recensie In het nieuwste nummer van Literatuur vraagt Marije Groos aandacht voor het engagement dat de beweging van Vijftig aankleefde. Het is volgens haar wel bekend dat de poëtische vernieuwing die de Vijftigers voorstonden, gepaard ging met een duidelijk politiek-maatschappelijk gericht engagement, maar er wordt te weinig bij stilgestaan.
Dat kan zijn. Haar artikel evenwel bevat voor wie op de hoogte was van dit feit bijzonder weinig nieuws en lijkt geschreven voor jongeren zonder enig literairhistorisch besef. Het revolterende karakter van de experimentele poëzie van vooral Lucebert, maar ook Kouwenaar en Elburg, in die jaren is evident en beperkt zich niet alleen tot de literatuur. Kouwenaars befaamde essay 'Poëzie is realiteit' wordt weer eens opgehaald, waarin het vernieuwen van de poëzie als een voorafspiegeling van de verhoopte (socialistische) vernieuwing van de maatschappij wordt beschouwd.
Maar vooral Lucebert heeft een stortvloed van politiek-maatschappelijk betrokken gedichten geschreven, te beginnen met het overbekende 'Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia', waarin hij eind 1948 protesteert tegen de tweede politionele actie van het Nederlandse leger tegen de Indonesische onafhankelijkheidsstrijders. Een bundeling van Luceberts protestgedichten heet '...en morgen de hele wereld'(1972).
Marije Groos bespreekt er twee gedichten uit, die dateren van 1953 en 1954, ,,waarin Lucebert zich fel uitlaat over de vanzelfsprekende keuze voor Amerika in de Koude Oorlog, de hiermee gepaard gaande communistenhaat en het onaantastbaar lijkende katholieke geloof''. Deze besprekingen laten zien dat de poëzie van de Vijftigers, met name die van Lucebert, niet alleen om zijn talige kwaliteiten, ook om zijn engagement met de wereld gelezen wil worden. Of om het in Luceberts welbekende woorden te zeggen: ,,lyriek is de moeder der politiek.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.