De zeven dansers van Danstheater Aya staan stil op de dansvloer en kijken elkaar aan alsof ze de weg kwijt zijn in het leven. De een hoort stemmen die er niet zijn, de ander voelt zich nergens thuis en een derde is verslaafd aan zijn computerspel. Door de voorstelling ’Ziel’ waait een kille wind.
’Ziel’ begint met een inkijkje in de ziel van een van de dansers. Bij binnenkomst in de foyer van het theater krijgt het publiek een gekleurd geurkaartje mee. Het wijst de weg naar een kleine ruimte, waarin Sheya, Lucien, Mouna, Regilio, Kerem, Thijs of Cherig zich blootgeven.
Lucien Denny neemt zijn groepje door een lange gang mee naar een koude kamer. „Ik was een leuke jongen”, zegt de boomlange boy met zwarte dreadlocks. Maar als hij vroeger in het donker in zijn bed lag, hoorde hij zijn ouders beneden ruzie maken. Het huiselijk geweld heeft stemmen in zijn hoofd achtergelaten. Het is een indringende scène die door je hoofd blijft spoken als je even later in de theaterzaal zit en de zeven dansers in het decor staan. Ze ontmoeten elkaar op een betegeld plein met rondom klimrekken van hoog opgestapelde metalen tafels.
De voorstelling laat een andere danstaal zien dan we van choreografe Wies Bloemen gewend zijn. Niet warm, gloedvol en emotionerend, maar koud, verlaten en vervreemdend. In heftige choreografieën op harde muziek overheersen hoekige bewegingen.
De dansers zoeken energiek de extremen op. Ze rennen heel hard heen en weer om vlak voor het publiek tot stilstand te komen. Ze slingeren elkaar zó heftig rond dat het riskant lijkt of vliegen in een wervelende sprong net niet uit de bocht. In de wens om all the way te gaan, missen de dansers nu juist de boot. De bewegingstaal van Wies Bloemen brengt dit pijnlijk maar ook poëtisch in beeld.
Geestig is de scène waarin de dansers naast elkaar voor het publiek staan en als in een golf bewegingen doorgeven die hun doel voorbij schieten. Een meisje geeft haar buurman een kleffe knuffel die zó lang duurt dat hij het er benauwd van krijgt. Een jongen geeft zijn buurvrouw een speelse maar net iets te harde klap die zij met een stevige mep beantwoordt.
’Ziel’ laat het onvermogen zien om in de ziel van een ander te kijken. Dat we als publiek al die tijd weten wat er in het binnenste van een van die dansers omgaat, maakt de eenzaamheid op de dansvloer des te schrijnender. Maar aan het slot breekt in een innige omhelzing eindelijk de zon door.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.