*

 

’Hoe kan het toch dat mensen doden?’

Co Welgraven − 27/02/10, 00:00

’Mijn uitgever en ik hebben geconstateerd dat de timing van dit boek niet beter had gekund, gezien het Irak-rapport van de commissie-Davids, en de discussie over Nederlandse militairen in Afghanistan.

Toen ik het boek schreef, wist ik natuurlijk dat het rapport er aan kwam, en ik wist van de politieke spanning rond Uruzgan, maar hoe het allemaal zou aflopen, dat was nog een raadsel. Hoewel ik de recente ontwikkelingen zoals de kabinetscrisis niet heb kunnen meenemen, is dit een hoogst actueel boek. Het behandelt de intrigerende vraag: hoe is het toch mogelijk dat mensen die in de politiek actief zijn en ook overheden die toch tot taak hebben het algemeen welzijn, de vrede en rechtvaardigheid te bevorderen, ertoe overgaan medemensen te doden? Wat kunnen we er tegen doen? Bestaat er zoiets als een rechtvaardige oorlog? Het zijn vragen van alle tijden.

Ik heb de antwoorden in verschillende richtingen gezocht. In de mens bijvoorbeeld: ik moet constateren dat geweld vooral wordt gepleegd door normale mensen en niet zoals men vaak denkt door gestoorde mensen. Ik heb het gezocht in de machtsverhoudingen: democratische staten voeren minder oorlog dan autocratische staten. En ik heb het antwoord gezocht in wat ik noem de cultuur: de opvattingen over oorlog en vrede.

Volgens het Handvest van de Verenigde naties is het dreigen met en het gebruik van geweld in de internationale politiek verboden. Er zijn een paar strikte geformuleerde uitzonderingen. De inval in Irak voldeed niet aan de voorwaarden van het volkenrecht. Nederland had daar veel kritischer tegenover moeten staan. De houding van het toenmalige kabinet-Balkenende was lichtvaardig.

De discussie over Uruzgan vind ik erg oppervlakkig, ze gaat voor een belangrijk deel over de procedures. Ze zou moeten gaan over normen, waarden en doeleinden op het gebied van de internationale politiek. Voor sommige partijen is de mening van de Verenigde Staten en de secretaris-generaal van de Navo kennelijk belangrijker dan de herhaalde uitspraak van de Tweede Kamer en een eerder besluit van het kabinet om de missie in Uruzgan deze zomer te beƫindigen. Dat verbaast me eerlijk gezegd van Balkenende en de zijnen. De premier heeft het altijd over waarden en normen, maar hier is gedacht in termen van macht en belangen, niet in termen van moraal en recht.

De Amerikanen hebben tot nu toe aan hun militaire optreden in Irak en Afghanistan in totaal duizend miljard dollar uitgegeven. Als dat geld nou eens besteed was aan ontwikkelingssamenwerking in het Midden-Oosten, zou de wereld er dan niet beter uitzien? Als wetenschapper vraag ik me af: wat is nou de doeltreffendheid geweest van al dat geweld dat de Amerikanen en anderen de laatste decennia hebben gebruikt? Ik ben geen extreme pacifist in die zin dat ik zeg: nooit ergens geweld. Zelfverdediging vind ik gerechtvaardigd. Maar het pacifisme stelt wel terecht het ideaal van de vrede hoog en zoekt naar andere middelen dan geweld. In het geval Afghanistan betekent dat: goede politie opbouwen, democratisering, en vooral welvaart en welzijn brengen. Ik denk dat je daarmee veel meer bereikt dan met geweld.

Ik heb het boek geschreven voor mensen die bereid zijn de bestaande wereld en het internationale geweld kritisch te beschouwen en die na willen denken over een vreedzamer alternatief. Ik heb getracht het zo te schrijven dat het wetenschappelijk verantwoord is, maar ook dat het begrijpelijk is voor een groot publiek, want geweld raakt iedereen.’

mailIcon print |