Hans Visser (67), voorheen dominee van de Pauluskerk in Rotterdam.
Las u als kind al?
„Jazeker. Ik deed dat graag. Mijn ouders hadden geen boeken. Boeken lezen was een luxe. Naast kranten en tijdschriften las ik boeken die mij opvielen zoals het Arabisch epos Antar. Ik bezocht eerst een bibliotheekje in een kantoorboekhandel en las daar meer de spannende misdaadboeken. Later ging ik naar de Centrale Bibliotheek waar ik boeken las waardoor ik anti-militarist werd.”
Welke jeugdboeken zijn u bijgebleven?
„Uit mijn jonge jeugd herinner ik mij de boeken Jaap Holm van W.G.van der Hulst en Dik Trom van Kievit. Ik groeide op in een christelijk gezin dat volop participeerde in de wereld. Er werd op straat en in de speeltuin gespeeld, kattekwaad uitgehaald bij het opbreken van straten en het spelen in riolen; we waren bang voor agenten. Deze boeken spraken mij – hoewel ze zich op het platteland afspelen – toch aan. De vroomheid, de armoede, het hebben van trouwe vriendjes, avonturen beleven, eenzaamheid, problemen op school, de gezelligheid thuis, noem maar op. Evenals Jaap Holm bad ik iedere avond in bed. Dat stelde echt wat voor: God speelde een rol in je leven bij verdriet, vreugde en de keuze van goed en kwaad.”
Is er een boek dat u gevormd heeft?
„Bepaald gevormd in mijn oudere jeugd ben ik door Henriette Roland Holst, haar gedichten en andere geschriften. Ik hield daar spreekbeurten over. Ze verbond religie met socialisme, dacht universeel.”
Zijn jeugdboeken bepalender voor een mens dan volwassen boeken?
„De jeugdboeken zijn van belang geweest voor mijn leven. Ik leerde gelovig te zijn, ik leerde bidden, ik deed mee met het leven van alle dag. Je leerde trouw zijn aan vriendjes. Mijn vader vond mij een soort Dik Trom. Ook politiek-maatschappelijk kwam ik terecht in linkse kringen waar armoede als onderwerp ernstiger werd genomen. Je bouwde zekerheid op die goed uitkwam bij het volwassen worden. Ik had die boeken niet willen missen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.