Vier markante musici, onder wie pianist Wolfert Brederode, weten op wonderschone wijze jazz en klassiek samen te laten smelten.
Als je luistert naar het kwartet van pianist Wolfert Brederode ben je eventjes helemaal van de wereld. Wat maakt zijn muziek zo meeslepend?
Twee jaar terug kwam de cd ’Currents’ uit, de eerste opname van een Nederlandse bandleider op het prestigieuze label ECM. Brederode schreef de stukken, maar voor de uiteindelijke vorm ervan tekent zijn hele kwartet: de Zwitsers-Italiaanse Claudio Puntin op (bas)klarinet, Mats Eilertsen uit Noorwegen op contrabas en achter de drums Samuel Rohrer uit Duitsland.
„Claudio en Mats waren mijn jaargenoten op het conservatorium van Den Haag”, vertelt Brederode. „We studeerden alle drie jazz met als bijvak klassiek. Dat zijn niet zo’n verschillende werelden als je zou denken. Mits je kunt improviseren, zijn beide genres goed te combineren.”
In de Europese jazz is dat allang gemeengoed, met ECM als het eclectische vlaggenschip. Brederode’s bandleden hebben er allemaal opgenomen met de illustere Manfred Eicher, de grote roerganger van het Duitse label, de klankdirigent die er als geen ander in slaagt geïmproviseerde muziek de kamermuzikale helderheid van de klassieke muziek mee te geven.
„Toen we ’Currents’ opnamen waren we nog maar net bij elkaar. Sindsdien is ons groepsgeluid hechter geworden, kunnen we steeds subtieler op elkaar en de muziek reageren, vrijheid paren aan precisie en een punt maken zonder dat we daar een hele riedel nootjes voor nodig hebben. De grootste kick krijg ik als niemand precies weet wie nu wat doet, van die momenten waarop de muziek als het ware zichzelf speelt. De (bas)klarinetklank bijvoorbeeld mengt heel mooi met die van de piano, kruipt er echt in, veel meer dan een saxofoon dat kan. Claudio is een echte lyricus die ook heel mooi kan abstraheren, net zoals Mats een melodische bassist is die ook heel vrij kan spelen. En Samuel is voor een drummer opvallend inventief. Met Mats legt hij een lichtvoetige en vooral ook suggestieve drive in de muziek, die daardoor heel transparant blijft.”
„Het zijn allemaal uitgesproken muzikale karakters, iedereen componeert en leidt zijn eigen bands. Daar moet je dan ook gebruik van maken. Ik laat veel vrijheid in mijn stukken en dat leidt tot verrassende gebeurtenissen. Het is heerlijk dat er vanaf drie kanten ideeën op je worden afgevuurd. We zijn met zijn vieren betrokken bij de ontwikkeling van de muziek en nemen allemaal initiatieven. Dat zoek ik in een band: mensen die niet alleen reageren maar ook initiëren, die geconcentreerd eigenwijs musiceren.”
„Ik mag dan officieel de leider zijn, maar wie op wie reageert wisselt. Soms gaat iemand flink los terwijl de anderen juist willen doorgaan op een verstilde passage. Dan kun je met hem meegaan of hem een andere kant op sturen. Zo ontstaat er een golfbeweging, een stroming tussen eb en vloed (’Currents’) waardoor de muziek lijkt te ademen, net als in de minimal music, vooral ook omdat we veel met rusten spelen. Het statische karakter van veel van deze muziek wil ik daarbij vermijden door er variërende harmonieën onder te zetten en er een, meestal trage, melodie overheen te leggen. Zo zorg je voor gelaagde muziek, vol contrasten.”
De sfeer die uit Brederode’s muziek spreekt mag introspectief heten, maar is altijd de energie van het live moment, op het podium en in de zaal, indachtig. En dat werkt meeslepend, temeer door het verhalende karakter van de stukken. Die verhaallijnen zijn niet eenduidig, worden nooit expliciet uitgekauwd en maken daarom bij de luisteraar heel persoonlijke associaties los.
„Ik vind veel raakvlakken tussen literatuur en muziek. Met zangeres Susanne Abbuehl heb ik gemusiceerd over een scala aan literaire teksten en poëzie, van oude Chinese dichtkunst tot werk van James Joyce. En met drummer Joost Lijbaart verzorgde ik de muziek op het luisterboek ’Schaduwkind’ van P.F. Thomése. Net als in een goed boek moet je in verhalende muziek de plot langzaam opbouwen binnen een strakke spanningsboog. Ik zal een melodie of thema daarom nooit pats boem neerleggen, maar altijd suggereren, dat laat veel meer over aan de verbeelding.”
„De kunst is ook om een thema pakkend te maken, niet onnodig complex en intellectueel. Ik luister veel naar volksmuziek, daar hoor je heel directe en oprechte melodieën die vaak op de meest fantastische manieren omspeeld worden. Soms ook laat ik een melodie achterwege en gaat het in de eerste plaats om samenklanken. We voegen dan allerlei tonen toe aan de standaardakkoorden om zo uit de geijkte en voorspelbare harmonische voortgang te breken. ’D minor something!’, roepen we dan bijvoorbeeld. En als we dan een keer een akkoord heel mooi laten oplossen, dan werkt dat des te krachtiger. Dat heb ik geleerd uit de klassieke muziek. Neem Chopin, die schreef heel spannende progressies die je zelfs in de meest hippe jazz-standards niet tegenkomt!”
„Mijn muziek moet een gevoel van herkenning en vertrouwen oproepen en tegelijkertijd spannend en verrassend blijven, niet meteen aan de verwachting voldoen, alleen dan houd je het spannend, mysterieus en meeslepend.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.