’Als ik de kans zou krijgen om een avond met één van de drie koningen Willem te praten, dan zou ik voor Willem II kiezen, zeker als het om een gezellig avondje gaat. Zijn sterkste punt was de omgang met mensen, hij was een aardige man.
Ik zou niet voor zijn vader kiezen, de eerste koning, want die was saai, dor. En al helemaal niet voor Willem III; die kon elk moment in een vreselijke driftbui uitbarsten, of zelfs tot lijfelijk geweld overgaan.
Alle drie hebben ze hun verdienste gehad. Ze hebben in de negentiende eeuw de eenheid van het land weten te bewaren. In de achttiende eeuw waren er vooral interne twisten, tussen patriotten en prinsgezinden, de drie koningen hebben dat na 1813 weten te doorbreken. Na de Franse tijd is het land meer een eenheid geworden dan vóór 1795, en dat komt toch wel op hun conto.
Het zwakste punt van Willem I was z’n koppigheid, het sterkste punt z’n zakelijk inzicht, dat was in die tijd bijzonderder dan tegenwoordig. Koningen deden niet aan zaken, investeerden geen kapitalen, namen geen economische initiatieven, dat lieten ze aan hun ministers over. Willem I had niet voor niets de bijnaam koning-koopman; koning-financier zou een nog betere term zijn.
Over Willem II is niet zoveel positiefs te zeggen, behalve dat hij aardig was. Hij was een zwakke figuur, met een heleboel zwakke punten, het zwakste was misschien nog wel z’n gebrek aan zelfbeheersing.
En Willem III, tja, hoe zal ik dat nou samenvatten: hij is wel het beest der beesten genoemd, en die typering komt aardig overeen met de feiten. Kijk, ik ben historicus, en de taak van een historicus is om het verleden zo waarheidsgetrouw mogelijk weer te geven. Maar als je dat bij Willem III doet, dan krijg je half oranjegezind Nederland over je heen, want zulke dingen schrijf je niet over een Oranje. Dus je begint al met een soort zelfcensuur, nog voordat je een toets hebt ingedrukt. Nee, ik heb niet bewust feiten verzwegen, maar als je de bronnen raadpleegt, merk je dat die terughoudend zijn, uit een soort gêne, denk ik.
Ik heb mij beziggehouden met alle lectuur waar ik maar de hand op kon leggen. In het geval van Willem III kwamen daar persoonlijke herinneringen van sommige mensen bij, onder andere van wijlen mijn grootvader aan moederskant. Die was gemeentesecretaris in Zijpe in Noord-Holland, en in die hoedanigheid belast met de uitbetaling van de toelagen aan de onechte zonen van de koning. Willem III ging overal op jacht, ook in Zijpe, en na afloop van de jachtpartijen werd er feest gevierd, dat werd altijd een enorme bende.
Ik heb dit boek geschreven op verzoek van mijn uitgever. Het heeft natuurlijk te maken met de naderende troonsopvolging, want iedereen gaat er vanuit dat dat binnen afzienbare tijd gaat gebeuren. Dan krijgen we weer een koning. Het is een interessante vraag of er overeenkomsten zijn tussen de drie Willems en Willem-Alexander, daar wordt veel over gefilosofeerd, de deskundigen zijn het niet met elkaar eens. Wat ik ervan denk? Als historicus kijk ik naar de feiten, die zijn als het om Willem-Alexander gaat niet altijd veelbelovend, maar ook weer niet zodanig negatief dat je het ergste moet vrezen.
Ik heb met erg veel plezier aan het boek gewerkt. Met uitzondering van Máxima en de drie prinsesjes heb ik nu, gerekend vanaf Willem I, over alle Oranjes geschreven. Ik heb ook een boek over koningin Beatrix klaar, maar we weten nog niet hoe het afloopt. Het wachten is op het moment dat zij haar aftreden bekendmaakt, dan kan het manuscript onmiddellijk naar de drukker.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.