We realiseren ons in Nederland te weinig wat voor goud we in handen hebben met het choreografenduo Lightfoot/León van het Nederlands Dans Theater (NDT). Hun nieuwste werk ’Sehnsucht’ voor NDT I is van wereldklasse; groot van hart en groot van inzicht.
Motor daarvoor is nu eens níet Philip Glass op wiens minimalistische thema’s Lightfoot/Leóns gedanste dansdrama doorgaans gestalte krijgt; het is de grote, als ’ondansbaar’ geachte Beethoven die hun dans een onverwachte wending geeft.
Danser Stefan Zeromski zit gehurkt en heeft zijn ledematen als scharen van een soort krab voor zich geplaatst. In een pilaar van licht rijst hij op en spreidt hij zijn armen; van paleozoïsch oerwezen naar Leonardo da Vinci’s Vitruviusman; de mens als maat der dingen. In hem ligt het universum besloten.
Da Vinci’s cirkel en vierkant bepalen het decor in ’Sehnsucht’ waarin de Vitriviusman als alwetende door het stuk dwaalt. Achter hem een grote cirkel die het esthetisch umfeld vormt voor een vierkante huiskamer die steeds een kwartslag draait. In deze kantelende werkelijkheid worden dansers Aurélie Cayla en Medhi Walerski gedwongen zich steeds aan nieuwe omstandigheden aan te passen.
Dressoir wordt opstap, deur wordt luik. Ze liften elkaar, vangen elkaar op en glijden omstrengeld langs de muren die eerder plafond of vloer waren. Hun streven naar stabiliteit is tragisch, maar niet uitzichtloos. Met zijn armen gestrekt komen Vitriviusman, vierkant en cirkel bij elkaar: de kamer lost met magisch caleidoscopische kracht in de ruimte op. Het vierkant, dat bij Da Vinci staat voor het materiële, verenigt met de cirkel, die staat voor het spirituele – tezamen: de menselijke natuur.
De openbaring van vrijheid krijgt gestalte in het tweede deel als Beethovens Vijfde een elfkoppig ensemble onder alziend oog van Vitriviusman bombastisch over het podium jaagt. Klassiek oogt deze apotheose van blote bovenlijven in gelid, met hoge sprongen in gestrekte poses; nieuw voor het duo dat in kleine bezetting met intiem dansdrama het beste gedijt. Ook nu de constatering dat dit groepswerk choreografisch niet heel interessant is, maar met dank aan de Beethovenbombast met de knipoog der distantie uitgevoerd, wel degelijk op zijn plek valt.
De reprise van ’Walking Mad’ (2001) onderstreept dat NDT met het (weer) inlijven van Johan Inger als huischoreograaf zich nóg steviger op de danskaart zet. Ingers absurdistische danstaal, hier vol luchtige lentekriebels op een dorpsfeest, biedt een mooi tegenwicht op de soms wat zware melancholie van afscheid en verlangen die je bij Lightfoot/León tegenkomt. Dat Jirí Kylián een constante factor van kwaliteit, verwondering en bezinning is, kunnen we zien in Click-Pause-Silence (2000). Het menselijk (on)vermogen tot contact wordt hier tot de kern gefileerd.
Een topgezelschap, dat NDT.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.