Dertig jaar na dato weet de zoon van een tegenstander van de Oegandese dictator Idi Amin de moord op zijn vader op te lossen. Een Amerikaanse journalist maakte er een spannend boek van.
De verdwijning van een districtshoofd onder het regime van de Oegandese dictator Idi Amin, begin jaren zeventig, is een spannend gegeven, maar levert nog niet onmiddellijk een boek op. Wél als zijn zoon er ruim dertig jaar later in slaagt de moordenaars te achterhalen en ook nog de plek weet te traceren waar de overblijfselen van zijn vader begraven liggen.
Kort samengevat is dit de essentie van wat de Amerikaanse journalist Andrew Rice vertelt in zijn boek ’Al lachen de tanden, het hart vergeet niets’, een vreselijke titel.
Samen met zoon Duncan Laki weet Rice het raadsel van de verdwijning te ontrafelen. En met puik onderzoekswerk schetst hij de complexe politieke situatie in het Oeganda van de jaren zeventig, waar moorden aan de orde van de dag zijn en politieke tegenstellingen ontstaan die hun invloed ook vandaag de dag doen gelden.
Eliphaz Laki, het verdwenen districtshoofd, is per definitie verdacht. Hij is benoemd door Milton Obote, de door dictator Idi Amin verdreven president en lid van Obote’s partij het UPC. Amin vertrouwt de bestuurders van het UPC natuurlijk niet, zeker omdat Milton Obote in buurland Tanzania verblijft en wacht op een kans om op zijn beurt Amin te verjagen.
De verdenking tegen Laki wordt alleen maar versterkt doordat hij om onverklaarbare redenen een tijdje verdwijnt na de machtsovername van Amin. Hij is in Tanzania gesignaleerd, waar hij Milton Obote heeft bezocht, en ook later wordt hij in het gezelschap gezien van rebellenleiders als Yoweri Museveni, de huidige president van Oeganda, die de wapens tegen Amin hebben opgepakt.
Terwijl steeds meer politieke vrienden van districtshoofd Laki verdwijnen, worden opgepakt of vluchten, blijft hij als verlamd op zijn post om zijn noodlot te ondergaan. Wat hem heeft doen besluiten om niet te vluchten blijft natuurlijk gissen, maar voor zoon Duncan, op dat moment negen jaar oud, is de verdwijning van zijn vader een beslissende gebeurtenis in zijn leven.
Samen met zijn vader verdwijnt de net aangeschafte Volkswagen Kever, teken van succes, waarvoor het districtshoofd zijn fiets had ingeruild. Een auto waarvan er zo weinig in het rurale Oeganda van de jaren zeventig rondrijden en waar zoon Duncan zo buitengewoon trots op is. Als hij dertig jaar later vanwege zijn professie toegang krijgt tot de registratiegegevens van nummerborden, besluit hij op zoek te gaan naar de verdwenen Kever, naar zijn verdwenen vader en naar de moordenaars.
Wat zich dan ontvouwt, is niet alleen een spannende zoektocht naar de daders, de motieven en de omstandigheden van de moord; het is tevens een schets van een samenleving met harde breuklijnen in politiek en religie, nog eens gecompliceerd door verschillende etniciteiten en klassen. Rice betoont zich een meester in het reconstrueren van deze ingewikkelde en gevoelige omstandigheden in een land dat met veel moeite probeert een natiestaat te worden kort na zijn onafhankelijkheid. Zijn beschrijvingen over de persoon en de terreur van Idi Amin lijken treffend, hoewel we nog altijd wachten op de ultieme biografie van deze bizarre dictator. Zijn aandacht voor de politieke context en de geschiedenis zijn adequaat.
Maar als de zoektocht uitmondt in een rechtszaak tegen de verdachten verliest Rice zijn grip op het verhaal. Eerder in zijn boek had hij overtuigend de moord ontrafeld en de daders achterhaald, die nota bene een bekentenis aflegden in aanwezigheid van zoon Duncan Laki. Naarmate de rechtszaak voortsleept, zeventig pagina’s lang, begint ook het boek zich voort te slepen. De vrijspraak van de verdachten leidt in het boek tot verwarring.
Rice maakt de denkfout dat de rechterlijke macht onafhankelijk is in Oeganda en dat rechters en politie oprecht proberen de zaak op te lossen en een oordeel te vellen. Hij wil zo graag laten zien dat er sinds die vreselijke dictatuur van Idi Amin wel degelijk vooruitgang te bespeuren is in het land, alleen al met het feit dat deze rechtszaak daadwerkelijk plaats kan vinden. Tot voor kort was dat ondenkbaar. Dit is de eerste rechtszaak ooit waarin een rechter zich buigt over een politieke moord uit het verleden. Rice ziet daarin het bewijs dat Oeganda probeert in het reine te komen met zijn verleden en langzamerhand klaar lijkt te zijn voor gerechtigheid. Dat is een verkeerde conclusie. Want dan zouden ook de misdaden van de huidige president Museveni aan het licht kunnen komen en dat is uiteraard niet in zijn belang. Waar Rice zo treffend het verleden schetst, slaat hij de plank mis over het Oeganda van nu.
Jammer voor een boek dat op excellente wijze een heel persoonlijk verhaal uit een gruwelijke maar fascinerende periode van de Oegandese geschiedenis naar boven weet te halen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.