Voor Jaap de Vries viel alles op z’n plek toen hij ging schilderen op aluminium. Onlangs ontving hij de Wim Izaksprijs. „De meeste goede kunstenaars rijpen op latere leeftijd.”
De vloer van het atelier van Jaap de Vries, in een voormalige nonnenschool in Breda, ligt bezaaid met vellen papier die beschilderd zijn met aquarelverf. Hij zorgt dat er altijd stapels van die geprepareerde vellen klaar liggen, waar hij met een stanleymes repen uitsnijdt die hij vervolgens in zijn schilderijen plakt. Schilderen doet De Vries niet op doek of papier, maar op aluminium offsetplaten uit de grafische industrie. Een ongebruikelijke combinatie: plasjes waterverf op zo’n gladde waterafstotende ondergrond. Maar na twee jaar experimenteren is de offsetplaat nu helemaal ’zijn ding’. Het werkt enorm inspirerend, vertelt de kunstenaar, om de contourlijnen van verf die als dijkjes de waterplassen scheiden, te zien doorbreken waarbij nieuwe vlekken ontstaan. Die onvoorspelbaarheid en grilligheid heeft hij ook nodig om steeds betere schilderijen te maken.
Jaap de Vries (Renkum, 1959) is geen bekende kunstenaar, ook al heeft hij sinds hij in 1983 afstudeerde aan de Kunstacademie Sint Joost in Breda, op een korte periode na altijd kunnen leven van zijn schilderkunst. Het winnen op 49-jarige leeftijd van de Wim Izaksprijs, een aanmoedigingsprijs voor veelbelovend schilderstalent (genoemd naar de op jonge leeftijd overleden kunstenaar Wim Izaks), ziet hij echter niet als een late erkenning. „Mijn idolen, filmregisseur Michael Haneke en schilder Francis Bacon, zijn ook pas echt bekend geworden toen ze tegen de vijftig liepen. De meeste goede kunstenaars rijpen op latere leeftijd. En stel je voor dat ik deze prijs op jonge leeftijd had gekregen? Dat legt toch een enorme druk op je. Het enige waar ik nu nog bang voor hoef te zijn, is dat ik dood ga.”
Als het aan zijn ouders had gelegen, was hij grafisch ontwerper geworden, omdat ze bang waren dat hij als kunstenaar zijn brood niet zou kunnen verdienen. Zelf wilde Jaap de Vries als kind al het liefst kunstschilder worden. Zijn vader, die bij de PTT werkte, liet zijn schilderijen en tekeningen aan de graficus Ootje Oxenaar zien, destijds directeur van de Dienst voor Esthetische vormgeving van de PTT. Oxenaar vond dat de jongen talent had en adviseerde hem naar Sint Joost te sturen. Tijdens het eerste jaar ruilde Jaap de Vries met een studiegenoot die de opleiding schilderkunst volgde, maar liever overstapte naar de grafische opleiding. „Dat kwam mij heel goed uit en ik heb vervolgens mijn ouders voor een voldongen feit gesteld.”
Marc Mulders, die bekendheid geniet als schilder van religieuze onderwerpen en bloemen, was een jaargenoot. Maar de twee hebben geen contact meer met elkaar. „Ik vind hem een fantastische schilder, maar ik heb niks met zijn kunst, die uitgaat van het goede in de mens. Kunst met een religieuze boodschap benauwt me. Ik heb een degelijke gereformeerde opvoeding gehad, maar ik heb niets meer met het geloof. Wij zijn eendagsvliegen met als enige verschil dat wíj kunnen nadenken over het leven waarin veel wreedheid aanwezig is.”
In het werk van De Vries domineren ook de negatieve kanten van het bestaan. Geweld, wreedheid, verval en verlatenheid zijn zijn thema’s. „In mijn schilderijen probeer ik de wreedheid van het alledaagse leven vorm te geven. Wreedheid kleeft ons aan, net zoals de liefde. Alleen willen we dat niet weten en zetten we dat op afstand. Maar zo leren we onszelf niet kennen.” Jarenlang beging hij de fout om die wreedheid er zo dik bovenop te leggen, dat mensen vaak de blik meteen weer afwendden als ze zijn schilderijen van ontbeende en opengereten lichamen zagen. „Ik wilde shockeren met nare schilderijen. Maar daardoor maakte ik het de mensen te gemakkelijk om weg te kijken bij mijn schilderijen die vaak obsceen of gewelddadig werden gevonden. Maar wie meent dat mijn werk pervers is en duister, heeft nog nooit naar die perversie en duisternis gekeken.”
Pas bij zijn echtscheiding, twee jaar geleden, ontdekte hij dat pijn en wreedheid altijd gekoppeld zijn aan schoonheid en liefde. „Vooral voor mijn kinderen, ik heb drie pubers, is de scheiding verschrikkelijk. Maar gek genoeg zorgt de pijn van verlies ook dat je veel besef wint aan liefde. Ik hoop dat mijn kinderen uiteindelijk ook begrijpen dat wreedheid inherent is aan het mens zijn.”
De echtscheiding heeft ook weerslag gehad op zijn werk. „Kunst moet in mijn visie pijn doen. Maar ik weet nu ook dat ik het publiek niet moet afstoten door de wreedheid er duimendik bovenop te leggen. Onderhuids komt het ook veel harder aan dan wanneer het ervan afdruipt.”
Het menselijke lichaam dat voorheen zijn schilderijen domineerde, heeft nu plaats gemaakt voor landschappen. „Ik zocht een minder beladen onderwerp en nam als uitgangspunt een uitermate saai stukje bos, met de bedoeling door de wijze van afbeelden een intrigerend beeld te scheppen. Een collega zei destijds: ’Door dat bos zou ik niet willen lopen.’ Door deze opmerking werd me duidelijk dat ik met het afbeelden van iets onschuldigs als een paar bomen, ook zicht kan bieden op de wreedheid en onvolkomenheid van het bestaan.”
Voor De Vries viel alles op z’n plek toen hij het verzoek kreeg om een groot schilderij te maken op aluminium, zink of blik. Bij een sloperij stuitte hij op een aluminium offsetplaat. Het schilderen op een spiegelglad oppervlak dat onder invloed van het licht steeds verandert, bleek een nieuwe bron van inspiratie. Of, zoals de jury van de Wim Izaksprijs constateert: Jaap de Vries heeft een opzienbarende ontwikkeling doorgemaakt. Zijn landschappen met meertjes en vennen, ontstaan uit plasjes waterverf, en bomen en rietkragen, opgebouwd uit reepjes papier, stralen op het eerste gezicht een adembenemende schoonheid uit. Maar ze beklemmen ook: er gaat iets ongemakkelijks en onheilspellends van uit. Het landschap is als je goed kijkt, niet zo onschuldig als het lijkt.
Door de Wim Izaksprijs hoopt Jaap de Vries ook in Nederland in bredere kring bekend te worden. „Gelukkig heb ik altijd een aantal trouwe klanten gehad, maar ik heb wel eens het idee dat ze mijn werk in het buitenland beter kennen dan hier. Wat me heel erg heeft geholpen, is dat ik sinds twee jaar op de website van de Saatchi galerie in Londen sta. Internet heeft mijn schilderijen wereldwijd verspreid. Ik heb inmiddels solo-exposities gehad in Londen en Brussel. Zelfs de galeriehouder van Marlene Dumas in New York heeft nu een schilderij van mij gekocht. Soms vraag ik me af: waar gaat dit eindigen?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.