*

 

Konrad Adenauer wist van geen ophouden

Paul van der Steen − 06/02/10, 00:00

'Keine Experimente! Konrad Adenauer.’ luidde ooit de slogan van de Duitse CDU. De status van de eerste bondskanselier is nog altijd groot.

  • Konrad Adenauer: thuis geen democraat.
    Konrad Adenauer: thuis geen democraat.
  • Konrad Adenauer: thuis geen democraat.  (Trouw)
    Konrad Adenauer: thuis geen democraat. (Trouw)

De jonge Bondsrepubliek Duitsland werd de eerste veertien jaar lang geleid door een bejaarde, uiteindelijk zelfs hoogbejaarde man. Pas op het allerlaatst werkte die combinatie niet meer. Tussen de tijdgeest van de jaren zestig en de in 1876 geboren Konrad Adenauer gaapte stilaan een te groot gat. De bondskanselier hield bijvoorbeeld John F. Kennedy voor een snotneus, „de kruising tussen een jonge tweedeklas-matroos en een rooms-katholieke scout”. De Amerikaanse president hield het op een generatiekloof: de Duitse staatsman was simpelweg te oud en hij te jong om elkaar goed te kunnen begrijpen. De Britse premier Harold Macmillan schreef kort daarvoor in zijn dagboek over Adenauer: „Hij is – zoals vele oude mannen – ijdel, achterdochtig en hebberig geworden.”

Zelfs in zijn eigen CDU wilden ze van der Alte af. Die had niet de grootsheid om op elegante wijze de eer aan zichzelf te houden. Hij bemoeide zich bovendien met zijn opvolging. Ludwig Erhard mocht in zijn ogen niet de nieuwe bondskanselier worden. De partij trok er zich weinig meer van aan en besliste anders. Erhard deed de handelwijze van zijn voorganger af met twee dodelijke woorden: ’Weinig christelijk.’

Het valse slotakkoord vormt een smet op een indrukwekkende loopbaan, die rond Adenauers zeventigste pas goed op stoom raakte. Op 15 september 1949 werd hij verkozen tot de eerste kanselier van de Bondsrepubliek Duitsland. Met 202 van de 402 stemmen was het een dubbeltje op zijn kant. Dat Adenauer op zichzelf had gestemd, gaf de doorslag.

De Belgische historicus Sam van Clemen schreef ’Konrad Adenauer. Een biografie’, een nogal brave navertelling van het leven van de staatsman, die in 2003 vóór mensen als Goethe, Schiller, Luther en Marx werd verkozen tot de grootste Duitser aller tijden. De auteur was eerder verantwoordelijk voor de geschiedschrijving van Turnhout in de beide wereldoorlogen en biografieën van Abraham Lincoln en Jozef Weyns van het Belgisch-Limburgse openluchtmuseum Bokrijk.

Van Clemen dook een handvol Belgische archieven in. Dat levert voornamelijk hinderlijk ophoudende en weinig ter zake doende passages op. Voor het overige baseert hij zich op bestaande literatuur. Dat hoeft geen bezwaar te zijn, ware het niet dat Van Clemen nauwelijks toe komt aan eigen analyse.

Hij laat wel aardig zien waarom Adenauer als bondskanselier door velen werd omarmd. Degelijk, puttend uit zijn bestuurservaring (de katholieke politicus was in de jaren twintig en dertig burgemeester van Keulen geweest) en weloverwogen nam hij cruciale besluiten in de eerste naoorlogse jaren. Toen daarna het Wirtschaftswunder zich begon af te tekenen, kon de bondskanselier in binnen- en buitenland nauwelijks meer stuk.

In de propaganda voor verschillende verkiezingen werd hij afgeschilderd als baken van zekerheid. Tekenend is de slogan uit 1957: ’Keine Experimente! Konrad Adenauer. CDU.’ Zelfs de Sovjets raakten onder de indruk. Een geheim rapport voor de partijleiding in het Kremlin omschreef Adenauer als ’de grootste Duitse politicus sinds Bismarck’.

Druk met het opsommen van de hoogte- en dieptepunten uit een politiek leven laat Van Clemen het karakter van zijn hoofdpersoon te weinig tot leven komen. „Uw vader is een groot democraat”, zei een Amerikaans journalist eens tegen Adenauers jongste zoon Georg. „Ja”, antwoordde die, „maar wanneer hij de voordeur van ons huis achter zich dichtslaat, blijft de democraat buiten.” Thuis regeerde hij als een ware patriarch. Hij leidde het leven van een kloosterling, met strakke schema's waarin alleen tijd werd gemaakt voor familie als hem dat uitkwam. Achter de politieke schermen opereerde de christen-democratische leider vaak even eigengereid en autoritair.

Met slechts 28 pagina's komen de twaalf nazi-jaren er ook erg bekaaid vanaf. Het aan de macht komen van Hitler kostte Adenauer al snel zijn burgemeesterschap. Hij verachtte de NSDAP en haar praktijken, maar koesterde zeker in de jaren dertig ook enige bewondering voor de buitenlandse successen van de nationaal-socialisten. Zijn rol in de luwte (de voormalige burgervader ontpopte zich onder meer als uitvinder van gieterkoppen, insectendoders en broodroosters) en enkele gevangenschappen in het bruine tijdperk maakten hem bij uitstek geschikt voor het naoorlogse leiderschap van Duitsland.

Van Clemen raakt veel even aan, maar gaat zelden diep. Jammer genoeg doet hij ook weinig moeite om Adenauer te plaatsen binnen de Duitse traditie. In hoeverre was het eerste gezicht van de Bondsrepubliek als bestuurder een product van het oude keizerrijk of van de Weimarrepubliek? Welke sporen liet het Derde Rijk bij hem na?

Met de dood van zijn hoofdpersoon en een summiere beschrijving van wat plaatsen van herinnering zet de biograaf een punt achter zijn boek. Zelfs aan het slot zet hij Adenauers gedenkwaardige leven niet in een wat breder perspectief.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />