BRUGGE - Van de nood een deugd maken: in Brugge weten ze er van mee te praten. De stad heeft ondanks de aanwezigheid van een vracht oude kunst nooit een museum voor contemporaine kunst gehad. Jan van Eyck en zijn mede-primitieven hebben er een prachtige plek gekregen (zie het vernieuwde Sint Jans Hospitaal), maar voor kunst die in deze tijd wordt gemaakt, bestond altijd weinig belangstelling. En hoewel de stad zich dit jaar het trotse predikaat 'Culturele Hoofdstad van Europa' mocht opspelden, waarin hedendaagse kunst toch niet zou misstaan, werd en passant vergeten daar een passende accommodatie voor te zoeken.
Om van die nood een deugd te maken, werd uitgeweken naar een schoolgebouw dat tussen het lesgeven door voor het bezoek wordt opengesteld. Zodat in alle rust gekeken kan worden naar 'Attachment+', wat zo veel is als een oprechte poging om grip te krijgen op recente ontwikkelingen in de jonge kunst.
'Attachment+' is ook een geslaagde poging om een gebouw tot leven te wekken dat per definitie ongeschikt is voor het tonen van installatiekunst. De expositie bevindt zich vóór, in en rond een gebouw dat in een droefstemmende neo-negentiende eeuwse stijl is opgetrokken in een van die troosteloze buurten die Brugge buiten het historische centrum rijk is. Niks geen dromerige grachten met stadspaleizen of gildehuizen hier, maar nederige huisvesting voor de minst draagkrachtigen. Middenin zo'n somber straatje staat een voormalige Rijksnormaalschool die tegenwoordig onderdak biedt aan een lerarenopleiding. Op de plekken waar het lesgeven doorgang vindt, is geen kunst te vinden, maar op alle andere plaatsen, inclusief de antieke gymzaal, het sportveld, de kantine en de zolder zijn zo'n zeventig installaties te vinden.
Nadrukkelijk gaat het om installaties, want schilderijen en andere vormen van ééndimensionale kunst ontbreken totaal. De keuze gaat zelfs zo ver dat de tegenwoordig actuele videokunst -die zijn vertrekpunt vindt in het platte beeld- zoveel mogelijk in een ruimtelijke omgeving is verwerkt. De geest van Jan Hoet waart dan ook rond in deze culturele hoofdstad, ook al heet de organisator Roland Patteeuw. Het is voor deze curator trouwens bijna een thuiswedstrijd. In het dagelijkse leven is hij immers artistiek directeur van de Kunsthal in het dicht bij Brugge gelegen Lophem.
Patteeuws keuzes vertonen niet het gedrag van iemand die platgetreden paden bewandelt. Hij heeft zeker zijn eigen favorieten, maar is zich er van bewust dat het publiek niet steeds maar komt opdraven voor het befaamde top-100 lijstje dat voortdurend zijn ronde doet langs de Europese lokaties. Bekende namen zijn er zeker in de figuren van Guillaume Bijl, Leo Copers en Wim Delvoye uit eigen land, Marijke Warmerdam, Mirjam de Zeeuw en Job Koelwijn van de Noorderburen en andere manifestatie-tijgers als Roni Horn, Tony Oursler, Panamarenko en Pistoletto. Maar er zijn ook verschillende 'debutanten' die veelal voor verrassingen zorgen. Patteeuw moet een grote liefde voor Scandinavië hebben, want deze kunst, die zelden zuidelijker dan Denemarken komt, is in Brugge goed vertegenwoordigd.
Uitgangspunt van Patteeuw was de houding die de kunstenaar in deze tijd inneemt: ,,De tijdsgevoeligheid van een kunstwerk wordt alsmaar sterker: een werk is morgen niet meer hetzelfde als vandaag. Onze keus van kunstenaars ligt precies daarin: niet om hun werkmiddelen, wel om de manier waarop ze met het tijdsbesef omgaan. Het gaat dus om de processing van kunstenaars en hun werk. De zekerheid, de gedetermineerdheid van het object bestaat niet meer'', zei Patteeuw onlangs in een gesprek tegen de Vlaamse 'Tijd Cultuur', de cultuurbijlage van de Fiancieel Economische Tijd.
Die onzekerheid wordt de bezoeker al direct aangeboden als deze het schoolgebouw nog niet eens heeft betreden. Pal voor de stenen trappen heeft Leo Copers een éénpersoons gevangeniscel neergezet waar de bezoeker op vrijwillige basis kan gaan 'zitten'. Wil je er echter uit, dan is het beschikbaarstellen van een financiële vergoeding noodzakelijk, anders gaat het traliehek niet open. Overigens wordt het hok vanaf de ontvangsttafel gecontroleerd: niet ieders (tot vandalisme neigende) bezoek is welkom.
In het schoolgebouw staan vrijwel alle gangen vol, met de lange uitstalling van verpakkingsmachines van Jean-Luc Moulène bijvoorbeeld, tot aan de 'douche-portretten van de Finse Elina Brotherus op zolder. Elk werk drukt zijn stempel op de omgeving, waarbij het opvalt dat er eigenlijk geen sprake is van wisselwerking. Weinig werken zijn namelijk voor deze specifieke lokaties gemaakt, maar toch passen ze zich wonderwel aan. Of ze raken hun oorspronkelijke karakter kwijt, maar dat gebeurt meer onder invloed van de tijd, dan van de nieuwe omstandigheden. Patteeuw is een meester in het manipuleren van de kunst en bovenal van onze opvatting wat kunst in deze tijd moet zijn. Je kunt zijn kunst dan ook niet meer met een objectieve blik bezien. Daar slagen maar weinig tentoonstellingsorganisatoren in. 'Attachment+' is ondanks de korte duur niet te missen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.