Mirjam Shatanawi laat in haar boek goed zien hoe het Amsterdamse Tropenmuseum worstelt met de vele vragen rond het tentoonstellen van islamitische kunst.
Voor begrip van een godsdienst zijn beelden even belangrijk als teksten. Vaak ligt de nadruk bij de beschrijving van religies op heilige boeken.
Ook de Nederlandse islamdiscussie draait vooral om teksten. Of het nu gaat over Wilders’ vergelijking van de Koran met ’Mein Kampf’ of de prachtige literatuur van de soefileider Mevlana.
Mirjam Shatanawi laat in haar boek ’Islam in beeld, Kunst en cultuur van moslims wereldwijd’ de lezer via beeldmateriaal kennis maken met de islamitische godsdienst en cultuur. Shatanawi is conservator in het Amsterdamse Tropenmuseum en in haar boek staan voorwerpen uit de islamcollectie van dat museum afgebeeld. Ze beschrijft levendig via welke dilemma’s en politieke modes die collectie in de loop van de tijden tot stand is gekomen.
De tegenstelling is niet absoluut. Woorden en teksten roepen, als het goed is, beelden op en sterke beelden vertellen verhalen. Je kunt uit je godshuizen alle schilderijen en sculpturen verwijderen, de onderwerpen zitten toch wel, ook in beeld, genesteld in het bewustzijn van de gelovigen.
En ook boeken hebben een esthetische kant, een in Arabische kalligrafie uitgevoerde koran is een lust voor het oog. Overigens is er een periode geweest dat het Tropenmuseum niet in Arabische kalligrafie was geïnteresseerd, omdat die volgens de toenmalige conservator voor mensen die geen Arabisch kenden, eruit zag als spaghetti en daarom geen pedagogische waarde had.
Bij de collectie in het Tropenmuseum ligt de nadruk niet op esthetiek. De benadering is eerder cultureel-antropologisch dan kunsthistorisch. De collectie moet een indruk geven van een godsdienst en de bijbehorende samenlevingen.
Esthetiek staat ook niet voorop in de Senegalese achterglasschildering van de gedwongen zeereis van de heilige sjeik Amadou Bamba, aan boord van een Frans schip dat hem naar zijn ballingsoord vervoert. Bij een achterglasschildering is de afbeelding aangebracht op de achterkant van een glasplaat. Wie deze plaat bekijkt komt niets te weten over de boekenislam. Toch kan het best zijn dat dit kunstwerk de geloofsbeleving van Senegalese moslims in de tijd van het Franse kolonialisme beter samenvatte dan welke geleerde theologische verhandeling dan ook.
Het geschilderde vaartuig is een stoomboot van het type Sinterklaas. De sjeik wil het rituele gebed verrichten maar zijn cipiers staan hem dat niet toe. Hij gaat onvervaard te water en verricht vervolgens het gebed op zee, gedragen door een gebedskleed. De vissen steken hun kop boven water om het wonder te aanschouwen, engelen vliegen boven en rondom het schip, een van hen draagt een vlag en een andere een pot thee. Drie Fransen kijken vanaf de voorplecht toe. Een katholieke priester strekt in vervoering zijn handen uit naar de engelen. De kapitein blijft laconiek, alsof hij dit soort mirakels dagelijks meemaakt, terwijl een vrouw wijst naar de engel Gabriël.
Shatanawi beschrijft in haar boek haar eigen werkwijze en die van haar voorgangers en maakt duidelijk voor welke dilemma’s een museum staat, dat zich bezighoudt met islamitische kunst. Wat moet de boventoon vormen: kunsthistorie of culturele antropologie? Wil je de bezoeker een indruk gegeven van verfijnde cultuur of van het alledaagse bestaan in een vreemde samenleving? In dat laatste geval verzamel je ook gebruiksvoorwerpen zonder esthetische waarde. In de jaren zeventig ging het Tropenmuseum daar bij tentoonstellingen heel ver in. Dat wekte op zeker moment de woede van Marokkaanse bezoekers, die vonden dat hun land te armoedig en primitief werd gepresenteerd.
Andere vraag: wat is islamitische cultuur? Is dat de cultuur van islamitische landen en zo ja, hoe groot is dan daarin de rol van de godsdienst? Is het een verzameling van totaal verschillende culturen, die alleen een islamitisch sausje met elkaar gemeen hebben? Of is de islam de kern geworden van die culturen? Heb je het dan over de officiële islam of over de volksislam, met zijn mystiek, magie, natuurgeneeswijzen en amuletten? Leg je de nadruk op het Midden-Oosterse oorspronggebied van de islam of op de rest van de islamitische wereld, waar ruim tweederde van alle moslims woont? In de loop van de tijd heeft het Tropenmuseum op die vragen verschillende antwoorden gegeven, meedeinend op de golven van politieke modes of daar juist tegenin gaand.
Je zou verwachten dat het Tropenmuseum zou uitpuilen van islamitische kunst uit de voormalige kolonie Indonesië. Toch is dat niet zo. Volgens Shatanawi probeerden de koloniale autoriteiten de islam te marginaliseren. De Indonesische islam was jong en zou daarom maar een vernisje zijn op een oeroude, oorspronkelijke cultuur.
Voor een goed begrip van die oercultuur, de ’ziel’ van Indonesië, zou de islam een obstakel zijn. De vergelijking was dat Indonesië een ui was, met als buitenste schil de islam. Op de achtergrond speelde angst mee. Ambtenaren zagen de islam als een bedreiging voor het Nederlandse bestuur. Begrijpelijk, want in de Java-oorlog (1825 tot 1830) en in de Atjeh-oorlog later in dezelfde eeuw speelde de islam een hoofdrol. Nederland had als ’koloniserend cultuurland’ een beschavingsmissie in Indonesië, zo was de opvatting in die dagen, en ook het Tropenmuseum, toen nog onderdeel van het Koloniaal Instituut, moest daarin een rol spelen.
De koloniale houding werkte door in het beleid van het museum. Er waren veel voorwerpen uit Indonesië maar weinige hadden specifiek een relatie met de islam. Tot 1945 was er maar één vitrine voor de islam, afkomstig uit een privécollectie.
Na de Indonesische onafhankelijkheid veranderden de politieke oriëntatie en de geografische interesse. Marokko en Turkije werden belangrijk vanwege de gastarbeiders en migranten uit die landen. Iran kwam door ayatollah Khomeini en de islamitische revolutie in beeld. De oriëntatie op de voormalige koloniën verbleekte, India werd belangrijk.
Maar politiek bleef meespelen in het beleid. In de tweede helft van de jaren negentig wilde het Tropenmuseum bijvoorbeeld tegengas geven aan de groeiende angst voor de islam. Het is wrang dat Bin Laden die goede bedoelingen beloonde met de aanslagen van 9/11 in New York.
Mooi weer met de islam speelt het museum overigens niet, want de collectie bevat ook pro-Bin Ladenposters, die in West-Afrika verschenen na 11 september 2001. Heel interessant is een traditionele rolschildering uit India. Hij beschrijft voor eenvoudige mensen, die zelfs geen tv hebben, de aanval van Al-Kaida op New York en de daarop volgende oorlog in Afghanistan. Trouw drukte die rolschildering een jaar geleden af.
Ronduit sensationeel is een poster, die ineens vanaf 1995 verscheen in Iran en radicaal het verbod schendt om de profeet Mohammed af te beelden. Het was bekend dat Iraanse kunstenaars minder strikt omgingen met dit verbod. Als ze Mohammed afbeeldden, deden ze dat meestal wel met een gezichtssluier.
De oude taboes waren dus aan het slijten, maar deze poster breekt er wel heel radicaal mee. Op sommige exemplaren staat dat het portret is gebaseerd op een oeroud christelijk origineel. Het zou zijn gemaakt door een monnik, die de profeet portretteerde toen hij als achttienjarige met een handelskaravaan naar Damascus reisde. Dat origineel zou, zo wil het bijschrift, in een museum in Rome hangen. Dat spoort weer met een oudere legende, dat christenen portretten hebben ontvangen van de profeet, via Gods ingrijpen, om hen tot het islamitische geloof te bekeren.
Je moet een verhaal niet kapot controleren. Dat is in dit geval wel gedaan. De werkelijkheid is hilarisch. Er is inderdaad een origineel, niet van veertien eeuwen geleden maar van omstreeks 1906. Het is een foto van een Tunesische jongen, gemaakt door de Oostenrijkse en Zwitserse fotografen Rudolf Lehnert en Ernst Landrock. Dit duo probeerde de ’oriënt’ vast te leggen, voordat die zou verdwijnen onder het geweld van de moderne tijd. Hun foto’s hebben vaak een licht erotische uitstraling. Deze Tunesische jongen heette toevallig Mohammed. Hij en zijn fotografen hebben nooit kunnen vermoeden dat hij in het land van de ayatollahs model zou staan voor een ’levensecht’ portret van de profeet van de islam.
’Islam in beeld’ is mooi uitgevoerd maar het is geen salonboek gevuld met esthetische hoogtepunten van de islamitische cultuur. Het maakt op boeiende wijze duidelijk hoe belangrijk beelden zijn om de islam te begrijpen en de gevarieerdheid van de diverse islamitische culturen. En het laat zien hoe het Tropenmuseum voortdurend worstelt met die materie.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.