recensie Ellen Stikker, hoofdpersonage van Sjuul Deckwitz derde roman, lijdt aan een zenuwziekte die haar mobiliteit aanzienlijk belemmert. Een ziekenhuisopname dwingt haar niet alleen tot rust, maar, zoals dat gaat, ook tot bezinning en overpeinzing. Ellens lichaam mag zich dan letterlijk voortslepen, haar geest blijft actief en houdt zich voornamelijk bezig met twee prangende kwesties: wat is er vroeger met haar vader in Indië gebeurd waardoor hij zich later tot huistiran ontpopte, en wat is er recentelijk met haar geliefde dokter Wieland gebeurd, die opeens niet meer komt opdagen voor haar ruggenprik en andere onderzoeken?
Deckwitz haalt met ziekte en oorlog niet bepaald de minste thema's aan, maar vermijdt het tobberig of bitter te worden. Dat is niet haar stijl. Integendeel: bijna vrolijk omschrijft ze de ziekte waaraan Ellen lijdt als 'Alle Zenuwen Ziek' en spreekt over Indië-veteranen als 'flippende oude mannen'. Eerbiedig is de toon van het boek niet, maar goed te pruimen is het verhaal hierdoor wel.
Deckwitz is het sterkst in de passages waarin ze de absurde wereld beschrijft waarin een mens terechtkomt als ziekte toeslaat. Hiermee vergeleken steekt de verhaallijn over Indië wat mager af, want Deckwitz maakt niet duidelijk hoe het leven van Ellens vader er in Indië moet hebben uitgezien. Daardoor wordt het leed van Ellen, de tweede generatie, waarop Deckwitz zich concentreert, ook niet invoelbaar. Toch is 'De auto's van mijn vader' een vermakelijke roman geworden, iets waar niet veel auteurs die voor een dergelijk thematiek kiezen, op kunnen bogen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.