recensie De riemen zijn ongelijk van gewicht, wat ongemakkelijk roeit. Maar wat kan het schelen: het is lekker weer voor eind november -dertien graden, blauwe hemel, ver weg een enkele witte wolk. Af en toe laat de zuidwestenwind het water rimpelen. Aan de geelbruine kleur van het riet en de rottende bladeren van waterlelies zie je dat het herfst is.
Dikke wortelstokken met groene spruiten van plompen drijven in het Zwanengat. Watersnippen schichten weg over het riet. Half vergaan blaasjeskruid met levendig groene winterknoppen zweeft in het water. Het blaasjeskruid vangt en verteert waterdiertjes met zakvormige fuiken aan zijn haarfijn verdeelde blad en bloeide deze zomer uitbundig met donkergele leeuwenbekbloemen aan roodbruine stelen.
De plassen van Botshol zijn in de achttiende eeuw door vervening ontstaan. Het water geeft problemen. Botsholwater kwelt weg naar de aangrenzende drieënhalve meter lager gelegen Groot-Mijdrechtse polder. Om het water van het natuurgebied op peil te houden moet voortdurend water worden ingelaten van de Oude Waver.
Ik herinner me dat we vijftig jaar geleden nog dronken uit het Grote Wije. De voedselrijkdom van het inlaatwater veroorzaakt troebeling door microwieren. Het inlaatwater wordt nu ontdaan van fosfaten, waardoor de plassen weer zo helder zijn dat kranswieren en groot nimfkruid terugkeerden. Maar eruit drinken doen we toch liever niet.
Alleen vogelgeluiden
De boot zit vast op een drijftil in het Moeras De Boer. Het is doodstil. Er komen zelfs geen vliegtuigen over. Wel een paar graspiepers. Ze roepen een herhaald 'iest... iest...' Even is er de tjakkerende roep van kramsvogels. Voortdurend miauwt een buizerd boven het moerasbos. Tussen de dode rietstengels van vorig jaar hangen de rode bessen van het bitterzoet. Ik noteer: 'Nog groene moerasvarens in beige rietkraag. Zingende winterkoning in berkenbosje vol braamstruweel en stekelvarens. Aanhoudend fluiten van smienten achter de bomen, moet ergens in de Noordelijke Polder zijn. Aalscholver, blauwe reiger vliegt over. Roep van baardmannen in het riet vlakbij.'
De plas in de Zeven Morgen is de enige plek waar ik nog schrijvertjes zie. Nergens in de kreken, maar wel hier, op rimpelloos water. Soms wel tien bij elkaar tegen de oever aan, tussen de dorre rietstengels. Tegen de verwachting in zie ik maar één schaatsenrijder. Halsbandparkieten roepen in de verte, ik denk ergens aan de Botsholsedijk, in elk geval achter het Grote Wije. Hier dus ook al, net als in de stad!
Eenden en ganzen
Uit de afgesloten Pruilhoek klinkt weer gefluit van smienten en tegelijk ook voortdurend het hoge 'druut-druut-druut...' van wintertalingen. Herhaaldelijk komen V-formaties van grauwe ganzen over, soms hoog in de lucht. Een winterkoning laat in het bos vlakbij zijn rollende liedje horen. De berken en elzen spiegelen zich in het gladde water. Een tweede winterkoning alarmeert met een ratelend geluid aan de andere kant van het Kleine Kooibos.
Ik besef nu pas dat ik nauwelijks een meerkoet heb gezien. Het is nu de tijd dat meerkoeten zich in troepen verzamelen op grote wateren. Maar ook op het Grote Wije zie ik er geen. Wellicht zijn ze weggetrokken naar de Ouderkerkerplas, hemelsbreed maar een paar kilometer van Botshol en met grasvelden langs de oevers, waar het goed grazen is.
Even na vieren dobber ik op het Kleine Wije bij het eiland De Pol. Een grote, bruine schietmot probeert zich in de boot te verstoppen. Een bootsmannetje komt aanvliegen en laat zich plompverloren in de boot vallen. Bootsmannetjes zijn waterinsecten en tegelijk goede vliegers.
Wat kunnen wilde eenden irritant snateren. Ineens merk ik dat ze dat de hele tijd al doen. Het lijkt wel een eendenkooi. Een wolk spreeuwen raast over, richting Grote Wije. Slaaptrek.
Weer komt een aalscholver over, even later nog een. De zon blikkert in het water. Vliegjes zwermen boven de boot.
Na zonsondergang
Het is tien voor halfvijf. De zon is oranje weggezakt achter de elzen. Ik krijg koude voeten, want het koelt nu snel af. In de elzen roept een grote bonte specht. Een roodborst tikkert dichtbij.
Een kwartier later vaar ik via de oneindig lijkende Vliet terug naar de roeibootverhuur. In de graslanden groeit nog wat riet van een meter hoog. Op sommige percelen wijst alle blad van dat schrale riet naar het oosten, blijkbaar gericht door de westenwind, toen het nog groen en buigzaam was. Af en toe vliegen wilde eenden over, met zijn tweeën of in groepjes.
Het is opmerkelijk stil. Er klinkt wat verwijderd gakken van grauwe ganzen, het tikkeren van een roodborst en het ratelen van winterkoningen dichterbij. Een merel vliegt schetterend uit een gehavende berk aan de vaart. Een mannetje, want zijn gele snavel valt op in de schemer.
De herfstkleuren vervagen. Ik denk aan het boek dat drie vrouwen dit jaar samenstelden met als aanleiding de vele aquarellen en kleurenfoto's die een van hen maakte in letterlijk haar achtertuin, want ze woont in de polder Botshol. Zij willen met dit boek de pracht en de rust van dit natuurgebied laten zien. In 'Botshol in beeld' zit een uitneembare plattegrond om de weg te vinden en er valt ook veel in te lezen over de geschiedenis, flora en fauna en de rietoogst in dit Natuurmonument. Dat op een haar na geen tweede Volgermeer, vakantiepark of nieuwbouwwijk is geworden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.