Voor een film heb je niet meer nodig dan een meisje en een pistool, schijnt Godard ooit gezegd te hebben. Een uitspraak die je, zoals de meeste uitspraken van het Franse orakel, niet al te zwaar moet nemen.
Nu zullen altijd wel films over of meisjes of pistolen gaan, en vaak over beide, maar alleen een meisje en een pistool maken nog geen film.
De experimentele filmmakers Maartje Seyfert en Victor Nieuwenhuijs lijken voort te borduren op het beroemde citaat in ’Crepuscule’, althans zo suggereerde de catalogus van het Filmfestival Rotterdam waar de film in januari première ging.
Nellie Benner speelt een naamloos meisje dat haar intrek neemt in een souterrain ergens aan de rafelranden van Amsterdam. Er staat een elektrische piano, er ligt een Perzisch tapijt. Ze is alleen en dus pingelt ze naakt, met alleen hoge pumps aan, wat op de pianotoetsen of bakt een waterig ei in een oude koekepan. Tijdens een zwerftocht door Amsterdam stuit ze op een advertentie voor een hulp in een autowasserij. Ze neemt het baantje.
Een van haar klanten (Titus Muizelaar) oogt dreigend door het autoraam en lijkt haar ’s nachts te achtervolgen naar haar kamer. Op haar hoofdkussen ligt plotseling een pistool. Of droomt ze dat pistool?
Crepuscule is een ander woord voor de schemering en in de eerste scenes weet deze zwijgende, dromerige zwart-wit film ook heel aardig het gevoel op te roepen van een aankomst in de grote stad. Een meisje zonder wortels, dat doelloos in haar eentje haar dagen en nachten slijt. Seyfert en Nieuwenhuis zochten de juiste sombere stadse locaties en kozen een jazzy soundtrack.
Maar lang duurt de betovering niet. Dat steeds weer blote meisje, die pumps, die man, het pistool, het gedraai met de kogels; het gaat in gekunstelde melancholie rap op de zenuwen werken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.