*

 

Wachten, wachten en wachten

Jann Ruyters − 18/01/01, 00:00

recensie In de afgelopen twaalf jaar ondersteunde het aan het Filmfestival Rotterdam gelieerde Hubert Bals Fonds zo'n 220 projecten en ieder jaar wordt de lijst met aanvragen langer. In het jaar 2000 waren het er liefst vierhonderd. Maar het fonds is geen loket waar vrijblijvend geld te halen valt, aldus woordvoerster Marianne Bhalotra. Op het filmfestival van dit jaar, dat woensdag 24 januari begint, worden 23 afgeronde 'Fonds'-films vertoond, waaronder 'Platform' van de Chinese regisseur Jia Zhang Ke.

'Het belangrijkste doel van het Hubert Bals Fonds is de cinematografische infrastructuur in ontwikkelingslanden te helpen ontwikkelen'', zegt Marianne Bhalotra, de huidige contactpersoon van het fonds. Dat dat werkt zou je kunnen concluderen aan de hand van het grote aantal Latijns-Amerikaanse -veelal Argentijnse- films die op het komende Filmfestival Rotterdam te zien zijn. ,,Na het succes van 'Pizza, Birra, Fasso' en 'Munda Grua' volgde een stroom van Argentijnse projecten'', aldus Bhalotra. ,,We hebben het komende festival daarom ook een conferentie gepland over het hoe en wat van die opleving in de Argentijnse filmcultuur, die overigens ook te maken heeft met de 'Ecole de Cinema' in Buenos Aires, die veel jonge filmmakers voortbrengt. Sowieso zie je dat de films zich in golven bij ons aandienen. Nu zijn er minder Afrikaanse films, maar enkele jaren geleden was dat anders.''

Voor de selectie tussen de projecten werkt het fonds met de officiële, ministeriële lijst van ontwikkelingslanden, een lijst waar Argentinië ook op staat, al is dat een relatief rijk land. ,,Maar de tegenstellingen tussen rijk en arm blijven groot daar, en het geld zit er zeker niet bij de film'', merkt Bhalotra op. Hoewel de folder van de aan het fonds gelieerde Wereldcinema-tour -waarin die fondsfilms een presentatie krijgen die door het filmfestival zelf in de Benelux worden gedistribueerd- het over een toeristische boeg gooit ('Maak kennis met een vreemde cultuur onder het genot van een drankje en hapje!'), is het antropologisch of educatief belang van een film zeker geen criterium bij de beoordeling van de aanvragen. Bhalotra: ,,De belangrijkste criteria zijn de kwaliteit van de film en de hoogte van het budget. Als je 100 miljoen wil, word je weer naar huis gestuurd.'' Een filmer als Sharunas Bartas, die reeds enige bekendheid geniet, maar die heel persoonlijke films maakt die moeilijk te financieren zijn, kan ook een beroep doen op het fonds, maar iedere aanvraag wordt wel op zichzelf beoordeeld. ,,We zijn geen loket waar je, eenmaal toegelaten, iedere keer weer automatisch aan kan kloppen. Bartas' nieuwste film 'Freedom' is bijvoorbeeld pas het tweede project van hem dat we hebben ondersteund.''

Meestal fungeert het fonds als kwaliteitsstempel: een kleine bijdrage uit Rotterdam kan helpen om ander geld te genereren. Zo werkte het bij het poëtische 'Freedom' van Bartas, maar ook bij de belangrijke Chinese film 'Platform', de tweede film van de jonge Chinese regisseur Jia Zhang Ke, een van de paradepaardjes uit het fondsprogramma in Rotterdam. Deze vanuit Hongkong en Japan geproduceerde, drie uur durende antisoap over de lotgevallen van een groepje jongeren in het China van de jaren tachtig bleek op het filmfestival in Venetië te weerbarstig voor de Gouden Leeuw, maar bevestigde wel Zhang Ke's reputatie die hij aan zijn veel bekroonde debuut 'Pickpocket' had overgehouden.

In een opeenvolging van lang aangehouden totaalshots die de anti-individuele groepscultuur lijken te onderstrepen, volgt Zhang Ke in 'Platform' de leden van een door China toerende muziekgroep tijdens hun jaren des onderscheids. Die jaren vallen samen met de belangrijke culturele hervormingen die tussen 1979 en 1989 plaatsvonden in China. De film opent met hun uitvoering van het lied 'Trein op weg naar Shaoshan' (de geboorteplaats van de communistische partijleider Mao Zedong) en eindigt met een disco-optreden van tien jaar later, waarbij de grauwe Mao-kleding inmiddels is ingeruild voor een outfit van felle roze bloesjes. Ondertussen zijn er in die tien jaar relaties tussen de musicerende jongens en meisjes opgebloeid en weer verbroken, is er abortus gepleegd, een kind gemaakt, heeft in de bibliotheek 'Het kapitaal' van Marx plaats gemaakt voor 'Lady Chatterley's Lover' van D.H. Lawrence, maakt het buurtcentrum ruimte voor schattige seksuele voorlichting en verschijnt op televisie de Amerikaanse soap-opera 'Desire'. Kortom, er is tumult en hervorming genoeg in de levens van deze jongeren, maar toch is de indruk die je aan 'Platform' overhoudt dat China een land is waar mensen wachten, wachten, wachten en wachten. Alsof ze naar een ander leven verlangen, zonder dat zelf door te hebben.

Een prachtige illustratie van deze voor westerlingen nogal curieuze levenshouding vormt de scène waarin een van de meisjes uit de muziekgroep de flamengo danst: met uitwaaierende jurk en zwarte hakken, maar zonder agressie; heel dromerig en veel te lief. Zhang Ke's 'Platform' schittert in eenvoud. En hoewel deze fondsfilm geen antropologische inzet heeft, leer je meer over het tegenwoordige China en de Chinezen dan alle historische epi van Chen Kaige en Zhang Yimou bijeen. Mocht 'Platform' maar enigszins maatgevend zijn voor de kwaliteit van alle films uit het komende Hubert-Bals-Fonds-programma, dan is aan de oorspronkelijke wens van de legendarische initiatiefnemer dit jaar zeker tegemoetgekomen.

mailIcon print |