’Het woord dat ik steeds vaker hoorde, was schuldgevoel. Ouders in mijn omgeving namen het in de mond, en ouders die ik interviewde. Ik heb toen de journalistieke vraag gesteld: waar komt dat gevoel vandaan?
En ben op onderzoek gegaan. Aanvankelijk dacht ik dat het zou leiden tot een badinerend stukje over tweeverdieners die nooit tijd hebben en die zich tekort voelen schieten in de opvoeding. Maar ik ontdekte dat die schuldgevoelens veel dieper zaten: ouders voelen zich totaal en vaak tot in het absurde verantwoordelijk voor alles wat hun kinderen overkomt. In het boek noem ik het voorbeeld van een mama die zich zelfs schuldig voelt dat haar kindje kanker heeft omdat ze het niet had zien aankomen, terwijl alle dokters haar verzekerden dat ze dat niet had kúnnen zien aankomen.
De druk op het ouderschap is enorm vergroot. Tot de jaren vijftig, zestig luidden de opvoedingsregels dat je streng moest zijn voor je kind, dat je er een goeie burger van moest maken, maar dat je het niet te veel aandacht mocht geven en zeker niet mocht verwennen. Toen kwam het fenomeen Spock die in een turf van een boek tot in detail uitlegde hoe je je kind moest opvoeden, ouders waren voor elk signaal verantwoordelijk. Na hem werd de stapel opvoedingsboeken enorm, steeds was de boodschap: je moet er altijd zijn voor je kind, je moet het voortdurend stimuleren, je moet er altijd gelukkig mee zijn. Het resultaat was dat we zijn gaan denken dat een perfect gelukkig kind het resultaat is van een perfect goeie opvoeding, dat is nu de norm.
Daarnaast hebben ouders een vals gevoel van controle gekregen. Ze worden voortdurend gewezen op de gevaren die hun kind bedreigen, en op de mogelijkheden die ze hebben om die gevaren te voorkomen. Google maar eens op astma en kind, je krijgt talloze tips hoe je de risico’s kunt indammen. Je moet bijvoorbeeld niet dichtbij een autostrada gaan wonen. Maar daar heb je als ouder helemaal geen vat op, niemand kiest ervoor om naast een autostrada te gaan wonen.
Tel daarbij dat we in een sterke commerciƫle cultuur leven waarin ouders op een bijzonder sluwe manier bestookt worden, dat zie je vooral rond zwangerschap. Ik heb er eens een hele stapel babycatalogi bijgepakt en geteld hoe vaak het woordje veiligheid erin voorkomt, dat was toch een gemiddelde van honderd per catalogus. Als je steeds maar leest of te horen krijgt dat je de veiligheid van je baby in gevaar brengt als je dit of dat niet doet, dan is het heel moeilijk om die informatie naast je neer te leggen.
Bij het interviewen van ouders merkte ik dat het schuldgevoel nog sterker leeft in Nederland dan bij ons in Belgiƫ. Mede daarom vond ik een Nederlandse uitgever wel op z'n plaats.
Dat kleine, zeurende schuldgevoel herken ik natuurlijk perfect, maar dat pijnlijke scheurende gevoel dat mensen volledig onderuit haalt en hen soms depressief maakt omdat het met hun kind moeilijk loopt, dat ken ik niet uit eigen ervaring - ik heb een dochter en een stiefdochter die door het leven dartelen.
Met dit boek wil ik het debat openen over de vraag: waar ligt de verantwoordelijkheid van de ouders? Wat is de invloed van de opvoeding, van genetica, van de omgeving, van politieke beslissingen, van stom toeval? Want je kunt ook gewoon pech hebben dat er met je kinderen wat mis gaat. Ik pleit voor meer respect voor de ouders, dat ze het recht krijgen om fouten te maken.
Ik wil een geruststellende boodschap meegeven: het is niet zo dat elk kind van nature perfect is en dat elke ouder klaar staat om het te verknoeien. Opvoeden is heel complex en geen toverstafje.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.