Ruim een jaar geleden speelde Grigori Sokolov in de Rotterdamse Doelenzaal de 24 Préludes van Chopin. Maandagavond speelde hij er vier als toegift.
Extremiteiten in tempo, dynamiek en dramatiek waren er ook nu, maar als individuele stukjes klonken de Préludes dit keer evenwichtiger en gaver dan toen Sokolov de complete cyclus liet horen.
Sokolov is momenteel onmiskenbaar in topvorm. Niet voor niets wist het Rotterdamse publiek hem vijf toegiften af te dwingen. Het wonderlijke is dat de redelijk gevulde zaal plat ging in een programma waarin echte pianoklappers volledig afwezig waren. Sokolov leek op dieet met twee minder vaak gespeelde, vroege Beethoven-sonates, na de pauze gevolgd door Schuberts Sonate in D, een werk dat minder toegankelijk is dan zijn laatste Sonate in Bes, die Sokolov hier in 2007 speelde.
Dat de meesterpianist met dit op het eerste gezicht weinig publieksvriendelijke repertoire enorme indruk wist te maken, kwam doordat hij in Beethoven en Schubert op onnavolgbare wijze alle schoonheden wist bloot te leggen, zowel aan de oppervlakte als in de diepte.
Beethovens Sonate in A, opus 2/2 is een jeugdwerk, nog met invloeden van Haydn. Merkbaar is hoe de jonge componist balanceerde tussen twee uitersten: enerzijds de strenge architectuur van de klassieke stijl en anderzijds de grilligheden van de romantiek, waarvan Beethoven een eerste, grote exponent zou worden. Sokolov heeft een beethoveniaanse inborst: ook hij is én een gepassioneerde romanticus, én een architect aan de piano. Afgezien van zijn gave en glasheldere techniek, waren het zijn uitermate rijkgeschakeerde toucher en zijn zeldzaam fijn ontwikkelde vermogen om te fraseren en te articuleren die zijn Beethoven-spel zo bijzonder maakten.
Beethovens Sonate in Es, opus 27/1 heeft als ondertitel ’quasi una fantasia’. Dit onbekendere broertje van de ’Mondschein’-sonate (opus 27/2) klinkt als een uitgekristalliseerde improvisatie, het vak waar Beethoven een ware ster in was. Sokolov speelde het met de vereiste, improvisatorische losheid. Tegelijk was het evident dat de pianist zo’n interpretatie niet ter plekke bedacht, maar er diep over heeft nagedacht. Prachtig was de diepgang in het adagio!
Op dezelfde wijze wist Sokolov zijn luisteraars onvoorwaardelijk aan zich te binden in de sonate van Schubert. Het werd een lange, muzikale reis langs pastorale Oostenrijkse landschappen, waarin de componist een veelheid aan emoties naar voren brengt, in het op het eerste oor overwegend vredige en goedmoedige werk. Hulde aan Sokolov die het publiek hierin mee aan de hand nam.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.