recensie De 115 jaar oude Berliner Philharmoniker heeft een nieuwe 47-jarige chef-dirigent en dat zal Berlijn en de rest van Europa weten.
Een maand geleden begon Sir Simon Rattle aan zijn titanenarbeid met een bejubelde Vijfde symfonie van Mahler, waarvan de cd-opname nu al te koop is. Rattle koppelde Mahler aan 'Asyla' van de jonge Brit Thomas Adès en loste daarmee direct een gedane belofte in, dat hij de Berlijnse kussens eens goed wilde opschudden. Op concertreizen naar Wenen, München, Frankfurt, Keulen, Londen, Parijs en Amsterdam (afgelopen woensdag) krijgt de nieuwe koers van het Berlijnse orkest ook al direct invulling.
Rattle wil schatplichtig blijven aan de traditie en aan zijn illustere voorgangers Nikisch, Furtwüngler, Celibidache, Von Karajan en Abbado. En dus zal ook hij de core-business van het orkest blijven doen: Beethoven, Brahms, Bruckner en Mahler. Maar in de eerste maand kwamen in Berlijn naast Adès ook al de componisten Lindberg, Turnage en Messiaen voorbij en tijdens de Europese tournee presenteert Rattle Bruckners Negende symfonie naast het Tweede strijkkwartet (versie voor strijkorkest) van Arnold Schönberg. Oké, Schönbergs kwartet is ook al weer bijna honderd jaar oud, maar toch - en bovendien wordt de strijkorkestversie bijna nooit gespeeld.
De bezoekers van het Amsterdamse Concertgebouw kregen woensdagavond een brochure uitgereikt met daarop (in het Nederlands) een verhandeling over verleden en toekomst van de Berliner Philharmoniker. Daarin stond te lezen dat de veranderingen die komen gaan ook samenhangen met de komst van de nieuwe directeur Franz Xaver Ohnesorg. Dat deze Ohnesorg juist een dag eerder zijn ontslag als directeur bekendmaakte, is een teken dat veranderingen in 115 jaar oude instituten niet vanzelf gaan - ook al heet je nieuwe chef Rattle.
En was Rattle bijzonder? En of! Voor de laatste, onaffe, symfonie van Bruckner zette hij maar liefst tien contrabassen in (in een rij staand achter het orkest) en achttien eerste violen. Om met zo'n apparaat zo subtiel te werk te gaan als Rattle deed, is een kunst op zich. Bruckners dynamische voorschriften werden met meesterhand op de millimeter opgevolgd. De tempokeuze van Rattle was niet extreem (Furtwüngler was meestal sneller met de Negende klaar) maar alle versnellingen en vertragingen zaten precies daar waar Bruckner ze wilde. De orkestklank was fenomenaal met een ongelooflijk gave afwerking. Alleen al hoe de slotakkoorden van de verschillende delen klonken.
In het strijkkwartet van Schönberg konden de strijkers al hun kunstjes laten horen. Het leek wel of ze af en toe de snaren en strijkstok met wasverzachter hadden behandeld. Zo zijdezacht en fluwelig hoor je het maar zelden. Sopraan Dawn Upshaw voegde zich met een heerlijk doordringende sopraan tussen het strijkerskorps in de twee laatste delen. En het ragfijn gespeelde slotakkoord van Schönberg was alleen al de volle 120 euro van de toegangsprijs waard.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.