De publieksmix leek in de foyer zo veelbelovend. Cultuurambtenaren (veel), kunstpausjes (flink wat) en andersoortige (vooral witte) ’culturele elite’ (massaal) zij aan zij met (veelkleurige) schooljeugd en hiphopkids die elkaar onderling begroetten met hun onnavolgbare ’boks’, ofwel hiphopgroet. In de zaal splitsten de wegen zich keurig langs aloude scheidslijnen: genodigden in de zaal, minder chic op de balkons.
Flauw om het zo te benoemen misschien, maar de placering in de Amsterdamse Stadsschouwburg was exemplarisch voor het manco van ’Zwanenmeer Bijlmermeer II’, een dansvoorstelling waarin vier dansers van Het Nationale Ballet een dansontmoeting hebben met zes dansers van het streetdancegezelschap Don’t Hit Mama uit Amsterdam-Zuidoost. De ontmoeting, en het beoogde plezier van het samenzijn rond de thematiek van de balletklassieker ’Het Zwanenmeer’, bleef de volle voorstelling geforceerd.
Regisseur Nita Liem van Don’t Hit Mama is een niet te missen kracht in de emancipatie van urban dansstijlen. Liem maakte in 2006 met middelbare scholieren uit Amsterdam-ZO en ROC-dansstudenten, ook met HNB, ’Zwanenmeer I’. Dat zinderde van de jeugdige energie en de ontroerende verwondering van het onbekende. Waarom dat succes ’getopt’ moest worden, is een raadsel.
Nu er aan ’II’ louter professionele dansers meedoen en heuse theaters worden aangedaan, is de verwondering weggeslagen. Op de streng uitgelichte planken van de schouwburg valt extra op dat Liem die typische romantische thematiek uit ’Zwanenmeer’ (goed-kwaad, etherisch-aards) niet bijster gelaagd heeft opgepakt. Sterker: er is geen sprake van enige poging tot heldere dramaturgie. In een aaneenschakeling van showcases (met tot vervelens toe doorgesamplede Tsjaikovski-deuntjes) snuffelt urban aan academisch, wordt af en toe elkaars kunstje uitgeprobeerd – en hooguit een voorzichtig duet ingezet. Alles is benaderd vanuit de urban optiek: de klassieke dansers blijven snoeshanen met een raar rokje aan die raar rondjes draaien. De urban dansers kijken ernaar en stelen vervolgens de show met hun prachtige, razend knappe, maar lege dansmoves. Juist hierin had het academische jargon – lyrisch, poëtisch, onzegbaar emotioneel – voor diepgang kunnen zorgen. Net zoals het principe van de hiphopshowcase het ’stijve’ ballet had kunnen opfluffen. Een enkel bewegingselement (vleugelwieken, immers: ’Zwanenmeer’, of een b-boyende stervende zwaan) accentueert de uitwisselingsarmoede alleen maar.
Zo werkt ’Zwanenmeer Bijlmermeer II’ vooroordeelbevestigend. Ballet is een verstofte museale rariteit, streetdance tovert vette tricks uit de hoge hoed. Beide werelden lagen nog nooit zo ver uit elkaar.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.