De watersnoodramp heeft nog maar weinig romanciers geïnspireerd. Wel bewerkte Rik Launsbach zijn scenario voor een nog niet uitgebrachte film tot de roman ’1953’.
Bijna 56 jaar geleden is het nu: de watersnoodramp. Begin jaren negentig, veertig jaar na dato, verschenen er wat journalistieke herdenkingsboeken, waaronder een indrukwekkende, nauwgezette reconstructie van uur tot uur van Kees Slager. Op de televisie duiken nog wel eens beelden op van verlaten daken die boven de oneindige watervlakte uitsteken, van modderige, gebroken dijken en van in de dekens gehulde natte vluchtelingen. Maar in de literatuur is de watersnoodramp in die 56 jaar relatief onbeschreven gebleven.
Er zijn wel wat kinderboeken verschenen, waarvan Jan Terlouws ‘Oosterschelde; Windkracht 10’ de bekendste is. Het gereformeerde gezin Strijen dat schuilt op een zolder in Goeree Overflakkee, waarbij oma met bed en al verdrinkt, bleef je als kind lang bij.
In 2005 verraste Margriet de Moor met een schitterende, literaire bewerking van de watersnoodramp, ‘De Verdronkene’, over twee zussen van wie er een in de golven verdwijnt waarna de ander haar plaats inneemt. De Moor excelleerde in donkere, meeslepende passages over de rampnacht in Zeeland: „Een monsterlijk hoge wals gitzwart water rijdt op uit het niets en rolt naar voren.”
Maar meer romans had de ramp tot nu nog niet opgeleverd. Dat er in al die tijd niet vaker literaire interesse is getoond, is in het verleden wel geweten aan de oorlog, die alle aandacht opeiste, én aan het feit dat het om een natuurramp ging. De ’onafwendbare gesel Gods’ laat zich minder gemakkelijk in een plot verwerken dan het conflict tussen verzetshelden en NSB’ers.
Nu is er anno 2009 alsnog sprake van een kleine watersnoodhausse in literatuur en film. Niet alleen komt Ben Sombogaart aan het einde van het jaar met de film ’De storm’, deze week verscheen ook de debuutroman van acteur/scenarioschrijver Rik Launspach, getiteld ’1953’. Film en boek staan niet los van elkaar, want de roman is voortgekomen uit het scenario voor de film dat Launspach schreef samen met zijn vrouw Marjolijn Beumer.
Launspach profiteert in zijn roman van het vele onderzoek dat begin jaren negentig naar de watersnoodramp is gedaan, zoals dat van Kees Slager. Die wees in zijn reconstructie op het falen van de overheid: te weinig daadkrachtige burgemeesters ter plekke, maar ook falende verantwoordelijkheid van instituten zoals Rijkswaterstaat, die jarenlang niet reageerde op de waarschuwingen van een van zijn ingenieurs.
Launspach maakt van die klokkenluider bij Rijkswaterstaat een van zijn hoofdpersonen. Deze hoofdingenieur Joost van Ven (in werkelijkheid Johan van Veen) is een ’nogal aparte man, bezeten van zijn werk en met geniale trekjes’. Hij waarschuwt al vanaf 1938 voor overstromingsgevaar – dijken en zeeweringen deugen niet – en gaat daar mee door tot in de eerste rampnacht, maar pas in de ochtend na de ramp wil men een beetje gaan luisteren.
Het verhaal gaat heen en weer tussen deze roepende in de woestijn, heldin Julia, een jonge vrouw die haar baby kwijt raakt in de rampnacht, en held Rutus, een militair met oorlogstrauma die Julia bijstaat in haar zoektocht.
Voor het introduceren van zijn personages neemt Launspach erg lang de tijd (meer dan 100 bladzijden): Julia’s gereformeerde achtergrond, haar dromen, haar ongehuwde zwangerschap, Rutus’ dode broer en vader. En toch blijven de dilemma’s waar ze voor staan voorspelbaar en schematisch, een beetje zoals die van ‘Kate’ en ‘Leo’ in de film ‘Titanic’: een ramp heeft nu eenmaal een verhaal nodig, maar het gaat om de ramp.
En die redt, zou je kunnen zeggen, niet alleen de bekende rampenfilm, maar ook deze roman. De figuren blijven soms in barre romantische clichés steken („ze zag er kwetsbaar en teer uit in die te grote trui, dacht Rutus”) maar de watersnood blijft de verbeelding tarten. Launspach heeft zich goed gedocumenteerd en tekent het natuurgeweld, de overlevingsdrift en -strijd beeldend en meeslepend: „Die grauwwitte band aan de horizon die op hem afkwam*.dat was de zee”. Je ziet de film van Sombogaart al voor je.
Als dat een beetje goed gedaan wordt, steekt dat beeld straks dat van de Titanic, die zich voor de ondergang nog even rechtop heft, naar de kroon.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.