„Als kind was ik heel kieskeurig, wat voor mijn moeder nogal vervelend was. We waren thuis met 11 kinderen, dus ze had al genoeg aan haar hoofd. Natto at ik wel altijd graag, gefermenteerde sojabonen. Ik kom uit een dorpje uit het noord-oosten van Japan, daar wordt het veel gegeten als ontbijt. Het ziet er een beetje eng uit en het stinkt behoorlijk; mijn Nederlandse man vindt het niet lekker. Onze dochters wel, maar die zijn het van kinds af aan gewend. Ook heerlijk vind ik tororoimo, yamwortel. Die eet je geraspt met sojasaus als ontbijt met wat rijst erbij. Mijn man noemt het snotwortel.
Omdat ze zo lang houdbaar zijn had mijn moeder vaak umeboshi in huis, gepekelde pruimen. Verstopt in een bolletje rijst (onigiri) kreeg ik die dan mee naar school als lunch. Of ik kreeg een lunchbox met rijst mee en dan zo’n rode pruim in het midden, net als de Japanse vlag. Er ging trouwens van alles in die bolletjes rijst, ook vaak gezouten, gegrilde zalm. De visboer kwam in die tijd als een soort pizzakoerier langs de deur, op een brommer met achterop een doos vol verse vis, diezelfde ochtend gevangen.
Ik ben de enige van mijn familie die naar het buitenland verhuisd is. Toen ik net in Nederland kwam, kon ik niet eens koken, ik heb het moeten leren uit een kookboek. Wel eentje in het Japans trouwens. Japanse ingrediĆ«nten vind ik allemaal bij Meidi-Ya, de Japanse winkel in de Beethovenstraat, alleen kook ik bijna nooit Japans. Ik ben meer van de mensen die graag eten dan die graag koken. En ik woon alweer zo lang in Nederland dat ik gewoon ontbijt met een boterham met kaas.”
Yumi Akita (58), huisvrouw uit Amsterdam
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.