„Het in 1941 opgerichte ’Joodsche Symfonie-Orkest’ werd beschouwd als het beste orkest van Europa. Er waren zelfs niet-Joden die davidsterren kochten om het theater in te kunnen", vertelt Jaap van Velzen, verzamelaar van bladmuziek en affiches uit die tijd. Het Joods Historisch Museum zette samen met hem een tentoonstelling op over Joods theater rond de Tweede Wereldoorlog onder de naam ’Lach... en Vergeet!’.
Het ’Joodsche Symfonie-Orkest’ ontstond nadat de Duitse bezetter in 1941 de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam had toegewezen aan de Joden. Joodse theaterliefhebbers én theatermakers konden alleen nog daar terecht; niet-Joden werd de toegang ontzegd. De beste Joodse theatermakers, musici en kostuumontwerpers, ontslagen uit andere gezelschappen, kwamen daardoor plotseling onder één dak. „Mensen konden niet wachten om naar het theater te gaan”, beschrijft Van Velzen, in die tijd elf jaar oud.
Van Velzen kon naar eigen zeggen niet om de Joodse artiesten heen. „Ze hebben een rijke traditie op het gebied van kleinkunst. Omdat ze lange tijd niet tot gilden werden toegelaten, hebben ze generaties lang noodgedwongen theater gemaakt”, zegt hij. „Deze artiesten hebben zoveel gedaan voor de kleinkunst, cabaret en theater, maar er wordt nooit over ze verteld. Terwijl beroemdheden als Toon Hermans aangaven vooral door deze artiesten te zijn geïnspireerd.”
’Lach... en Vergeet!’, nog tot en met 21 juni te zien in het Joods Historisch Museum, is een overzicht van geïllustreerde bladmuziek en tientallen liedjes uit die tijd. Bladmuziek was een effectieve manier om muziek te verspreiden, omdat de meeste huishoudens tot de jaren vijftig geen platenspelers hadden. Zo is van Abraham de Winter en Eduard Jacobs tot Johnny en Jones en Leo Fuld te zien hoe zij probeerden hun muziek aan de man te brengen. De meesten speelden ook in de Joodsche Schouwburg, voordat die vanaf 1942 werd gebruikt als deportatieplaats.
Voor jongere generaties laat de tentoonstelling wel wat liggen. De ontwikkelingen in de illustraties en de blijvende waarde worden onvoldoende geduid, Het nostalgische element overheerst. Verder is tot en met 31 oktober in de Hollandsche Schouwburg de korte film ’Tot het doek valt’ te zien. Deze compilatie van oude beelden en muziek schetst een beeld van de theatergeschiedenis van het gebouw en sluit daarmee aan op de tentoonstelling.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.