*

 

Plankenkoorts in de cel

Frank Kools − 30/03/02, 00:00

opinie Theatercollectief Dogtroep geeft voorstellingen in de gevangenis van Brugge. Gedetineerden en bezoekers worden meegenomen in een sfeer die voor iedereen anders is dan anders.

Kenneth heet hij. Geen achternaam. Ook vragen over waarom hij in de gevangenis van Brugge zit en voor hoe lang, worden niet beantwoord, zo kondigt gevangenisdirecteur Ronny Vandecandelaere aan, die naast Kenneth achter een tafeltje in de gevangeniskantine plaatsneemt voor een interview.

Heel beslist, maar dat met veel zachtheid omkleed, probeert de directeur de regie van het gesprek neer te zetten. ,,Wij spreken alleen over het hier en nu, want daar draait het om in een gevangenis. Je belandt hier in een vacuüm, afgesloten van buiten, van vroeger en straks.''

Maar Kenneth is wel bezig met vroeger en straks. ,,Ik was altijd met muziek in de weer''. Later wil hij daarin verder. ,,Ik ben al een soort impresariaat in voorbereiding.'' Hij greep dan ook de kans aan om mee te werken aan het project in het Penitentiair Complex van de Nederlandse Dogtroep. De voorstelling, zonder titel, in het kader van Brugge 2002, culturele hoofdstad van Europa, ging afgelopen donderdag in première. ,,Kon ik eindelijk mijn creativiteit kwijt.''

Het Amsterdamse collectief van theatermakers, beeldend kunstenaars en acteurs, befaamd vanwege zijn projecten die op een locatie worden geënt, hield voor geïnteresseerden audities. ,,We hadden plankenkoorts. Er werd gegiecheld'', herinnert Kenneth zich. Een twintigtal werd uitverkoren, waaruit de directeur weer zijn selectie maakte. ,,Enkele vluchtgevaarlijken hebben we verboden mee te doen. En ook mensen zonder de juiste persoonlijkheidsstructuur. Als je altijd alleen wandelt, je afzijdig van alles houdt, kun je de discipline van Dogtroep niet aan.''

Kenneth heeft genoten van de weken waarin het stuk tot stand kwam. ,,Ik hoefde mij eindelijk niet meer in te tomen.'' Hij voelde zich ook serieus genomen door Dogtroep. ,,Tot de bewakers is er altijd afstand. Dat moet om de orde te kunnen handhaven. Maar met de groep was er wel contact en konden we onze eigen verhalen en ideeën inbrengen.''

Hij zag de sfeer in de gevangenis, waarin mannen en vrouwen, kort- en langgestraften zitten, veranderen. ,,Om de orde te handhaven is het altijd nodig dat het stil blijft. Maar net als in Amerikaanse gevangenisfilms begon men plots achter de rug van bewakers te zingen. Er hoefden maar twee mensen die in het koor zitten in één ruimte te komen of ze zetten zacht in. Anderen leerden de muziek ook kennen en deden mee. Heel zachtjes ging de gevangenis swingen.''

Die menswording van de gevangen, precies daar gaat het om, vult de directeur aan. Ze moeten veel opkroppen, maar af en toe moeten pijn en verdriet een weg naar buiten vinden. ,,De bezoeker komt tot de ontdekking: er zit meer mens in dan wij denken.''

Ook moet de buitenwereld even de beklemming voelen van het opgesloten zitten. ,,De voorstelling werkt alleen maar als je hier voor het eerst binnenkomt'', zo beaamt Sunke, een Dogtroeper. ,,Wij voelen het al niet meer. We zijn intussen gewend aan al die deuren, en het maar wachten tot ze open gaan, de controle.''

Om die beklemming op te roepen, speelt het grootste deel van de route die de voorstelling door de gevangenis maakt zich af in een rij cellen aan dezelfde gang. De bezoekers worden rondgeleid door gidsen, gedetineerden, in hetzelfde tenue, hobbezakkerig als een boevenpak, maar glanzend als een uniform. ,,Allemaal dicht bij elkaar blijven'', manen ze. ,,Zoveel mogelijk met de rug tegen de muur staan.''

In één cel, gehuld in iel rood licht openen en sluiten zich steeds deuren achter de bezoekers. Foto's hangen aan de wand, gedompeld in glazen potten vol vloeistof, als was het sterk water. Een man voor een Thaise tempel: 'Jacob 27-08-1990 - 17-11-2007, meldt het bijschrift. Als het licht vcol aangaat, wit en verzengend, is zijn beeltenis verdwenen.

Enkele deuren verder prikt een vrouw, gezeten op een berg van balen stof, zich aan haar naaimachine. Ze maakt met het bloed haar lippen rood, en naait, naait. Banen stof trekken onder haar machine vandaan, door het raam naar buiten over het grasperk. Tot aan het hoge hek, waar de banen stof als leeg hemd tot bijna bovenaan omhoogschieten.

Vanuit deze gang gaat het naar de betonnen bak, waarin de gevangenen gelucht worden. Het gedetineerdenkoor doorbreekt daar even de illusie, door alle bezoekers een hand te geven. Waarna zij in beurtzangen losbarsten, zeer harmonieus, met elementen uit de Latino-dansmuziek.

Daar zet een finale zonder tekst in, maar vol associatieve beelden, compleet met steekvlam, waterpartijen, wonderlijke toestellen en mechanieken, allemaal des Dogtroeps. De aarde trekt zelf even letterlijk kringen rond een acteur. En dan plots blijft het bezoek alleen achter in de bak. Een deel applaudisseert nog, maar de zangers/acteurs zitten al weer opgesloten achter het hele dikke glas.

Buiten de bak om, via de speelplaats voor de jonge kinderen die bij hun moeders mogen blijven, keert het bezoek naar de kantine terug. Daar geen nazit, geen drankje. Bewust, weet de directeur. ,,Je hebt al die emoties in je maag gesplitst gekregen, waar je geen weg mee weet, zoals het gevangenen vergaat. Daar ga je nu maar mee naar buiten.''

Maar is het ook zo? Ik verliet Brugge zeker niet met een klemmende band om het hart. Ook niet met nieuwe inzichten in het harde leven van de gevangenen. Uit de opeenstapeling van sterke, maar soms wel voor de hand liggende indrukken en beelden, nam ik in de auto terug alleen een deuntje van het koor mee, een vrolijk deuntje.

Of was dat juist de menswording die Kenneth bedoelde? De Brugse gevangenis was ook voor mij een beetje gaan swingen.

mailIcon print |