recensie Ik hou van geesten, spoken, fantomen, gnomen, heksen en alles wat van 'boem!' gaat in de nacht... maar niet van vampiers. Doch iedere regel heeft zijn uitzondering en in dit geval is dat 'Interview with the Vampire' van Anne Rice. Wie het boek niet kent, heeft misschien de film gezien met Tom Cruise. Nu is die Anne Rice in het Angelsaksische taalgebied heel beroemd met haar vreemdsoortige verzinsels en een ervan gaat over heksen en heet 'Het Heksenuur'.
Als ik jullie nu vertel dat het meer dan duizend bladzijden dik is en dus bijna niet te tillen in bed, zullen jullie wel denken dat ik niet helemaal lekker ben in het hoofd. Wie zal het zeggen. Maar voor mij pleit het feit dat het boek niet alleen leest als een spannende familieroman, maar het ook is: de kroniek van de familie Mayfair. Die Mayfairs zijn heksen, maar alla. Ze kunnen met Goethe's Faust zeggen ,,Die Geister die ich rief werd' ich nicht los'' want de oermoeder van het geslacht, een Schotse kruidenvrouw, leerde terloops van een heksenmeester hoe ze een geest moest oproepen.... en daar had je hem. Hij kreeg de naam Lasher en hij was een aanvallige, donkerogige jongeman met een treurige glimlach die heerlijk kon vrijen.
Hij zorgde ervoor dat de vrouwen van het geslacht Mayfair altijd geld in de beurs hadden. Is hij satan zelve of alleen maar een demon? Dat blijft in het midden, maar zeker is dat hij zijn uitverkorenen tenslotte altijd ten verderve voert. De eerste Mayfair-heks eindigt op de brandstapel en met de rest loopt het ook niet zo lekker af. Het is pikant om te weten dat er bij hen flink wat Neerlands bloed door d'aadren vloeit: de Nederlander Pyter van Abel is uitgetogen om de eerste heks van de brandstapel te redden.
Dat lukt niet, maar hij voert wel haar dochter Deborah mee naar het veilige Amsterdam. Ach heden, het mens is zo mooi dat hij vlak voor haar huwelijk met een aristocratische Fransman bezwijkt voor haar charmes en een dochter bij haar verwekt. Met die dochter verwekt hij later weer een dochter. 't Is wat, 't is wat, maar incest en inteelt zijn spek voor Lashers bek. Die Pyter nu is lid van een illuster genootschap, de Talamasca, bestaande uit geleerden met bovennatuurlijke gaven die zich in allerhande vreemde fenomena verdiepen. Vandaar hun interesse voor de Mayfair-heksen. Die volgen ze op hun weg van Amsterdam (waar de beruchte Mayfair-smaragd wordt verworven) via Frankrijk en West-Indië naar New Orleans, de broeierige voodoostad waar ze ten slotte neerstrijken in een prachtig maar langzaam afbrokkelend huis.
En daar wordt ten slotte de dertiende heks geboren, die de kring zal sluiten. Hoe, dat vertel ik niet. Maar ik vertel wel, dat ik pas de laatste vijftig bladzijden (van de meer dan duizend, ik heb gewaarschuwd) een beetje genoeg begon te krijgen van het vrouwvolk met hun fratsen. En dat kwam hoofdzakelijk omdat de moderne genetica erbij werd gehaald, waar ik niks niemendal van begrijp. Ik heb overigens sterk het vermoeden dat Rice op dat punt ook maar wat bij elkaar heeft geflanst. Maar als jullie wel eens denken 'Stop the world, I want to get off' lees dan 'Het Heksenuur'. Je wordt gegarandeerd voor lange tijd verplaatst naar een andere wereld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.