Een ballet duurt zelden langer dan twintig à dertig minuten en voor een avondvullende avond moet een gezelschap wel een aantal werken aan elkaar rijgen. Met die verschillende choreografieën één consistent programma creëren lukt vaker niet dan wel, maar Introdans heeft het de laatste tijd goed in de vingers.
In het programma ‘Lijnrecht’ is gekozen voor de thematische paraplu ‘ruimte’ en ‘vorm’, wat in de dans wel heel erg algemeen is, maar hier een prettig dwingend karakter krijgt. Met werken van Lucinda Childs en Hans van Manen heeft het Arnhemse gezelschap dan ook wel meteen de koning en koningin van de dansruimte binnengehaald; beter gezelschap kan nieuwkomer Mauro de Candia, die bij Introdans zijn Nederlandse debuut maakt, zich niet wensen.
Het wervelende ‘Concerto’ (1993) van Lucinda Childs behoort inmiddels tot de Introdans-succesnummers: een levenslustige proeve van dansmathematiek. Op Górecki vormen de dansers strenge en toch luchtige formaties, in minimale variaties waaieren ze alle kanten uit. ‘Chairman Dances’ (2000) is net zo’n ruimtelijk dansfeest: ook in dit debuut voor Introdans vult de minimalist Childs de ruimte in met stevige formatiedans, echter veel minder stringent en met een intelligent muzikaal gehoor. Componist John Adams laat de motieven in zijn ‘Chairman Dances’ (uit de opera ‘Nixon in China’) elkaar op de hielen zitten: sentimenteel en slick, dan weer vol bravoure – een bouwwerk van hemelbestormende energie. Childs volgt met haar dans dezelfde lijnen. Formaties zijn de hartslag van de muzikale structuren, duetten haken daarop in als ruimtelijke counterpunten. In rode Chinese tunieken vormen de gedreven Introdansers (hun armen als playmobilpoppetjes in stijve port de bras) Chinese partijgelederen, repetitief voetenwerk voert hen alle kanten op. Een school vissen eensgezind op drift.
De Italiaanse choreograaf Mauro de Candia definieert ruimte antithetisch: als gebrek eraan. Het individu wordt opgevoerd als een wezen dat in de informatiemaatschappij is ‘gedeïndividualiseerd’: Big brother is watching you. Zoeklichten dwalen als in een binnenplaats van de gevangenis over danserslichamen, lijven trillen in gelid onder een onheilspellend abstract luchtprojectiel. Door het geluidsdecor (de bekende elektronische piepjes, knarsjes en onhoorbaar gefluister) wordt er een zweem van dreiging opgeroepen, door een gebrek aan climax blijft de suggestie zouteloos. In bewegingsmateriaal paalt De Candia aan bij de huidige generatie Europese choreografen: eclectisch in stijl, met (vanuit slowmotion ingezette) isolaties en lange extensies. De aanzet is er, maar de tijd zal leren of daar een eigen, écht noodzakelijke signatuur uit ontstaat.
Die noodzakelijkheid is bij Hans van Manen spreekwoordelijk. Het blijft verbazen; je kijkt naar zijn werk en denkt: dit had niet anders gekúnd, alles klopt. In ‘Three Pieces’ (1968) hebben de Introdansers daar een prima aandeel in; een fijn sluitstuk voor een mooie avond.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.