*

 

Over angstzweet staat niets in de archieven

Door: redactie − 06/03/10, 00:00

Voor zijn bekroonde oorlogsroman ploegde de Fransman Binet stapels archieven door. In zijn handen komt de geschiedenis tot leven.

’HHhH’: wie zijn debuut zo noemt is bij voorbaat verzekerd van aandacht; de titel verwijst naar het SS-grapje ’Himmlers Hirn heisst Heydrich’ (afgekort: HaHahaHa.). Toch zijn er betere redenen om de eerste roman van Laurent Binet onder de aandacht te brengen: de meeslepende verteltrant van deze 37-jarige docent bijvoorbeeld. Die leverde hem afgelopen dinsdag de prijs voor het beste Franse debuut van 2010 op.

Binet gaf in de jaren negentig een tijd lang Franse les aan luchtmachtofficieren in Slowakije. Daarna raakte hij voor langere tijd in Praag verzeild, verloor zijn hart aan die stad en raakte gefascineerd door het verhaal van operatie ’Anthropoïde’, de aanslag die twee jonge Tsjechoslowaakse parachutisten in mei 1942 pleegden op de SS-er Reinhard Heydrich. Die belichaamde in Praag het nazi-gezag en stond bekend als ’de beul van Praag’, ’het blonde beest’ en ’de gevaarlijkste man van het Derde Rijk’. Heydrich was bovendien de architect van de Endlösung, waarbij hij terzijde gestaan werd door Eichmann.

Nederlanders denken bij romans over de Tweede Wereldoorlog al snel aan Vestdijk, Mulisch en Hermans. Maar Binet schrijft over een tijd die hij zelf niet heeft meegemaakt. Dat maakt zijn boek tot een historische roman, en zoiets brengt andere, nieuwe problemen met zich mee.

Binet vertelt adembenemend over de aanslag op Heydrich, vanaf de voorbereidingen tot en met de latere lotgevallen van de daders. Hij geeft onder meer een bloedstollende beschrijving van de laatste shoot out in de kelders van een Praagse kerk.

Maar hij vertelt ook zorgvuldig over zijn eigen worsteling met zijn verhaalstof, met de historische werkelijkheid die hij moet respecteren, en legt rekenschap af van zijn afweging van wat hij wel en wat hij niet mag verzinnen.

Zijn probleem is dat er oneindig veel documentatiemateriaal over de bewuste periode bestaat. Zo heeft Binet alleen al over de begrafenis van Heydrich tientallen documenten kunnen raadplegen. Maar daaraan heeft hij niet zo veel; over dat waar het hem als romancier om gaat is in de archieven immers niets terug te vinden: een veelzeggende oogopslag, een innig gebaar, een uitbraak van angstzweet, de gedachtengang van Jozef Gabcik en Jan Kubi, de twee parachutisten die met de moord belast waren.

Het evenwicht dat Binet nastreeft is dan ook delicaat: hij wil zowel de verzetsstrijders als de historische werkelijkheid recht doen, en toch zoveel mogelijk de vrije teugel geven aan zijn aandrang om zich met al zijn personages te identificeren. In die evenwichtsoefening slaagt hij royaal.

En dan zijn er nog Binets levendige beschrijvingen en het goed gecontroleerde pathos van het verhaal. Ondanks een enkele stilistische onbeholpenheid en soms iets te gemakkelijke ironie, is dit inderdaad een heel geslaagd debuut. Des te vervelender dat uitgeverij Grasset, één van de belangrijkste van Frankrijk, zinnen als de volgende heeft laten staan: „Zijn vliegtuig landt () op de luchthaven van Ruyzne, aan boord van een driemotorige Junker Ju 52.” Binet had een zorgvuldiger behandeling verdiend!

mailIcon print |