Franklin Roosevelt kreeg als president twee gigantische crisissen op zijn bord, en ging er uitstekend mee om. De historicus Brands schreef een mooie biografie van de man die een voorbeeld is voor de 44e president.
Voor een politicus die 64 jaar geleden is overleden, heeft Franklin Delano Roosevelt (1882-1945) de laatste maanden opmerkelijk veel publiciteit gekregen. Je kon zeker in de Verenigde Staten, maar niet alleen daar, geen krant of tijdschrift openslaan of de president keek je, meestal aanstekelijk goedgeluimd, aan.
Doorgaans blijft zoiets bij een historische figuur beperkt tot een eenmalig eerbetoon, ter herdenking van een Grote Gebeurtenis of een andere belangwekkend evenement. Bij FDR, zoals hij kortheidshalve wordt aangeduid, was zijn verschijning in de eerste plaats van actuele betekenis. En dat heeft alles te maken met zijn verre opvolger, Barack Obama.
Net als Roosevelt is Obama een Democraat en werd hij gekozen na jaren van Republikeins wanbeleid. Net als Roosevelt in 1933 moet Obama het hoofd bieden aan een economische crisis die tot de ernstigste in de recente geschiedenis wordt gerekend. En net als de 32-ste president wordt de 44-ste geconfronteerd met een wereld die onzeker rond zijn as tolt.
Deze overeenkomsten zijn natuurlijk niet alleen columnisten en commentatoren opgevallen. Naar verluidt zou ook de nieuwe president ter voorbereiding op het ambt in elk geval een boek over het presidentschap van wijlen collega Roosevelt hebben gelezen.
Dit is dus een uitgelezen moment om een nieuwe biografie te publiceren van de man die als een van de grootste staatslieden van de afgelopen eeuw wordt beschouwd. De schrijver is verzekerd van meer dan de gebruikelijke belangstelling van zijn vakbroeders en mag zelfs hopen dat zijn boek ondanks de sombere tijden een bestseller wordt.
Of H.W. Brands dit geluk zal hebben staat nog te bezien, maar het zou zonder meer verdiend zijn. Zijn ‘Traitor to His Class’ (verrader van zijn klasse) is een voortreffelijk boek, een schoolvoorbeeld van wat een biografie moet zijn. Brands is een groot kenner van de Amerikaanse geschiedenis, loodst de lezer vaardig door de wereld en tijd van Roosevelt, en is schrijver genoeg om ook interessante (privé-)zijpaden in te slaan.
De ondertitel van zijn biografie luidt ‘het bevoorrechte leven en radicale presidentschap van Franklin Delano Roosevelt’. En in deze tien woorden kan dit leven inderdaad worden samengevat.
Roosevelt behoorde tot de elite. Hij was de telg van een patriciërsgeslacht dat al een president – zijn neef Theodore, in de wandeling TR – had voortgebracht, die aan het begin van de vorige eeuw in het Witte Huis zetelde. TR werd Franklins voorbeeld. Hij was weliswaar een Republikein, maar van de progressieve soort, die de strijd had aangebonden met wat nu de graaiers van Wall Street worden genoemd.
Franklin Roosevelt was niet alleen op foto’s een sunny boy. Alles leek hem te komen aanwaaien. Met als eerste, duidelijk voorlopige hoogtepunten zijn benoeming tot staatssecretaris van marine tijdens de Eerste Wereldoorlog en tot Democratische kandidaat voor het vicepresidentschap in 1920. Dat werd – niet alleen door hem – gezien als de opstap naar het uiteindelijke doel, het presidentschap.
Dat rooskleurige scenario leek de prullenbak in te moeten, toen hij op 39-jarige leeftijd polio kreeg. Brands beschrijft met groot inlevingsvermogen de wanhoop en depressies van een man die nooit tegenslagen had gekend en de veerkracht en het doorzettingsvermogen die de meesten in zijn omgeving niet van hem verwacht hadden.
Deze ervaring maakte hem niet alleen tot een beter mens, met meer oog voor de tekortkomingen van anderen; volgens Brands staalde het ook zijn wil om als politicus ondanks zijn handicap de top te halen. Roosevelt zou tenslotte de enige president worden die meer dan twee ambtperiodes – hij overleed drie maanden na zijn vierde inauguratie – zou bekleden.
Elke politicus met staatsmanachtige aspiraties hoopt, meestal onuitgesproken maar daarom niet minder intens, op een crisis waarin hij kan tonen wat hij waard is. Roosevelt werd, hoe cynisch het ook klinkt, in dit opzicht op zijn wenken bediend. Hij kreeg er maar liefst twee: de Grote Depressie en de Tweede Wereldoorlog.
De Depressie was de grootste economische recessie die tijdgenoten zich konden herinneren en werpt sinds de beurskrach van vorig jaar weer zijn onheilspellende schaduw over de wereld. Toen Roosevelt aantrad, hing het land murw gebeukt in de touwen. Een kwart van de Amerikaanse beroepsbevolking was werkloos, er werd honger geleden, zelfmoord gepleegd. Roosevelt zag dat de ‘onzichtbare hand van de markt een zeer zichtbare ravage had aangericht’, schrijft Brands.
Roosevelts reactie is 75 jaar na dato in conservatieve kringen nog steeds omstreden. In het mekka van de vrije markt lanceerde hij zijn New Deal, dat voorzag in overheidsingrijpen in de economie, onder andere door enorme werkverschaffing- en infrastructuurprogramma’s. ‘On-Amerikaans, socialisme’, tierde niet alleen de oppositie.
De New Deal was als economisch model geen onversneden succes, maar het deed iets wat minstens zo belangrijk was: het gaf de mensen weer hoop. Pas bij de tweede crisis en Roosevelts tweede grote kans, de Tweede Wereldoorlog, kon vrijwel iedereen eindelijk weer aan de slag.
Als oorlogsleider heeft Roosevelt definitief zijn ereplaats in de geschiedenis verankerd. Een weekblad schreef onlangs dat hij toen de vrije wereld heeft gered. Dat is misschien iets te kort door de bocht, maar zonder de VS, dat wil zeggen zonder Roosevelt, had de oorlog ongetwijfeld langer geduurd en was ze nog rampzaliger geweest.
Roosevelt begreep veel eerder dan zijn landgenoten, die na WO I niet inzagen waarom Amerikaanse soldaten op vreemde slagvelden moesten sneuvelen, dat de VS niet buiten de oorlog met de nazi’s, fascisten en Japanse imperialisten konden blijven. Door zorgvuldig te manoeuvreren wist hij de geesten richting deelname aan de oorlog te masseren. En intussen bouwde hij de VS uit tot het ‘arsenaal van de democratie’ dat het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet Unie van oorlogsmaterieel voorzag. Het blijft echter de vraag of hij zonder de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941 en de daarop volgende Duitse oorlogsverklaring de meerderheid had kunnen overtuigen.
De vruchten van deze inspanningen heeft hij niet mogen plukken. Ruim twaalf jaar aanhoudend crisisbeleid hadden hem gesloopt. Een maand voor de Duitse capitulatie bezweek hij aan een hartaanval.
Hij was ‘de grootste man die ik ooit gekend heb’, zei zijn vriend, de Britse premier Winston Churchill.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.