recensie Wat voor vernietigende invloed sommige krachten in het cultuurveld kunnen hebben, is goed te zien in Frankrijk. Daar bepaalt componist/dirigent Pierre Boulez al jaren voor een groot deel het muzikale klimaat. Door zijn totalitaire houding heeft Boulez al heel wat collega's de pas afgesneden.
Pas lang na de dood van diens serialisme kan een groter publiek nu kennisnemen van het andere Frankrijk. Bijvoorbeeld van Gérard Grisey (1946-1998), een belangrijke componist uit de post-Boulez-generatie. Het is tekenend dat, toen het Nieuw Ensemble in 1999 een programma verzorgde met 'Quarte chants pour franchir le seuil', alleen het Amsterdamse Paradiso een concert wilde afnemen. Bij andere zaalprogrammeurs was Grisey onbekend, en dus een te groot risico. Ze misten zo een onvergetelijk concert. Griseys muziek doet iets eigenaardigs met je tijdsbeleving. In de traag afwikkelende, gedetailleerde processen lijkt het alsof tijd en klank beurtelings door een verrekijker en een microscoop worden waargenomen. ,,Als je de gezangen van walvissen hoort, zijn die zó uitgerekt, dat wat voor ons een gigantische, uitgetrokken en eindeloze geeuw lijkt, voor hen maar één medeklinker is'', legde Grisey zijn gedachten over muzikale tijd zelf ooit uit. ,,Het is dus onmogelijk hun taal met onze tijdsconstante waar te nemen. Op eenzelfde manier heb je bij het beluisteren van het gezang van een vogel de indruk dat het heel prikkend en geagiteerd is. Het is voor ons moeilijk zijn subtiele timbrevariaties waar te nemen, terwijl hij ons misschien waarneemt zoals wij walvissen.'' Grisey zag het gebruik van 'uitgerekte tijd' als tegenwicht voor de huidige zapcultuur. Ook zette hij zich bewust af tegen de papieren muziek van Boulez, om er een eigen, op klankervaring gebaseerde taal tegenover te stellen. Gericht op 'zuivere klank', volgde Grisey cursussen akoestiek in Parijs. De klankontledingen die hij daar leerde kennen, paste hij rechtstreeks toe in zijn werken. In zijn vroege stukken doet Grisey eigenlijk niets anders dan het instrumenteren van het boventonenspectrum (vandaar ook de naam voor het genre 'spectrale muziek'). Het maakt processen hoorbaar waarin het materiaal traag verandert. In latere werken zoals 'Quatre Chants pour franchir le Seuil' uit 1997-1998, wordt Griseys idioom contrastrijker en soepeler. Klankstudies en tijdsbelevingsaspecten treden niet meer als processen op de voorgrond, maar vormen veeleer een onderdeel van de expressie. 'Vier liederen om de drempel over te stappen', zoals de titel in vertaling luidt, is een veertig minuten durend stuk voor sopraan en vijftien instrumentalisten. Het is een symbolisch toeval dat de 'drempel' in de titel van Griseys laatste voltooide werk die van de dood is. Naast teksten van Christian Guez Ricord gebruikte Grisey fragmenten uit het Gilgamesj-epos, oud-Griekse teksten en Egyptische sarcofaag-inscripties: vier culturen over de vergankelijkheid van het bestaan, een thema dat nauw aansluit bij Griseys welhaast antropomorfe opvatting van klank als wezen in de tijd. Onder Sylvian Cambreling geeft Klangforum Wien Griseys schemertoestanden op een betoverende, ademende manier gestalte. Het subtiele spel van het ensemble roept onmiddelijk beelden op van een eigen geesteswereld, vergelijkbaar met de muzikale visioenen van Claude Vivier. De keuze voor sopraan Catherine Dubosc is eveneens een gelukkige: de talig zingende Française vertolkt de machteloosheid en vertwijfeling van de teksten op een aangrijpende manier. In alle opzichten een belangwekkende opname.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.