recensie In het jaar 1743 liep een veertienjarige joodse jongen van Dessau naar Berlijn, een afstand van honderdvijftig kilometer waar hij vijf, zes dagen over deed. Een hele prestatie want de jongen, Moses Mendelssohn, was ziekelijk, mager, en had een bochel.
Hij meldde zich in Berlijn, zoals voorgeschreven; bij de Rosenthaler Tor, de enige poort van de stad waar joden en vee mochten binnenkomen. Het was de tijd dat poortwachters in hun dagrapport noteerden: ,,Vandaag passeerden zes ossen, zeven varkens en een jood''. Zij hadden strikte instructies om 'alle aankomende joden aan te geven, hen in de gaten te houden en buitenlandse joden te verwijderen'. Op de vraag waarom hij naar Berlijn kwam, zou Mendelssohn geantwoord hebben: ,,Om te leren''.
Het antwoord is mogelijk apocrief, maar leren deed Mendelssohn. Bij aankomst was de puber het Duits niet machtig, hij sprak alleen Hebreeuws en Judendeutsch, een middeleeuws Duits dialect, vermengd met Hebreeuws. Maar binnen de kortste keren beheerste hij het Duits, Frans, Engels, Grieks en Latijn. Sterker nog, in minder dan twintig jaar vestigde hij, vrijwel geheel op eigen kracht, zijn naam als Duits filosoof, filoloog, stilist en literatuurcriticus. Hij werd 'de Duitse Socrates' genoemd, 'de joodse Luther'.
Met het verhaal van Moses Mendelssohn, de grootvader van de componist Felix Mendelssohn-
Bartholdy, begint het schitterende boek 'Duitsland en zijn joden' van de Israëlische journalist en historicus Amos Elon. ,,Ik ben met hem begonnen omdat hij het eerste beroemde voorbeeld is van een jood die geheel en al geassimileerd raakte in de Duitse maatschappij maar toch, religieus en cultureel gezien, een jood bleef. Hij wees de joden een weg, tegen de orthodoxe lijn in, om Duitser te worden en jood te blijven. Twintig, dertig jaar later, aan het einde van de achttiende eeuw, waren er tienduizenden joden die volledig thuis waren in de Duitse taal en Duitse cultuur.''
Het boek van Elon staat bol van meeslepend geschreven portretten van joodse intellectuelen - schrijvers, componisten, filosofen, journalisten - die opgingen in de Duitse samenleving, deze soms scherp bekritiseerden maar vrijwel stuk voor stuk een grote liefde aan de dag legden voor de Duitse literatuur en cultuur. Daarin konden ze, zegt Elon, hun 'thuis' vinden: ,,In de negentiende eeuw waren er veel Europeanen die Duitsland en de Duitsers haatten, die bang voor ze waren of jaloers. De enigen die echt van de Duitsers hielden, dat waren de joden. Dat is natuurlijk erg ironisch.''
Met een glimlach om zijn mond vertelt Elon de anekdote van de Duits/Amerikaanse schrijver Erich Remarque, auteur van de beroemde roman 'Im Westen nichts Neues', die nadat de nazi's aan de macht waren gekomen, uitweek naar Zwitserland en later de Verenigde Staten. ,,Toen hij in Amerika woonde, werd hem eens gevraagd: ,,Mist u Duitsland niet?'' Hij antwoordde: ,,Waarom zou ik, ik ben geen jood''. Een minderheid vormden ze, nooit kwamen de joden verder dan een fractie boven de één procent van de Duitstaligen. Maar ze brachten klinkende namen voort: de schrijvers Heine, Kafka, Broch en Zweig, de wetenschappers Einstein en Freud, de componisten Mahler, Schönberg en de al genoemde Mendelssohn-Bartholdy. Je ziet dat vaker bij minderheden, zegt Elon: ,,Kijk naar de Schotten in Groot-Brittannië, van hen wordt gezegd dat ze de moderne wereld hebben uitgevonden, of neem de Armeniërs, waar ze ook zijn, in het Midden-Oosten, Europa, Amerika, het zijn overal succesvolle ondernemers. Of kijk naar de Hugenoten in Duitsland, of de Duitsers in Oost-Europa, zij waren de ruggengraat van de tsaristische bureaucratie. Hoe dat te verklaren is? Minderheden moeten er altijd harder aan trekken, zij moeten zich een plaats verwerven in de maatschappij waarin ze leven.''
De geschiedenis van de joden in Duitsland van 1743 tot 1933, de periode die het boek van Elon omvat, is er volgens de auteur een van ups en downs. ,,Er waren momenten dat ze de totale wanhoop nabij waren, dat ze werden beschimpt en vernederd, dat ze werden buitengesloten. Soms mochten ze bepaalde beroepen niet uitoefenen. Toen Mendelssohn in Berlijn aankwam, was er een extra belasting voor joden, ze konden het hoofd nauwelijks boven water houden.''
Maar er waren ook tijden van geluk, en die waren misschien nog wel talrijker. Elon: ,,Het is de paradox van de geschiedenis dat joden die op de breuk van de negentiende en twintigste eeuw in Duitsland woonden, zichzelf gelukkig prezen dat ze Duitser waren. Als ze om zich heen keken, zagen ze in Frankrijk de Dreyfus-affaire. Dat zou in die tijd in Duitsland ondenkbaar zijn geweest. Het gepeupel liep niet 'Dood aan de joden' schreeuwend door de straten van Berlijn. In Frankrijk gebeurde dat wél. Als ze naar het oosten keken, naar Rusland, zagen ze 'de grote volkerengevangenis', zoals Lenin het eens heeft genoemd. Joden waren daar outcast, ze konden zich niet bewegen, ze mochten niet aan de universiteit studeren, daarom weken zovelen van hen uit naar Duitsland. Joden vonden in die tijd dat ze boften dat ze Duitser waren.''
Uit die bloeiperiode kan de les getrokken worden, vindt Elon, dat het streven naar een multiculturele samenleving geen utopie hoeft te zijn. ,,Mijn boek heeft een boodschap voor mensen die bezorgd zijn over het behoud van tolerantie en sociale integratie. De assimilatie van de joden was een succes. Zionisten zeggen dat de assimilatie gedoemd was te mislukken. Dat is natuurlijk niet waar. Het is nonsens om te zeggen dat het een vorm van zelfhaat was. Geen van de mensen die ik in dit boek heb beschreven, haatte zichzelf.''
,,Joden hebben er in Duitsland aan bijgedragen dat er destijds een open multiculturele samenleving ontstond, dat er een scheiding werd aangebracht tussen staat en kerk, dat er grondrechten kwamen. De joodse intellectuelen hebben een, achteraf bezien wanhopige, poging gedaan het Duitse nationalisme en het Duitse patriottisme te civiliseren, van zijn scherpe kanten te ontdoen. Dat was ook uit puur eigenbelang. Die poging is uiteindelijk natuurlijk mislukt.''
Het boek eindigt in 1933, het jaar waarin Adolf Hitler aan de macht kwam. In de slotpassage beschrijft Amos Elon hoe de filosofe Hannah Arendt aan de nazi's weet te ontkomen. ,,De cirkel was rond. De trein reed door het landschap naar het zuiden, in de omgekeerde richting van die waarin de veertienjarige Moses Mendelssohn tweehonderd jaar eerder had gelopen op weg naar roem en fortuin in het Berlijn van de Verlichting.''
Het had anders kunnen gaan, zegt Elon. ,,Het is op een catastrofe uitgelopen, maar het had niet hóeven te gebeuren. Er waren natuurlijk in Duitsland wortels van nazisme en antisemitisme, maar die wortels waren en zijn in bijna elke maatschappij aanwezig.'' Met kracht verwerpt hij de stelling van de Amerikaanse politicoloog Daniel Goldhagen dat Hitler niet toevallig in Duitsland opkwam, dat er in dat land altijd al een virulente vorm van antisemitisme aanwezig was. Zijn boek bewijst juist dat de joden het in Duitsland vóór 1933 vaak goed hadden. ,,Goldhagen faalt in zijn analyse, hij bewijst zijn stelling niet. Nogmaals: er was in Europa overal antisemitisme. De Duitsers hebben het racisme niet uitgevonden, het is door de Fransen uitgevonden. Het is het politiek abces van het sociaal darwinisme.''
De grote fout van Goldhagen is geweest, oordeelt Elon, dat hij op zoek is geweest naar dé oorzaak van de Holocaust: waarom kon dit juist in Duitsland gebeuren? ,,Het was niet in Duitsland gebeurd als de Eerste Wereldoorlog niet een totale maatschappij had gedemoraliseerd. Het was niet gebeurd als er geen beurskrach in 1929 was geweest. Het was niet gebeurd als er een ander constitutioneel systeem was geweest dan de Weimarrepubliek. Mijn hoogleraar geschiedenis in Cambridge vergeleek oorlogen met een auto-ongeluk. Als er twee auto's op elkaar botsen, kan de oorzaak zijn dat een van de bestuurders te veel gedronken had, dat er olie op de weg lag, dat het mistig was. Maar de werkelijke oorzaak is natuurlijk de uitvinding van de motor. Zo'n dieperliggende verklaring kun je bij de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust niet aanwijzen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.