Als een ranke kano die het water in gleed, begon dinsdag in de Rotterdamse Doelen het Kyrie uit de ’Hohe Messe’ van Bach. Het Orkest van de Achttiende Eeuw van dirigent Frans Brüggen was weer eens in topvorm: natuurlijke tempi; mooie contrasten; een perfecte balans tussen solisten, koor en orkest. Met name de baroktrompettisten vielen op door de beheersing over de kleur en dynamiek van hun instrumenten.
Ook wat de zangers betreft had Brüggen dinsdag een uitgelezen gezelschap verzameld. Cappella Amsterdam muntte uit door homogeniteit, gedoseerde expressie en precisie. Ik noemde Cappella-dirigent Daniel Reuss pas geleden de oprichter van het koor, maar dat klopte natuurlijk niet. Het ensemble werd in 1970 door Jan Boeke gesticht.
Ook bij de solisten viel op dat geen enkele zanger uit de totale klank stak door een ander timbre. Interessant was dat ruim twee jaar geleden dezelfde twee sopranen Johannette Zomer en Dorothee Mields de ’Hohe Messe’ in een uitvoering door De Nederlandse Bachvereniging onder Jos van Veldhoven zongen.
Jammer dat Bach na het Gloria geen partij voor Zomer had voorzien. Haar solo in Laudamus te en haar duet met Mields in het Christe eleison kregen dinsdag een warm gekleurde uitvoering, helder en zonder opsmuk. Die ingetogenheid kenmerkte het hele Kyrie.
Bach stelde zijn mis in de laatste jaren van zijn leven samen uit zijn beste werken, met stijlen die reiken van de oude geleerde meerstemmigheid tot de moderne expressieve galanterieën van jongere collega’s zoals Pergolesi. Die overvolle stijlenwaaier maakt de ’Hohe Messe’ in alle opzichten tot een fantastisch werk: het is een schitterende catalogus van hoogtepunten, maar ook een visioen van mateloosheid. Al was het maar door de tijdsduur, die het tijdsbestek van een kerkdienst ver overschrijdt.
De stuwend-peddelende beweging in het Kyrie en Gloria maakten na de pauze plaats voor de extraverte gebaren van het Credo, dat dinsdag een lekkere vaart meekreeg. Mooie suspense in het Pergolesi-achtige Et incarnatus est: alsof je even een afslag nam naar het ’Stabat Mater’ van Bachs Italiaanse collega.
Bas Peter Kooij moest er even inkomen in het Gloria, maar hij zong een buitengewoon fraai Et in spiritum sanctum – tenor Jan Kobow kleurde mooi met de fluit en de cello in het Benedictus. Waanzinnig mooi zong altus Patrick van Goethem: zijn zoetgevooisde en mooi gefocuste geluid vol richting klonk elke keer als een feest voor het oor.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.