*

 

'Expresselijk voor dames', bah!

ELMA DRAYER − 23/02/02, 00:00

recensie Het verscheen in 1784, het heette Algemeene Oeffenschool der Vrouwen, en het was het eerste tijdschrift in Nederland speciaal voor vrouwen. Doel van het blad: het 'Nederlands Jufferschap nutte en aangenaame kundigheden in te boezemen'.

Er stonden dichtwerkjes in, tips omtrent 'beproefde huismiddelen', 'heilzaame leefregelen', en recensies van 'de nieuwste Werken, die door of ten behoeve, der Vrouwelyke Sexe geschreeven zijn'. Enfin, héél erg verschilde de formule niet van de vrouwenbladen die nu in de winkels liggen - behalve dat geen hedendaagse uitgever zich meer zou wagen, helaas, aan titels als Kabinet van mode en smaak, De Vriendin van 't Vaderland, of Onze Roeping.

Lotte Jensen beschrijft in haar dissertatie 'Bij uitsluiting voor de vrouwelijke sekse geschikt' uitvoerig opkomst en bloei van de vrouwentijdschriften in de achttiende en negentiende eeuw. Ook de vrouwelijke journalist - Betje Wolff was de eerste - krijgt haar ruime aandacht. Het karakter van de vrouwenbladen was ambigu, zegt Jensen. De journalistes propageerden het huise lijke leven als hoogste goed. Tegelijk spoorden ze vrouwen aan om hun schrijftalent te ontwikkelen, en vooral, goede werken te doen ten behoeve van gevangenen en armen. De 'nuttige handwerken' namen een ongeëvenaarde vlucht. De opbrengst van de verkochte brei-, haak-, en borduurwerkjes ging naar het goede doel.

Prachtig zijn de plaatjes in Jensens boek van handwerkende én lezende vrouwen. ,,Ja zelfs eene geoefende breister'', meldde het tijdschrift Eutropia, ,,kan onder het vervaardigen van een dier tallooze, hetzij nuttige, hetzij bevallige en in de mode zijnde breiwerkjes, haren geest verlichten en beschaven, en hare kennis vermeerderen, door het lezen van eenig nuttig of onderhoudend boek''.

De reputatie van de vrouwenbladen was overigens niet al te best. Schrijfster A.L.G. Bosboom-Toussaint had een afkeer van 'expresselijk voor dames vervaardigde stukjes'. Zij wilde serieus genomen worden, ze schreef liever in De Gids. Pikant: Bosboom-Toussaint haalde uiteindelijk als enige negentiende-eeuwse vrouwelijke auteur de literaire canon.

Vrouwentijdschriften speelden hun eigen, voorzichtige rol in het groeiende emancipatiestreven, concludeert Jensen. De zachte, maar voortdurende aanmoediging om verder te kijken dan het eigen huisgezin, bleef uiteindelijk niet zonder gevolgen.

De eerste feministische golf, eind negentiende eeuw, leidde tot heel nieuwe vrouwendilemma's en -problemen. In de literatuur is dat terug te vinden, zegt Harold van Dijk in 'In het liefdeleven ligt gansch het leven'. Zijn nogal wijdlopig geschreven dissertatie behandelt het vrouwbeeld in het Nederlands realistisch proza tussen 1885 en 1930.

Van Dijk neemt het jaar 1910 als keerpunt. In het proza van ervóór kwijnen de vrouwelijke personages, ze lijden aan raadselachtige ziekten, zijn onbegrepen en ongelukkig in de liefde. Willoos staan ze in het leven, speelbal van het 'noodlot'. In de romans na 1910 zijn de personages naar school geweest, ze gaan soms werken - al is het alleen in bepaalde, voor vrouwen geschikt geachte beroepen. Ze zijn 'wilsbekwaam', ze verkeren niet langer in de 'houdgreep van het noodlot'. En in de liefde is het niet alleen meer kommer en kwel.

Opmerkelijk is vooral hoe de visie op 'de natuur' verandert. De vrouw van na 1910 is niet langer een teer kasplantje, maar 'een in aanleg vitaal gewas'. Haar waarlijke bestemming, daaraan twijfelt niemand, blijft het moederschap en het leven binnenshuis.

Het zou nog enkele decennia, en een nieuwe feministische golf duren voordat dááraan geknaagd werd.

mailIcon print |