Na zes jaar komt Anna Enquist met een nieuwe bundel. Uitgebeende, kale poëzie, waarin toch weer vertrouwen spreekt in klank en muziek.
In de zomer van 2001 overleed haar dochter, aangereden door een vrachtwagen op de Dam in Amsterdam: het zal velen, zeker de lezers van Anna Enquist, bekend zijn. Over haar geamputeerde leven publiceerde ze in 2004 ’De tussentijd’: moeilijke poëzie, niet omdat die ontoegankelijk was, maar vanwege het grote verdriet dat onder elk woord, het onmetelijke gemis dat in elke witregel zichtbaar werd. Nauwelijks een spoortje licht, dat maakte deze poëzie soms haast onleesbaar zwaar, zoals Enquist ook schreef: „Over/ zinloosheid is het zwaar zingen.”
In ’Nieuws van nergens’, haar eerste bundel sinds zes jaar, krijgt dat noodlottige ongeval opnieuw een plek in het gedicht ’De straatstenen van Amsterdam’. Verwant aan Armando’s idee van het schuldige landschap dragen de straatstenen daarin de pijn van al die mensen die door verkeersongevallen stierven. Een bijna ondraaglijke last: „Soms zetten zij/ het in de nacht op een onmachtig,/ gruwzaam krijsen. Baksteen en basalt.” Of ik ooit nog door Amsterdam kan fietsen zonder aan die gillende stenen te denken, vraag ik me af. Daarbij zijn eigenlijk alle gedichten in deze bundel doortrokken van een geharde pijn.
Nog altijd voel je hier de aanwezigheid van de dochter, én het gemis aan haar. Maar er is iets veranderd. Het gat dat is geslagen heeft een contour gekregen en is bij het leven gaan horen, het verdriet is niet meer rauw maar vertrouwd. Het is vooral de leegte die vorm krijgt, ’Wat afgesneden is dringt zich bedrieglijk/ op,’ heet het in ’Fantoom’. Er wordt geprobeerd om dat wat tot stilstand is gekomen een plek te geven terwijl alles verder gaat. In de openingscyclus gebeurt dat vrij letterlijk: een auto rijdt in een schemerzone, de bestuurder reikt met haar hand naar de bijrijderstoel ’en tast in vertrouwde,/ in bittere leegte’. Nu het verdriet vertrouwd is geworden, volstaan ook oude woorden niet meer: „Na zes jaar moet zelfs / de taal van gemis omgezet.”
Enquists toon is inderdaad verschoven. Na de rauwe wanhoop uit ’De tussentijd’ klinkt ’Nieuws van nergens’ uitgebeend – mager als de moeder uit ’Alt’, wier knokkels het aanrecht schampen. Met fikse slagen bikt ze in de taal, grof houwt ze haar woorden uit, harde, hoekige woorden, er is ’geweld’, ’woede’, een orkest ’drenst’, iemand moet een deur ’opentrappen’. Voor verkleinwoorden die alles een zachtere aanblik kunnen geven is geen plaats, zomin als voor andere taalkundige fijnslijperij of verrassende metaforen. Ze balanceert hier en daar op de rand van het cliché, maar hoedt zich ervoor al te makkelijk de voor de hand liggende beelden op te rapen.
Zes jaar geleden sloeg ze ’Met vlakke hand () rijm en ritme het raam uit’. Nu is het geloof in de klank terug en wordt met ’oud hout’ en ’strijkstok’ gezocht naar de toon van de dochter. De muziek is het onmiskenbaar verbindende element en lange, vertragende klanken geven de gedichten te midden van de woede een zekere rust.
Misschien is de poëzie in ’Nieuws van nergens’ een weinig subtiele, zonder al te veel omhaal van woorden gaan de gedichten recht op hun doel af. En dat doel mag gerust ook letterlijk opgevat worden, want de bundel bevat nogal wat aan het voetbal ontleende beeldspraak – het wat flauwe ’de zestien meter van de ziel’ –, namen van voetballers (Dirk Kuyt, Orlando Engelaar) en gedichten als ’1974’, het jaar waarin Nederland in de WK-finale verloor van Duitsland en tegelijk het jaar waarin de dochter geboren werd. De verloren wedstrijd was een voorbode van naderend onheil: „Hoe dom, overmoedig,/ onachtzaam wij waren. In dat feestelijk jaar/ werd het scherpste verlies in gang gezet.”
Enquist heeft er bij mijn weten nooit een geheim van gemaakt fan te zijn van Feyenoord, een ploeg die wel met ’werkvoetbal’ wordt geassocieerd. Hard werken, geen show, maar doelpunten maken en doorgaan. Iets vergelijkbaars geldt voor de poëzie van Anna Enquist. Het is opnieuw bijna ondraaglijk om te lezen. Maar dat de dichter zich ondanks het in alles aanwezige gemis staande heeft weten te houden en uit kale taal een monument heeft gehouwen van leegte, dat raakt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.