recensie AMSTERDAM - Wie dacht dat jazz het patent op improvisatie heeft, had vrijdag langs moeten komen in de Grote Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw. Daar deed de innemende fortepianist Robert Levin de tijden van Mozart herleven, met zelfverzonnen cadensen 'in de stijl van'. En met een heuse improvisatieronde op deunen uit het publiek.
Improvisator, pianist en componist: hoewel we Mozart tegenwoordig alleen nog in de laatste hoedanigheid kennen, werd hij door zijn tijdgenoten om alledrie zijn talenten bewonderd. Dat zegt veel over de manier waarop er in de achttiende eeuw tegen musici werd aangekeken. Muziek ontstond op het podium, waar de speler in ter plekke verzonnen improvisaties op een gegeven thema kon laten zien wat hij in huis had.
Robert Levin is het type pianist dat dit soort uitdagingen zeker niet uit de weg gaat. ,,Als je Mozart speelt moet je het goed doen'', vindt hij. Dus verrijkte hij het concert dat hij met The Academy of Ancient Music onder Christopher Hogwood verzorgde met een ronde 'improvisaties in de stijl van Mozart op thema's uit het publiek'. Voor dat doel waren er zilveren bokalen bij de zaalingangen neergezet, waarin het publiek zijn bijdrage op stukjes notenpapier kon deponeren. ,,Alleen diegenen die zeker weten dat ze iets in de stijl van Mozart kunnen schrijven, mogen dat doen'', legde Levin zijn publiek gekscherend uit. En zie: in de pauze ontpopte de helft van het publiek zich als ware componisten. Het leverde leuke gesprekjes op tussen degenen die noten schreven en geïnteresseerden die zich ermee wilden bemoeien. Natuurlijk waren er sadisten die Levin het liefst zagen zweten. Zoals die ene suppoost, die een onspeelbare partij op papier zette. ,,Als het maar moeilijk wordt'', vertelde hij. ,,Nee, zomaar noten'', antwoordde een ander op de vraag of hij echt iets in de stijl van Mozart op papier zette. Een echtpaar dacht eerst dat de bokalen dienden als asbak, maar verzon later toch een melodietje: ,,We zijn geen musici, gewoon liefhebbers. Maar als je het na kunt zingen, zijn we al heel tevreden.'' Een stiekeme blik in de zich gestaag vullende bokalen leerde dat veel inzenders volstonden met titels van hun favoriete liedjes, liefdesverklaringen aan Levin of ondertekenden met pseudoniemen als 'Hans Mendelssohn'.
De humoristisch babbelende Levin liet zich door niets uit het veld slaan. Hij trok blind een vijftal melodietjes, variërend van 'Poesje mauw' tot een heus Mozart-motief, dat hij met plakband aan zijn lessenaar vastmaakte 'tegen het wegwaaien'. De Mozart-pastiche waar hij alle melodieën doorheen roerde, was even ingenieus als geïnspireerd. Wilde modulaties verbonden de diverse thema's, die ook nog eens allemaal een eigen karakter meekregen. Van sonatine tot fugato: alles perfect in stijl met een paar vette knipogen. Levin spéélde niet alleen Mozart, hij dácht ook Mozart. Door zijn lichaamstaal in het Pianoconcert in c-klein en het Rondo in D-groot wás hij zelfs even de vanachter zijn instrument dirigerende componist. Op zulke momenten had de overigens voortreffelijke Hogwood gewoonweg het nakijken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.