recensie De romans van de Deense schrijver Jens Christian Gr ndahl, nog maar even in de veertig, zijn van een weldadige beschouwelijkheid. Bij hem is het vertellen niet op het verhaal gericht, zoals vaak het geval is, maar op overwegingen, vragen, veronderstellingen. De wereld is in zijn boeken raadselachtig, de menselijke omgang is nauwelijks peilbaar en ook het persoonlijke wedervaren wordt niet begrepen. Gr ndahls personage probeert van wat hem is overkomen een geschiedenis te maken, een weefsel van tekst, maar hij stuit altijd op leegte, gebrek aan inzicht en kennis. Herinneringen zijn herinneringen aan herinneringen. De tijd verandert ons en onze geschiedenis, en als we elkaar aankijken, weten we niet van elkaar wie we zien en wat we daarbij denken.
'Indian Summer' uit 1994 is een echte Gr ndahl, waarin de jonge schrijver August valt voor de fotografe Alma, haar vervolgens kwijtraakt aan zijn vriend, de kunstschilder Gustav, opnieuw begint met de toneelspeelster Harriet, maar ook door haar wordt verlaten. Hij behoort tot 'de mistroostige brigade der verlaten mannen'. Op latere leeftijd ontmoeten August en Alma elkaar weer en blijkt Gustav, die al lang geleden bij Alma is weggegaan, op sterven te liggen. Nieuwe verwikkelingen, ook in het erotische, doen zich voor, maar het eindigt ermee dat August, die op een nieuwe Alma gehoopt had in de vorm van haar dochter Becky, alleen achterblijft.
Van dit staketsel heeft Gr ndahl iets fenomenaals gemaakt, een taalbouwwerk dat voortdurend en soepel verspringt in ruimte en tijd. Als August probeert zijn geliefde Alma te beschrijven zoals ze was toen hij haar voor het eerst zag, van dichtbij, stuit hij op de onmogelijkheid ervan en ervaart hij ,,een armzalige ruilhandel met het halfgeziene en het reeds vergetene. Ik vang slechts glimpen van haar op tussen de woorden, rafelige ogenblikken, die in het rond stuiven als sneeuwvlokken of flintertjes as, te licht, te dun om mijn woorden te dragen.'
Het woord is voor deze schrijver trouwens een obstakel, dat een intieme omgang met de wereld, en ook met mensen, in de weg staat. Het kijken en ook de fotografie zijn betere manieren om woordeloos tot onze omgeving door te dringen. August oefent zich dan ook in kijken en besluit op een gegeven moment op te houden met schrijven. Toch is hij de hele roman door in feite bezig met vertellen en beschouwen, met het gebruik dus van woorden, om inzicht te krijgen in wat hem is overkomen, zijn liefdes en scheidingen.
De personages in 'Indian Summer' zijn met vraagtekens omgeven. Hun gedrag is impulsief en kan alleen minimaal verklaard worden. De schilder Gustav, bijvoorbeeld, gaat na Alma van zijn beste vriend te hebben afgepikt (wat deze hem hoegenaamd niet kwalijk neemt) en een kind bij haar te hebben verwekt, steeds vaker van huis weg, tot hij op een gegeven dag thuiskomt met de mededeling dat hij niet meer van haar houdt en voorgoed vertrekt. Zo gaat dat toe bij Gr ndahl, er is niemand die zijn of haar beweegredenen prijsgeeft of doorziet, iedereen leeft in den blinde, of in elk geval op een eigen manier, die niet te doorgronden is voor een ander. Gustav gaat weg niet zozeer omdat hij een ander heeft, maar omdat hij niet meer van Alma houdt. August komt er niet achter waarom dit zo is, Alma heeft er ook geen idee van kennelijk, want zij blijft er nadien alle jaren over rouwen. August verstopt zijn liefde voor Alma in zijn verhouding met Harriet en voelt weer zijn vroegere vurigheid terugkomen als Alma hem in zijn eenzaamheid opbelt.
Kenmerkend voor dit proza zijn de verzwegenheden: ,,Ze zei niet waarom ze me had uitgenodigd, en ik vroeg er niet naar. Er was zoveel wat we niet konden weten, en zoveel wat we maar al te goed wisten. Langzaam, zin voor zin, praatten we om de zwijgende plekken heen die de jaren hadden achtergelaten, eigenlijk niet angstig, maar voorzichtig, o zo voorzichtig, met lange pauzes.' Meestal gebruikt Gr ndahl lange tot zeer lange zinnen, die verwikkeld zijn en waarin veel tegelijk en in samenhang gezegd kan worden. Het is zaak deze zinnen wat hun veelzijdige aanbod betreft goed tot zich te laten doordringen. Als August alleen door Parijs loopt, in de regen, en een jonge vrouw hem om een sigaret vraagt, volgt er zo'n uitermate wendbare zin, waaruit heel veel valt op te maken: ,,Haar donkerrode lippen kromden zich om de filter, terwijl ze me in de ogen keek door de vlam van de aansteker in mijn uitgestrekte hand, en heel even bekeek ik mezelf door haar glimlachende ogen, niet meer zo jong en op veilige afstand, maar niettemin een mogelijkheid, een van die kortstondige openingen, die ze in de loop der dag zou passeren, gejaagd, hollend door de regen op haar schrapende hakken, tussen de passerende groene bussen met allerlei namen en richtingen, haar handen begraven in de dichtgeknoopte regenmantel en haar gedachten heel ergens anders.'
De vraag hoe een ander je ziet en wat er omgaat in iemand anders hoofd is in deze roman dikwijls aan de orde. Ook is de mogelijkheid of de toevalligheid een duidelijk motief in het boek. August krijgt als beginnend schrijver plotseling de fotografe Alma op zijn dak, toevallig. Als hij Alma, na een tijd met haar te zijn geweest, voorstelt aan Gustav, blijkt de werkelijkheid voor hem de mogelijkheid in petto te hebben dat Alma bij Gustav intrekt en wel ogenblikkelijk. Alsof hij haar zelf van de hand heeft gedaan, in één nacht.
In de erotische passages valt het op hoezeer men juist in de coïtus van elkaar als individu vervreemd raakt, in de visie van Gr ndahl zonder twijfel een vervreemding binnen een reeds bestaande vervreemding: ,,Ze verdween voor me, tussen mijn handen, altijd met haar ogen dicht, zodat ze niets anders was dan huid en openingen, blind en elders. Ik wilde dat ze me zou zien, alles zou zien wat ik was, zodat ik niets anders hoefde te zijn dan wat zij zag. Ik hield van haar met een razernij die me verraste, en die nooit afnam, onzichtbaar, machteloos tegenover haar blinde, genietende lichaam, dat zich door mij tot het uiterste liet drijven, in een vrije val van mij vandaan, haar eigen bodemloosheid in.'
Bij welke schrijver vindt men zoiets? Gr ndahl biedt zulke zinnen in overvloed. Hij weet dat de werkelijkheid van ons bestaan en de grote thema's van liefde, bedrog, afscheid en dood alleen met de meest verfijnde middelen onderzocht kunnen worden, anders geven zij hun geheimen niet prijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.