*

 

Bij welk geloof verandert 'sea' in zee?

T. VAN DEEL − 30/11/02, 00:00

recensie Twintig jaar geleden, precies op de helft van zijn nu veertigjarig schrijverschap, heeft K. Schippers al een beschouwing geschreven onder de titel 'Zilah'. Die handelde over een Engels boek uit 1906 met telegramcodes, 'Bentley's Complete Phrase Code', waarin zakenmensen uit vijf letters bestaande coderingen konden vinden voor aanzienlijk langere mededelingen. Om bedrijven in de gelegenheid te stellen ook gecodeerde berichten te verzenden, die Bentley niet kon voorzien, was een supplement toegevoegd met lege codes, die naar believen konden worden ingevuld. ZILAH is er een van en dat woord kiest Schippers uit om als titel van zijn stuk te fungeren.

Hij vraagt zich dan af, heel typerend voor zijn subtiele verhouding tot de taal, of hij dit codewoord niet te veel belast door het de functie van titel te geven, want waar moet ZILAH allemaal voor staan? En hij komt tot de conclusie, stapsgewijs, dat de code bij gebrek aan één welomschreven betekenis nu lle mogelijke woorden en frases zal moeten bevatten.

ZILAH, kortom, is de taal zelf geworden.

In de nieuwe roman is Zilah een energieke jonge vrouw, die dramaturgie en rechten heeft gestudeerd, maar niet afgemaakt, in een galerie heeft gewerkt, een filmcutter geholpen, met kleren op de markt gestaan, en voorlichtster is geweest in het museum voor wetenschap. Het liefst werkt zij als copywriter en op het ogenblik dat de roman begint, moet zij voor het bureau van haar broer Hans de naam van een nieuw biermerk verzinnen. Als zij de auto van haar neef Rolf, die zijn pols heeft gebroken, uit Spanje gaat ophalen, schiet haar een naam te binnen: Dom Blondje, en het zal een succes blijken te zijn.

In Frankrijk, op de terugweg, ontmoet Zilah een man die in opdracht van een Nederlandse vrouw een huis moet opsporen waarin zij haar jeugdliefde heeft beleefd. Met hem praat zij over de taal en hij beweert dat 'Dom Blondje' door iedereen gebruikt wordt en van niemand in het bijzonder is, dus maar beter niet geregistreerd kan worden als merknaam, want het is gevaarlijk om taal op naam van iemand te zetten. Het verhindert haar niet om bij het merkenbureau langs te gaan en behalve 'Dom Blondje' ook, in een opwelling, 'De Nederlandse taal' op haar naam te laten registreren. In de Grondwet, zo had zij vastgesteld, staat niet met zoveel woorden dat de taal ieders bezit is.

Neef Rolf is ambtenaar van het ministerie van bijzondere zaken en heeft het idee geopperd om het Nederlands te verkopen aan de Verenigde Staten en het Engels, dat toch al ver is opgerukt, in Nederland in te voeren. Dat zou hoogst bevorderlijk zijn voor de economie. Er zijn al onderhandelingen met de stad New York om tijdelijk het Nederlands, de oorspronkelijke taal van die plek, te herinvoeren. Maar op een zeker moment blijkt dat het Nederlands in het exclusieve bezit van nicht Zilah is gekomen, die er als een tovenares gebruik van maakt en werelden, werkelijkheden schept en naar haar hand zet. ,,Ze heeft de zinnen bij de lurven, kan er in opgaan zoals ze wil.''

De roman heeft in het groot gezien twee met elkaar in verband staande hoofdlijnen: enerzijds handelt het om de vraag of de taal van iemand of van niemand is en wat het betekent als iemand zich de taal toe-eigent, anderzijds handelt het om de uitvoering van de opdracht een jeugdliefde in werkelijkheid te reconstrueren. Zilah heeft, nadat zij met de man in Frankrijk het huis heeft ontdekt, de vervolgopdracht gekregen, als een soort 'mecanicien van jeugdherinneringen', om de vrouw haar jeugdliefde opnieuw te laten beleven. Aangezien zij in het bezit is van de taal en de taal de werkelijkheid maakt, kan zij het verleden in het heden oproepen. Het klinkt nogal theoretisch, maar Schippers maakt op een slimme, verhalende manier aannemelijk dat deze toverkunst via de taal plaatsgrijpt.

Maar bij deze twee verhaallijnen blijft het niet, want Schippers voert nog talloze zijlijnen in, die met (Nederlandse, Engelse en Franse) taal in verband staan, met taalgebruik, met betekenissen, met oriëntatie door middel van taal, met samenhang, met de zingeving, het kijken, de zoals hij het noemt 'auditie' die het leven op aarde in feite is. In veel opzichten sluit deze roman aan bij zijn vroegere poëzie, in het bijzonder bij de bundel 'Een vis zwemt uit zijn taalgebied'. Daarin wordt bijvoorbeeld de vraag gesteld wanneer een 'haring' verandert in een 'herring'. Iets dergelijks is de vraag in dit boek: ,,The sea - de zee, bij welke golf verandert dat?''

Dat is een van de overvele, verrassende zinnen waaruit deze roman bestaat. Het toveren met taal levert prachtige zinnen op als: ,,Dan zit in elke sleurrijke omgeving, die eruitziet als troostende houtwol, een onvoorspelbaar cadeau.'' Of: ,,De wolk begint te bewegen, 't licht komt door de rafels heen en dan is het er ineens compleet, dendert het met een reuzenvracht over de brug en het water, over al wat zichtbaar is, niets zondert het uit, alles wat grijs is wordt geel.''

'Zilah' is minder een roman dan een verhalend aangekleed en uiterst gevarieerd essay over taal en werkelijkheid. Schippers heeft dit keer de buitenwereld bepaald niet schimmig of onbenoemd gelaten, maar zijn blik erop wordt gericht door zijn taalkundige thematiek, waardoor hem die elementen van de werkelijkheid opvallen die daarmee in verband staan. Ook die elementen van de taal trouwens, waar iemand die volstrekt vanzelfsprekend van taal gebruikmaakt, niet op zou letten.

Zo is er de observatie van Zilah dat taalgebruik niet mogelijk is zonder de hulp van 'de soldaatjes van de taal', die zij op een rij zet in de vorm van een gedicht. De eerste strofe van dat gedicht - dat natuurlijk van Schippers zelf is - wordt in een onlangs verschenen bundeltje 'Met van' nog met twee andere strofen uitgebreid:

soms ook met van

naast ooit over toch

bij deels niet dan

tussen wel door

er tot in te

onder vast om ter

deels al soms

ook met van of

over niet aan wel

De aandacht die Schippers schenkt aan deze onooglijke woordjes houdt een hommage in aan de verbindende krachten in het zinsverband, zonder welke niet alleen onze taal, maar ook onze werkelijkheid in losse elementen uiteen zou vallen.

Dat Zilah de taal weer moet teruggeven aan iedereen, zal geen verrassing zijn. Intussen heeft zij zich er enige tijd aan gewaagd een hele taal te torsen en daarin lijkt zij sprekend op een schrijver, K. Schippers in dit geval, die met 'Zilah' weer het soort roman heeft geschreven dat alleen hij kan schrijven en niemand anders.

mailIcon print |