*

 

Wisselvallig Verdi Requiem tussen gregoriaans en God

Peter van der Lint − 05/03/09, 00:00

De uitkomst van een uitvoering van Verdi’s Requiem zou eigenlijk altijd meer moeten zijn dan de som der delen. Vanwege het bijzondere karakter van deze persoonlijke dodenmis van een overtuigd atheïst, en vanwege het gevaar van solisten die concertzaal of kerk verwarren met het operapodium.

Het operateske heeft vanaf het begin (1874) aan dit Requiem gekleefd en het is aan de dirigent om de goede balans tussen wierook en schmink te vinden.

Otto Tausk, chef-dirigent van Holland Symfonia, leidt deze dagen een viertal uitvoeringen van het Verdi Requiem. Na zijn meer dan voortreffelijke interpretatie van Mahlers Vijfde symfonie vorig jaar waren de verwachtingen hoog gespannen. Maar het wonder bleef dinsdagavond in de Haarlemse Philharmonie uit. Deze keer niet een machtige spanningsboog waaronder de vele details sprekend tot leven kwamen, maar meer een globale lezing die merkwaardig aan de oppervlakte bleef hangen en bijna nergens de diepte in dook.

Vreemd was de keus om tussen de misonderdelen gregoriaans te laten zingen. Het klopt dat de allereerste uitvoering in de Milanese San Marco plaatsvond tijdens een ’missa secca’ (zonder brood en wijn) mét de gregoriaanse gezangen en de zangeressen (vanwege de pauselijke ban) in het zwart en gesluierd. Daarna heeft Verdi dat nooit meer goedgekeurd. Zelfs authentiekelingen als Harnoncourt en Gardiner lieten het gregoriaans in hun interpretaties achterwege. In Haarlem voegde het niets waardevols of vernieuwends toe.

Het Nederlands Concertkoor, gepokt en gemazeld in dit repertoire, leverde deze avond nog de meest consistente bijdrage. Maar ook hier had een gedrevener dirigent voor meer vervoering en huiver kunnen zorgen. Holland Symfonia klonk weinig geïnspireerd en liet behoorlijke steken vallen in het beruchte Offertorium-begin voor celli en bij de eerste violen in de ’Sed signifer sanctus Michael’-passage.

In dit laatste fragment zong de Nederlandse sopraan Kelly God iedereen van het podium af. God maakte in 2002 grote indruk in Maastricht in de opera ’The Consul’ van Menotti en zingt verder vooral in Duitsland. Hier tilde zij in haar eentje de uitvoering naar een bijzonder niveau. Prachtige lijnen, ingehouden emoties en een vlammend laatste deel waarin de climax huiveringwekkend mooi tot stand kwam. Van Gods collega’s zong alleen Wilke te Brummelstroete op niveau, al wenste je hier toch een iets donkerder timbre. Al met al een wisselvallige avond.

mailIcon print |