*

 

Provily blijft navelstaren, maar wel overtuigend

Hans Oranje − 23/01/09, 00:00

Olivier Provily is een getalenteerde regisseur wiens pad niet over rozen gaat. Als lid van de artistieke staf van het Zuidelijk Toneel brak zijn carrière bijna twee jaar geleden bruusk af, toen zijn stuk ’Lichaam’ jammerlijk flopte en hij ontslagen werd. Zijn ’autonome theater’ leek dood te lopen op wat ik in mijn bespreking van deze productie een meesterlijk uitvergrote vorm van navelstaarderij noemde.

Intussen is Provily zich aan het herpakken. Vorig jaar omstreeks deze tijd mocht hij bij De Nieuw Amsterdam Sabri Saad el Hamus regisseren in diens monoloog ’Zekket’ en nu keert hij terug met een eigen stuk dat hij nog steeds autonoom noemt, ’De Anderen’. Het is een zeer ingehouden en poëtische voorstelling over een zus en twee broers die in een kale, wit verlichte wachtruimte vol rijen stoelen met elkaar in gesprek zijn over hun verleden en hun relatie met elkaar.

De acteurs zijn jong en nog vrij onbekend: Anne Gehring, de zus, Bram van der Heijden als de ene broer, terwijl de andere zich schuil houdt achter de naam Kalki. In wat één broer zegt, die het meest zijn innerlijk blootlegt, zit ongetwijfeld veel van Provily zelf: „Angst dat je afgewezen wordt” en „Zo somber dat je niet meer naar buiten wilt.”

Behoorlijk veel treurigheid dus, waarin de andere broer en de zus meer hun oor tot luisteren lenen dan dat we veel over henzelf te weten komen. Nu ja, de zus vertelt dat ze zich soms graag geheel mag uitkleden in de duinen of in een bos, maar, denk je, dat moet kunnen. Wat grimmiger komt het seksuele spel in het verleden tussen de twee broers aan de orde, toen de een de ander vroeg z’n piemel in z’n kont te steken. Schaamte over wat er toen gebeurde, natuurlijk, maar ik dacht tegelijkertijd: tja, jongens moeten ook man worden, en het liep tenslotte op niets uit.

Nee, het theater gaat vooral over die ene broer, die, hortend en met pijnlijke stiltes, zijn innerlijk aan de anderen blootgeeft, zozeer zelfs dat hij op een gegeven moment zijn kleren uittrekt tot gêne (mooie ironie!) van de zus en zich volkomen kwetsbaar opstelt: „Ik weet niet hoe ik met andere mensen moet samenleven – ik houd alleen van mezelf, ik houd niet van mezelf.” Het blijft navelstaren, maar in de intimiteit van de kleine zaal en de zuivere toon is het wel overtuigend.

Overigens, maar dit terzijde: de naakte acteur lijkt zijn comeback te maken sinds de jaren zeventig. Het kan toeval zijn, maar de laatste tijd werd ik als toeschouwer toch regelmatig, figuurlijk gesproken dan, afgeswaffeld. In ’De Anderen’ werkt het buitengewoon esthetisch, omdat de acteur in kwestie over de proportionaliteit van een David van Michelangelo beschikt. En de breekbaarheid van de voorstelling maakt dat Provily hier een echt eigen, verrassend geluid laat horen.

mailIcon print |