recensie Het komt maar zelden voor dat je uitvoeringen van een muziekstuk direct met elkaar kunt vergelijken. De afgelopen dagen kon het in het Amsterdamse Concertgebouw waar de Symfonie in d van César Franck door maar liefst drie orkesten werd uitgevoerd. Die directe confrontatie leverde heel wat verrassende zaken op, die maar weer eens bevestigen dat een partituur een dood ding is, dat pas tot leven komt als een dirigent aan het interpreteren gaat.
De orkesten en dirigenten in kwestie: het Koninklijk Concertgebouw (KCO) speelde donderdagavond onder Yan Pascal Tortelier, het Nederlands Philharmonisch Orkest (NedPhO) trad zaterdagavond aan onder Asher Fisch en op zondagochtend volgde het Radio Symfonie Orkest (RSO) onder leiding van Salvador Mas Conde. Overdaad schaadt? Absoluut niet! De drievoudige uitvoering van Francks symfonie was steeds ingebed in interessante en verrassende Franse programma's.
Oneerbiedig zou je Francks 'Symphonie en d' uit 1888 kunnen betitelen als een oud paard dat weer van stal gehaald wordt. Het werk behoorde in het recente verleden tot de grote symfonische werken, maar raakte in onze Mahler- en Brucknertijden een beetje op de achtergrond. Iemand als Mengelberg dirigeerde Francks enige symfonie vele malen in het Concertgebouw. Daar prijkt als stille getuige van Francks vroegere populariteit zijn naam in een cartouche naast die van Mahler en Bruckner.
Hoe verging het de drie orkesten en hun dirigenten? De Israëlische Asher Fisch gaf een zeer overtuigende interpretatie waarin tempi, dynamische verschillen en de balans tussen blazers en strijkers opperbest werden gerealiseerd. Rustig maar zeer precies leidde Fisch het uitstekend spelende NedPhO door de diverse climaxen heen. Hoogtepunt in zijn interpretatie was het allegretto-middendeel dat perfect van tempo en opbouw was.
Daarbij vergeleken ging Yan Pascal Tortelier te werk als een vervaarlijk gesticulerende messenwerper. De dellerigheid die in bepaalde thema's op de loer ligt, werd door hem zonder gêne naar boven gehaald. Trompetten mochten in de hoofdthema's uitpakken en tetterden over alles en iedereen heen. Niet mooi! De brille van de Concertgebouworkest-klank was verder wel in uitbundige overmaat aanwezig. Tortelier, zeer precies in zijn gebaren, was in alles het tegendeel van Salvador Mas Conde die het liefst zo min mogelijk met zijn armen zwiept.
Mas Conde's uitvoering van de symfonie bij het RSO was volgens mij de langzaamste die ik ooit gehoord heb. Zijn interpretatie duurde zo'n twintig minuten langer dan die van Tortelier en Fisch en ondanks de ouderwets mooie momenten die dat opleverde (complimenten voor het RSO) kwamen die tempi de symfonie nauwelijks ten goede. Op belangrijke momenten als de muziek moest voortvloeien, zette Mas Conde de zaak stil en haalde daarmee alle spanning uit het werk.
Frappant dat je met precies dezelfde noten drie zo totaal verschillende uitvoeringen kunt maken. Voor elke interpretatie viel wel wat te zeggen maar de douze points gaan dit keer naar het Nederlands Philharmonisch!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.