Met zijn naar Schumann getekende held slaagt Bas van Putten erin uit te drukken wat muzikaliteit is. Dat is de grootste verdienste van zijn roman ’Nachtlied’.
Altijd gevaarlijk, een roman waarin muziek een grote rol speelt. Het is hoogmoed om muziek in woorden te willen vangen en het lukt ook bijna niemand. Maar met een soort schijnbeweging slaagt musicoloog en schrijver Bas van Putten (1965) waar anderen falen: in zijn nieuwe roman ’Nachtlied’ mikt hij niet op muziek, maar op muzikaliteit. En wat er ook schort aan zijn roman, niet de muzikaliteit van de ik-figuur.
Richard Hauch, geïnspireerd op Robert Schumann, rijdt in een koets naar Wenen. Het is een nacht in oktober van het jaar 1838 en hij zou willen dat hij de herfstnacht kon laten zingen. Maar hij beseft dat dit onmogelijk is: de ’zwammengeur’ van de natuur kan hij nooit in muziek laten weerklinken.
De componist beseft dat mensen ook natuur zijn, maar dan wel natuur die kan denken en falen, tragische natuur, en mijmert: ,,Soms denk ik dat muziek moet zijn zoals de mensen zijn geworden: verdrietige natuur die naar zichzelf heeft leren kijken en daarom nooit meer zo kan zingen als de vogels, omdat haar melodieën altijd willen weten wie ze zijn, en nooit het antwoord zullen vinden.”
Zo doet Van Putten dat: hij laat zijn hoofdpersoon gedachten over muziek ontwikkelen vanuit gebruikelijke romantische ideeën en plotseling graven die net iets dieper dan je zou verwachten. En dan lijken die gedachten inderdaad doordrenkt van muziek.
Geregeld durft hij trouwens ook technischer typeringen van muziek te geven. Hij ontdekt een compositie van Schubert met „een bijna scherzo-achtig hoofddeel, even licht als groots en zelfbewust, met in triolen wegschietende houtblazers in ritmisch contrapunt gespannen over een onderlaag van breed verende bassen, eindeloos”.
Een musicus in hart en nieren, zoveel is wel duidelijk. Maar zo’n personage levert nog niet vanzelf een goede roman op. Het verhaal, gebaseerd op de liefde tussen Schumann en Clara Wieck, steekt er wat bleekjes bij af.
De ik-figuur wordt verliefd op de dochter van zijn pianoleraar (’ernstig, principieel verliefd’), maar die man wil niets van hun liefde weten. De vader doet er alles aan om Hauch te saboteren. Hij verspreidt roddels over drank en schuinsmarcheerderij, die niet geheel uit de lucht zijn gegrepen. Daardoor lukt het Richard maar niet om zijn muziektijdschrift voorbij de Weense censor te krijgen. Hij doodt de tijd met brieven schrijven, musiceren, een hoer bezoeken en drinken. En piekeren over zijn geliefde.
Zo’n verhaal heeft maar weinig mogelijke uitkomsten. Ofwel de geliefden overwinnen de vader en treden in het huwelijk, ofwel de vader drijft hen uit elkaar. Wie de levensloop van Schumann kent, weet zelfs al hoe het afloopt.
Maar zwaarder weegt nog dat de verteller in grote delen van het boek dezelfde verhitte toon van diepzinnigheid aanslaat. Die werkt goed als het over muziek gaat, maar op andere momenten wordt het vermoeiend. Wanneer Richard smacht naar erkenning, staat er bijvoorbeeld: „Niemand begrijpt wie ik ben. Ik geloof dat ik de enige ben die kan geloven wat hij niet begrijpt. Dat is het ware geloof, en het is even zeldzaam als genie, als grote poëzie en ware beschaving.”
Galmende woorden, maar de betekenis vervliegt als iemand zichzelf uitroept tot de enige ware gelovige: wie kan hem dan volgen? Richard relativeert zoiets ook nooit. Geen vleugje ironie te bespeuren. Hij spot alleen met anderen.
Nu zou je kunnen zeggen: het is de bloeitijd van de Romantiek, en Richard wordt ook nog eens geplaagd door buien van zwaarmoedigheid. Kijk er eens met een historische blik naar. Dan gaat het boek over een genie dat worstelt met zijn talent en zijn beperkingen. Over Richards onhandigheid en onbegrip, die hij dankzij de Romantiek opvat als kenmerken van zijn verheven natuur. Over muziek die tussen de geliefden als een wig werkt en tegelijkertijd als een brug.
Allemaal waar. Toch moest ik denken aan Wittgenstein, die in zijn dagboeken schreef dat rozijnen het lekkerste deel van de taart zijn, maar dat een zak rozijnen nog geen taart is. Van Putten schrijft soms erg mooi, maar het verhaal draalt – tot het weer over muziek gaat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.