heeft de dokter de patiënt opgegeven? Wat zouden we ons dan ook druk maken, er valt toch niks meer te veranderen.

Toch gloort er voor de lezer een lichtje. Welzers boek verscheen vorig jaar zomer in het Duits. Hij heeft het dus geschreven in een tijd dat George Bush nog president van de VS was; die moest van milieumaatregelen niet veel hebben. Zijn opvolger Barack Obama heeft tijdens zijn recente rondreis in Europa gezegd dat Amerika op milieugebied het voortouw moet nemen. Niet dat daarmee het probleem in één klap is opgelost, maar zelfs Harald Welzer zou deze opmerking van de president toch als een zwaluw kunnen zien.

mailIcon print |