De Amerikaanse roman ’Serena’ speelt zich af in een ruig bosgebied. Maar een idylle is het niet. De hoofdpersonen – houthandelaars – gaan over lijken om hun bezit te verdedigen. Rob Schouten herkent daarin een survival of the fittest-motief en verbaast zich over de kracht van een roman waarin eigenlijk alleen wordt gehandeld.
De Amerikaanse literatuur heeft haar uitstraling vooral te danken aan grote schrijvers die de moderne (Amerikaanse) mens op het programma zetten, in al zijn zwakte, verscheurdheid en seksuele geobsedeerdheid. Philip Roth en John Updike zijn de namen die je daarbij direct te binnen schieten.
Maar er is ook een heel segment schrijvers dat een ander Amerika voor ogen staat, dat eerder herinnert aan de aloude westerns, met cowboys of soortgelijke helden als hoofdpersonen: de streekromans van de Verenigde Staten. Vaak zijn het ook historische romans, over de slavernij, over de Burgeroorlog, over de Grote Depressie. Bij deze schrijvers gaat het meestal niet om de psychologische gesteldheid van de individuele mens maar om het hele panorama. Ze schrijven in een epische traditie.
Ron Rash is zo iemand, in Nederland tot nu toe onbekend, maar thuis schrijver van wat romans en dichtbundels die het internationale podium niet haalden. Zijn zojuist vertaalde roman ’Serena’ uit 2008 markeert zijn debuut in Nederland. „Een huiveringwekkende driehoeksverhouding tussen een man en twee vrouwen, die zich ontvouwt in het harde leven van het Appalachengebergte” roept de flaptekst ons weinig ingetogen toe.
Rash is een kenner, hoogleraar Cultuurhistorie van de Appalachen aan Western Carolina University. En het moet gezegd, hij heeft van zijn onderwerp een meeslepend spektakelstuk gemaakt. Hoofdpersoon van deze in de jaren dertig van de vorige eeuw gesitueerde roman is Serena, getrouwd met de houthandelaar Pemberton. Sereen kun je haar niet noemen, net zomin als haar echtgenoot trouwens. In hun verlangen om fortuin te maken in de houtbusiness ruimen ze alle obstakels op hardhandige wijze uit de weg. Natuurbeschermers en andere tegenstanders worden weggejaagd of om zeep geholpen, dwarsliggende bureaucraten geschoffeerd en genegeerd. De twee Pembertons zijn kortom schoolvoorbeelden van hardboiled kapitalisme, zakenlui voor wie geen zee te hoog gaat. Daarmee vertegenwoordigen ze het nogal omstreden ideaal van ’de sterke man’ (en in dit geval ook vrouw), die Amerika groot heeft gemaakt.
Symbolisch is de arend die Serena uit het verre Mongolië heeft laten komen en die, als haar troeteldier, de talloze levensgevaarlijke ratelslangen in het houtkamp doodt en ook nog eens een ’draak’ uit een circus (onmiskenbaar een varaan) in een direct gevecht verslaat. Je kunt er haast de glorieuze Amerikaanse ’Eagle’ in zien.
Als Serena na een miskraam geen kinderen meer kan baren (Pemberton vermoordt en passant op gruwelijke wijze de dokter die de verkeerde diagnose stelde), komt een kind uit een vorige relatie van hem weer in beeld, Jacob, het zoontje van Rachel Harmon, een jong meisje dat door Pemberton voor zijn huwelijk met Serena is verleid. Serena zet alles op alles om deze onwettige erfgenaam uit de weg te ruimen, ze vermoordt eigenhandig de oppas van het ventje en Rachel en Jacob slaan op de vlucht, achterna gezeten door een handlanger van Serena, de al even moorddadige Galloway, die zijn leven aan Serena’s doortastende optreden heeft te danken en haar sindsdien trouw als een hondje dient. Pemberton zelf daarentegen probeert zijn enige zoon te beschermen, geeft de moeder geld en wordt als zijn vrouw daar achter komt, dan ook door haar vergiftigd.
Al deze gewetenloze moordpartijen, gevoegd bij de talloze plastisch beschreven dodelijke ongevallen tijdens het houthakken, maken van Serena een nogal bloederig boek. Zelfs de brave Rachel ontkomt er niet aan, als ze een per ongeluk verstrikt geraakte wasbeer vindt: „Ze draaide de steel om zodat ze met de stompe kant zou slaan. Ze mikte, haalde uit en hoorde gekraak. De wasbeer sidderde even en verstilde toen. Rachel knielde en peuterde de vishaak los uit de bek van de wasbeer. Ze bekeek zijn vacht en wist dat ze die aan meneer Scott had kunnen verkopen als de wasbeer een paar maanden later was gekomen en zijn pels door het koude weer dik genoeg was geworden. Ze pakte de wasbeer op bij zijn staart, liep ermee naar buiten en slingerde hem het bos in.”
Dit is een roman waarin survival of the fittest een grote rol speelt. En daar kun je niet veel psychologie bij gebruiken. Het is opmerkelijk genoeg ook de kracht van het verhaal dat je zo weinig inzicht krijgt in de geestesgesteldheid van de hoofdpersonen. Ze handelen eigenlijk alleen maar. Van de innerlijke woede van Pemberton op de miskleunende arts, of de wraakgevoelens van Serena jegens Rachel en haar zoontje kom je niks te weten. Het is haast alsof Rash opzettelijk al die diepere obsessies en motieven uit de weg gaat, als om te demonstreren dat kennis en analyse van beweegredenen je ook niet veel verder brengt. Zo bijvoorbeeld duidt hij Serena’s innerlijke leven aan: „Toch bleven Serena’s nachtmerries voortduren. Ze sprak er nooit over, zelfs niet wanneer Pemberton ernaar vroeg, zelfs niet nadat hij haar woelende lichaam eruit had getrokken als uit een verraderlijke branding.” Het doet denken aan soldaten met een oorlogstrauma die aan het moorden slaan, maar je weet niet wat ze allemaal gezien en meegemaakt hebben.
Dat alles maakt Serena tot een haast antiek, hiëratisch epos. Je zit vastgenageld in je stoel en ziet licht verbijsterd toe wat er allemaal schijnbaar vanzelfsprekend op het toneel gebeurt. ’Serena’ beantwoordt daarmee volstrekt niet aan literaire wetten van verfijning, psychologie, gelaagde betekenissen en wat niet al. Het is eerder een avonturenroman. Hier en daar deed de sfeer me denken aan de dubieuze beschrijvingen in ’Gejaagd door de wind’. Maar meeslepend en kleurrijk is het allemaal wel. Je leest het in één ruk uit, een ongebruikelijke, haast ouderwetse sensatie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.