*

 

Geestig en fris rondtollen door de gekweldheid van Stefan Zweig

Arend Evenhuis − 02/04/09, 00:00

De landkaart van Europa hangt uit het lood. De geliefde van de joods-Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig hing de landkaart niet voor niets schever dan scheef aan de wand: het is februari 1942. Heel Europa is het noorden kwijt. Zweig en zijn beminde zijn meervoudig hun noorden kwijt.

Weliswaar vluchtten zij tijdig voor de naziterreur naar Brazilië, maar ook daar voelen zij zich dusdanig verstikt door het fascisme, dat zij gezamenlijk zelfmoord plegen.

Je moet van doortastende huize komen om een stuk over het idealistische, opgejaagde en gepijnigde leven van Zweig te schrijven en dat ook nog eens te spelen. Want larmoyante devotie ligt in deze context als een muur van obstructie alom rondom.

Jeroen de Man, Vincent Rietveld en Mara van Vlijmen slagen daar met hun voorstelling ’Villa Europa – de wereld van gisteren’ wonderwel en glorieus in. De laatste twee spelen alle rollen van het toneelstuk, met eindregie van Jos Thie.

Ze zijn het vertwijfelde echtpaar Zweig in Brazilië, ze zijn de neutrale chroniqueurs die over leven, feiten en daden omtrent Zweig berichten. Hoewel neutraal: wiebelend staand op een berg nog niet verbrande boeken, zoeken ze naar feitenmateriaal alsof hun leven er van afhangt. In een geestig voorttollende ’Twee voor twaalf’-parodie (’tringeling!’) spitten ze lukraak en luidkeels uit rondslingerende encyclopedieën.

Steeds filosofeerde Zweig over ’medelijden als menselijkheid’, hij beschreef hoe je dient te wandelen of hoe je een kamer binnenschrijdt, hij ontving geestverwanten in zijn Villa Europa om over het toekomstig Europa te redetwisten en zag hoe de nazi’s zijn boeken verbrandden.

Mara van Vlijmen en Vincent Rietveld stuwen elkaar op in een duizelingwekkende, grotesk aangezette stroomversnelling. En toch blijft alles wat ze oproepen glashelder, ook al wisselen ze heen en weer van echtpaar-Zweig naar ijskonijnige vertellers of passanten die in een bordkartonnen stripverhaal belandden. Fris, kwiek en meeslepend.

Chopin’s dodenmars jengelt als een kermisgimmick voort, want die voorzegde zelfmoorden hebben zich immers nog niet voltrokken. Maar er moet nog zoveel worden verteld, beluisterd, beleefd – gelééfd kortom! Zelfs vlak voor haar zelfmoord, als Zweig al door het gif is geveld, verkleedt zijn echtgenote zich alsnog om de plantjes water te geven.

Sober en ronduit roerend is het relaas van Zweigs ontmoeting met beeldhouwer August Rodin. In zijn atelier veranderde Rodin als bij blikseminslag van alledaags gastheer in groot kunstenaar door z’n colbertje met een werkkiel te verwisselen, en nog wat aan een buste corrigeert. Zijn gast Zweig perplex en gewond van zielsherkenning achterlatend.

mailIcon print |