*

 

Haar voeten veranderen in glas

Door: redactie − 06/03/10, 00:00

Tussen het autobiografisch proza van veel generatiegenoten valt op hoeveel fantasie Ali Shaw in zijn debuut aan de dag legt.

Het zonderlinge debuut van Ali Shaw ’The girl with glass feet’, verplaatst ons naar een koude archipel, bedekt met sneeuw en ijs. Tegen die witte achtergrond tekenen zich kleurrijke personages af en bijzondere dieren, zoals kwallen die licht geven als ze sterven, vogels die geen enkel geluid voortbrengen, of vriendelijke vliegende insecten die eruit zien als miniatuurkoeien. Op het eerste gezicht is alles even mooi, en voel je dat er onder die schoonheid iets tragisch schuilt.

Shaw is een eclecticus, die zich makkelijk van de ene literaire stroming naar de andere beweegt. In zijn geval zijn dit magisch realisme, fantasy, en romance. Daarin lijkt hij wel wat op David Mitchell. Maar terwijl deze in zijn debuutroman in afzonderlijke hoofdstukken van het ene genre naar het ander sprong, wat verrassend levendige teksten opleverde, verweeft Shaw ze tot een verbijsterend consistent geheel. Dat is bijzonder knap van deze nog maar 28-jarige auteur: nergens hapert hij of wijkt hij af van het door hem uitgestippelde pad, elke uitgezette lijn pakt hij weer op en betrekt hij bij het verhaal, dwars door alle genres heen.

Dat verhaal is trouwens vreemd genoeg. Op het eiland St Hauda’s arriveert Ida, begin twintig; zij kampt met een verschrikkelijk probleem. Haar voeten veranderen langzaam in glas. De verontrustende ontwikkeling is bij haar tenen begonnen, maar trekt op naar haar voetzolen, wreef en hiel, en maakt het lopen met de dag moeilijker. Ooit, toen ze vakantie vierde op het eiland, sprak ze een kluizenaar die haar over verzonken glazen lichamen in een moeras vertelde, en nu hoopt ze deze man terug te vinden, omdat hij de enige is die haar misschien kan helpen. Op haar zoektocht ontmoet ze de jonge, wereldvreemde fotograaf Midas, met wie ze een relatie begint.

Shaw werkt graag met contrasten. Ida is spraakzaam, doortastend, wereldwijs en extravert. Midas is niets van dat alles. Hij durft de wereld alleen door zijn camera te bekijken. Als Ida hem vraagt of hij professioneel of amateurfotograaf is, staat hij met zijn mond vol tanden. Fotografie is voor hem geen beroep, geen hobby en geen obsessie, het is ’doorslaggevend voor zijn interpretatie van de wereld’. Zo kan hij geen film of televisie kijken omdat hij elk beeld als foto wil zien, wat natuurlijk gekmakend is. Zelfs zijn gedachten beschouwt hij als een soort foto’s: sommige toon je aan anderen, sommige plak je in een album en houd je voor jezelf, verborgen voor de wereld.

In de loop van de roman raakt Ida verstilder, letterlijk door haar immobiliteit, maar ook figuurlijk door het glas dat zich als een uitzaaiende kanker door haar lichaam verspreidt. Tegelijkertijd wordt ze ook kleurlozer: het glas in haar lichaam begint op het ijs van de omgeving te lijken. Midas daarentegen durft door het zelfvertrouwen dat de relatie hem geeft steeds rechtstreekser te reageren, zonder tussenkomst van de lens. Uiteindelijk durft hij het witte eiland zelfs achter zich te laten.

Shaw beschikt niet alleen over een levendige fantasie, zijn boek staat ook vol verfrissende formuleringen. Zo vertelt hij over Midas’ moeder, die op haar zestigste, eindelijk bevrijd van een slecht huwelijk, de puf niet meer heeft om iets van haar leven te maken, en zich terugtrekt in een bejaardendorp, „tevreden met de gedachte de grijze-haren-leeftijd over te slaan en meteen af te slaan naar de tandeloze”.

Shaw is een atypische auteur. Bij hem geen half-autobiografische teksten over het moderne leven, waarin wordt gezopen, gesnoven, en vreemdgegaan, maar een poëtisch, melancholiek verhaal dat hij in vier jaar tijd uiterst zorgvuldig neerzette. Van hem gaan we nog horen. Hij zal geen veelschrijver worden, maar wel een exquis oeuvre opbouwen.

mailIcon print |