*

 

Een geplukte zwaan en wat roeispanen

Peter van der Lint − 04/02/02, 00:00

recensie De eerste samenwerking tussen Pierre Audi en Edo de Waart, respectievelijk artistieke en muzikale chef bij De Nederlandse Opera, leverde een vreemde 'Lohengrin' op die muzikaal evenwel op zeer hoog niveau stond.

Hoe ver moet je als regisseur gaan als je een symbool wilt verzinnen voor iets dat je pertinent niet op het toneel wilt visualiseren? Pierre Audi is in zijn nieuwe productie van Wagners opera 'Lohengrin' wel erg ver doorgeschoten: in zijn wens om in het verhaal over zwanenridder Lohengrin absoluut geen zwaan ten tonele te voeren, kwam hij als alternatief beeld met een opgetaste stapel roeispanen die op een lorrie werd opgereden. 'Kijk'. Welk een wonder!' zingt het koor op dat moment, maar de tekst 'Kijk. Wat wonderlijk!' was hier beter op zijn plaats geweest.

Richard Wagners 'Lohengrin' markeerde bij De Nederlandse Opera de eerste samenwerking tussen de artistiek directeur (Audi) en de chefdirigent (Edo de Waart). Bij deze twee grootheden voegde DNO de Griekse kunstenaar Jannis Kounellis voor het decor, zes prima solisten en het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Aan het slot van de lange zaterdagavond werd iedereen hartstochtelijk toegejuicht door het premièrepubliek, al was er ook lichte afkeuring voor Audi te bespeuren.

Voor het eerst sinds Audi in Amsterdam opera's regisseert, ontstond het gevoel dat hij zich met dit werk niet echt raad heeft geweten. Alleen al met het slotbeeld diskwalificeerde Audi zich wat mij betreft volledig. Zijn verkrampte en geforceerde einde, waarin Elsa nog snel een soort boetekleed aantrekt, stond in geen enkele verhouding tot bijvoorbeeld de fantastische afsluiting die Audi voor Wagners 'Götterdümmerung' realiseerde.

'Lohengrin' gaat over een mysterieuze ridder die de van broedermoord beschuldigde Elsa von Brabant komt verdedigen in een zogenaamd godsgericht. De ridder, die aan Elsa al in een droom is verschenen, komt over de Schelde aangevaren in een bootje getrokken door een zwaan. Hij verslaat aanklager Friedrich von Telramund en wordt door koning Heinrich der Vogler tot nieuwe heerser over Brabant benoemd. Elsa mag met de onbekende trouwen op voorwaarde dat ze nooit naar zijn naam, afkomst of rang zal vragen. De verslagen Telramund en zijn vrouw Ortrud zaaien dan twijfel bij Elsa, die uiteindelijk toch de verboden vraag stelt. De onbekende blijkt de graalridder Lohengrin, zoon van Parsifal. Hij ontneemt Ortrud haar heidense toverkrachten en verandert de zwaan, in werkelijkheid Elsa's broer, terug in Gottfried die zal heersen over Brabant. Hijzelf moet Elsa weer verlaten, die daarop ontzield ter aarde valt.

Op de posters en de kaft van het programmaboek wordt nog de suggestie van een zwaan gewekt door twee gekruiste handen die in een lichtbaan de schaduw van een zwanencontour werpen. In de opera is er naast het pallet peddels nog een groot kamerscherm waarop heel veel geplukte zwanenveren zijn geplakt. Het is allemaal veel te nadrukkelijk en flauw en het decor dat Kounellis ontwierp, helpt ook al niet mee. De enorme stalen stoelenwand in het eerste bedrijf waarin het immense koor is 'verwerkt' oogt imponerend. Dat de wand van echt staal is en dat die is opgebouwd uit elementen die de afmetingen van een tweepersoonsbed hebben, kan toch niemand echt interesseren? Is theater ook niet make belief?

In de overige bedrijven is Kounellis' ruimtelijke invulling verre van origineel en vooral in het laatste bedrijf moeten er te veel mensen op een te kleine ruimte voor op het toneel zien te bewegen. De 'choreografieën' die Audi in die ruimtes voor het koor bedacht zien er uit als een veredelde taptoe. In het eerste bedrijf wil Audi niet verder gaan dan een statische presentatie van de personages in min of meer symmetrische plaatjes. Soms vraag je je af of de regisseur de draak wil steken met een bepaalde vorm van theater. De zich meerdere malen 'wanhopig' tegen muur of paal vleiende personages ogen hopeloos ouderwets en zijn voor een Audi-regie zeer a-typisch. Vooral met het Ortrud-personage heeft Audi weinig gedaan; zij blijft maar onbestemd ronddreutelen op het toneel. Gelukkig heeft deze Ortrud de stem van Linda Watson en dat maakte veel goed. Werkelijk op orkaankracht kon zij de hoeveelheden decibels uit de orkestbak met gemak overstemmen zonder te gaan schreeuwen.

In de bak leidde Edo de Waart een wonderschone, muzikale voorstelling. De drie voorspelen voor elke akte waren alledrie schitterende hoogtepunten, prachtig opgebouwd en magnifiek gespeeld door het Rotterdams Philharmonisch. De Waarts begeleiding was verder de hele avond voorbeeldig. Alleen aan het slot van de eerste akte had De Waart de balans beter moeten regelen; in de immense koor- en orkestklank verdronken de stemmen van de solisten volledig.

Charlotte Margiono maakte een groots debuut in de rol van Elsa. Het is haar tweede grote Wagnerrol en zij lijkt voorbestemd om op deze weg verder te gaan. Als 'stimmliche' tegenpool van Watson was zij perfect gecast. In haar zang bracht Margiono prachtige lijnen aan en zij kreeg daartoe volop kansen van De Waart. John Treleaven moest als Lohengrin op gang komen, maar in de derde akte zong hij een wonderschoon 'In fernem Land'. Geert Smits was een zeer luxueuze bezetting voor de rol van Heerrufer en ook Kurt Rydl liet als koning weinig wensen onvervuld. Hartmut Welkers Telramund kwam zaterdag helaas niet uit de verf. Het koor daarentegen, met een op deze zaterdag wel heel toepasselijk bruidskoor (opvallend licht gezongen), stak in topvorm.

mailIcon print |